Provincie aan de haal!

Van de rel. En dan heb ik het dit keer niet over mezelf, maar over het weer. Daar valt immers geen peil op te trekken. Het ene moment is het alsof het voorjaar op het punt staat uitbundig los te barsten, het andere moment zorgt een koude wind dat het behoorlijk guur aanvoelt. Automatisch komt met dit type de gevoelstemperatuur weer om de hoek kijken. Want die gevoelstemperatuur doet nu eenmaal van zich horen. Maar… buiten is het koud en binnen brandt de kachel. En dat alles in het vooruitzicht van de elfde november. De kleur van Piet en de Heiligman die wat uitbundig met zijn tabbert aan het zwaaien is. De roe die zich in het museum van de twintigste eeuw bevindt, schoorstenen die ternauwernood nog geveegd worden en de lokkertjes die zich her en der voordoen. Gelukkig is het nog niet zo ver. Laat die wind maar waaien, laat de bomen zwaaien, de takken breken desnoods en die maan simpelweg zijn best laten doen. Het heeft wel wat dit jaargetijde en hoewel mijn verlangen toch naar de zomer uitgaat met temperaturen liefst boven de dertig graden, geeft dit ook de nodige vormen van vermaak. Doet mij denken aan voorheen, de tijd dat tijdens de opleiding zo af en toe werd stil gestaan bij dat feest. Wanneer je, in zekere zin, hekelgedichten mocht voordragen, surprises iets van een frustratie kanaliseerden en de warme chocolademelk met de nodige speculaas met slagroom werd afgetopt… Het had iets kneuterigs en die kneuterigheid sprak mij wel aan. De orde van de dag werd even doorbroken, de verplichte nummers vooruit geschoven, er werd gerookt (binnen), er werd gelachen (binnen), er werd gedronken (binnen), er werd geroddeld (buiten), er werd gewauweld en voor het overgrote deel was er stomweg dat samenzijn. Bedenk ik me nu, na de afknapper van gisteren. Tenslotte heb ik daar ruim 22 jaar gebivakkeerd, de pieken en de dalen mogen meemaken, de kommer en de kwel gedeeld en voor het overgrote deel mijn veronderstelde kennis en kunde mogen delen. Niet altijd tot genoegen van de ander; veelal hadden mijn lessen iets van het onnavolgbare en stond ik geregeld versteld van de kunst van het doceren. Daar liet ik mij niet direct op voorstaan; hooguit dat jaren later de kwartjes vielen en dat de veronderstelde dubbeltjes alsnog een kant oprolden. Herinneringen. Bedenkingen en overdenkingen op een terrein dat veel aan traditie heeft ingeboet. De vraag waar al die mensen van toen terecht zijn gekomen. Voor een belangrijk deel waarschijnlijk dood. Voor een ander deel in een woonvorm onder de noemer ‘beschermd’ aan hun lot overgelaten. De noemer eigen verantwoordelijkheid die een belangrijke rol is gaan spelen. De regie die in eigen handen werd gelegd, terwijl ooit de serie ‘In Goede Handen’ een deel van de opleiding bepaalde. Wat is mijn bijdrage aan die opleiding, uiteindelijk, geweest”! Een vraag zonder antwoord, geen antwoord op de vragen die zich toen voordeden. Ook mij was het niet gegeven een uitspraak over de toekomst te kunnen doen. De teloorgang viel nu eenmaal niet te voorkomen, de teneur was bekend. Het specialisme als zodanig bijkans verdwenen. En de rook die nog even kringelt… voordat die ook dit hoofd laat verdwijnen.
Duin & Bosch. Of wat daar nog van over is. Kale vlaktes, het bordje van de centrale keuken bedoeld voor de leveranciers die uitgenodigd werden de spullen om de hoek af te leveren. De Oude Keuken tegenwoordig, als plaatsvervanger van wat ooit de Clinge was. Waar Leo Vroman ooit gedichten voordroeg en Keefman door het literair gezelschap ‘Wikken & Wegen’ door Max Sietsema ten tonele werd gebracht. Een poging om iets aan cultuur te gaan doen voor de Gestichting v/h Wikken & Wegen zich op een andere manier mocht manifesteren…