Over leden (gesproken).

‘De doden leven voort in de herinnering van de levenden’ stelde ooit de filosoof Cicero.  ‘Het koesteren van de herinnering verdween, met mij. Toen ik verdween koesterde men mij.’ Maar dat laatste is de vraag. Want het klinkt wel heel pedant om zo’n uitspraak te doen. Misschien zijn er wel mensen die hun leven lang de schurft aan mij hebben gehad, die mij het liefst zouden hebben genegeerd, die mij naar het einde van de wereld wensten of die mij, figuurlijk, het liefst de nek hadden omgedraaid. Of je mag hem, of je mag hem niet. Zo simpel als ik dit hier stel, zo eenvoudig is het in de regel niet. Dat is slechts voor een enkeling weggelegd. Ik noem een naam: Geert. En dan heb ik dit keer niet over de man die er alles aan gelegen is om zijn naam iedere dag opnieuw in de schijnwerper te zetten. Stel je voor dat hij wat ‘minder’ in het licht komt te staan. Neen, ik heb het over een andere Geert: een cardioloog. Waar ik volgend jaar eind januari weer een afspraak mee heb. Hij mij wederom die ultieme vraag zal gaan stellen: ‘hoe voelt u zich”‘ En op dit moment weet ik het antwoord al: ‘goed.’ Ik ben nog steeds in staat om de dag te plukken, maar zie leeftijdgenoten uit hetzelfde bouwjaar straks weer in de krant passeren: David Bowie, Johan Cruyff, om maar eens wat namen te noemen. En ook vroeg gestorven namen zullen passeren: Joost Zwagerman als Alkmaarder opgenomen in een naslagwerk dat ooit wel zal gaan verschijnen. Necrologie heet die rubriek waar nu ook de naam van John Glenn van een toelichting zal worden voorzien. Joop Braakhekke om maar een recent overlijden naar voren te brengen. En ik blijf nog steeds mijn zegeningen tellen, heb mijn kaarten niet alleen gemaakt, maar ook reeds op de post gedaan. Vroegtijdig dit keer eenvoudigweg door het feit dat vormen van mantelzorg nog steeds een aanslag doen op mijn tijd. Mocht mijn kalenders maken en heb dit met een zekere toewijding voor elkaar gebokst. Maak me op om me te gaan voorbereiden op het feit dat ik niet meer het jongste lid ben van de DichtersKringAlkmaar, om me met de presentatie van de verschillende leden bezig te gaan houden. Als secretaris nog niet goed in staat ben om berichten door te sturen naar andere leden. Weet niet zo goed wat met bijlagen aan te vangen, hooguit wat beperkte bijlagen van eigen hand. Misschien zou ik hier een cursus in moeten gaan volgen, maar meer trekt mij een workshop van Arjen Zwart. Een fotograaf. Misschien is het meer een fotograag, zeker als je mijn insteek ziet. Of om te gaan schrijven. In een week tijd een tweetal cursussen. Voor het geld hoef ik het niet te laten, hooguit dat de tijd en de omstandigheid wat roet in het eten zou kunnen gaan gooien. Tijd. En de nabijheid. Of de verscheidenheid. Wat woorden. Wat zinnen die mogelijk iets naar voren kunnen gaan brengen… herinnering desnoods.