opwelling

… en doe ik iets in een opwelling en sta, niet veel later, stom te kijken als uit die geslagen bron iets opwelt. Laat mij verrassen door het ongerijmde en heb veel weg van de uitgelatenheid van een kind. Een kind wat zich voordoet in het lichaam van een oudere volwassene. De oudere jongere, met dank aan van Kooten en De Bie. De opwellingen waar zij gevolg aangaven, terwijl ik mij corrumpeerde met het onderwijs. Uiteindelijk ook struikelde in het denonimatieve onderwijs. Het onderwijs wat zich bevoorrecht wist door de signatuur die zij daaraan kon gaan hechten. De Christelijke signatuur. En alles wat daar dan weer mee samenhangt. De bron van inzicht. De bron van besmuikt vermaak. Het welwater wat regelmatig de kleur van oer aannam. En voor sommigen meer op kwelwater ging gelijken. Vocht dat door de dijk heen sijpelt. En opzichters die zich naar de mogelijke rampplaats spoeden. Spoedden toen. En ik mij niet altijd van de mogelijke consequenties van mijn daden bewust was. Bungelend op een koord wat deed denken aan dat koord in de piste. Het slappe koord waarop de kunstenaar zijn evenwicht vertoonde. Het werken zonde vangnet. En het vergeten van de talloze malen waarop de kunst teloor ging. En dan toch maar weer het draad opgezocht. De pijn van de val ternauwernood vergeten en de niet te benoemen macht die zich van de artiest meester maakt op het moment dat hij zijn kunsten kan vertonen. Het applaus dat opzwelt. En de roem die vooruitsnelt. En de teleurstelling die in Monaco wacht. Of liever gezegd in Monte Carlo. De bronzen clown die hem wacht, terwijl de gouden clown zijn shouders optrekt. De zilveren zich even in een verdwaald spotje manifesteert en het goud alleen maar blijft blinken…
Een opwelling. Ook dat is een overweging. Een gedachte. Een ingeving wat zich spontaan aandient n waar de keuze vrij beperkt is: doen of niet doen. En als het doen dan voor even het evenwicht verstoort, kan het haast niet anders dan dat op het einde een tweetal reacties staat de wachten: roem of de afgang. Beide bieden de consequenties van dat moment. Maar staan niet altijd op de voorgrond in datzelfde moment. Want luister naar de goede raad die door er even bij stil te staan zich voor kan doen, kan het de zuiverheid van dat ene moment volledig naar de knoppen brengen. De vernieling in gaan jagen. En de mogelijkheid ooit op een andere manier van jezelf versteld te staan volledig gaan onthouden. En ook dan doe je jezelf letterlijk tekort. Juist dan zal de pijn die zich achteraf voordoet voor altijd je metgezel gaan worden. Juist dan wordt Als door Stel gevolgd en kan niemand meer een duidelijk antwoord geven. Ieder aangeven wordt dan een ommekeer. Ieder zoeken een balans. Constant op een wip, desnoods een schommel. En zal de zoektocht oneindig zijn.


iGer.nl
Opnieuw het aftasten, terwijl de mogelijkheden ogenschijnlijk, beperkt zijn. Of beperkt door de beperkingen die dit huidige moment van zijn in zich bergen. Herbergen als het ware. Het dak wat boven mijn hoofd de beperking van de hemel aangeeft. De vooronderstelde veiligheid die, letterlijk, is ingebouwd. En de zolder die zich weet te bestendigen. Al was het alleen maar door het feit dat ook dit een zekerheid biedt. Een schijnzekerheid weliswaar, maar toch…
Eigenlijk ook vandaag een wat kleurloos verhaal. Want waar ik de kleur zou mogen bepalen, geef ik ook nu toe aan die opwelling. Dreigt het beeld wat mij voor ogen stond alsnog in het water te vervloeien. Kan ik de druppels van mijn tranen niet meer tellen en zal de steen die ik in dit water laat vallen, zich even laten verleiden om mee te rollen voor een zandkorrel hem weet te hoeden. De hoede voor dat andere ongerijmde. Het uit het beeld verdwijnen. Het ongemerkt naar het ongekende overgaan. Het opgaan in de massa. En de betrekkelijkheid waarmee dit beeld uit beeld verdwijnt. Want niks gaat onbewust. Alles gaat onbewust. En alles laat zich niet door niks bepalen. Niks is alles. En alles zal er altijd zijn. Sterker nog, kan, wil en blijf ik bepalen.
Tenslotte is het achter deze machine kruipen ook een manier om mijn gedachten te gaan stroomlijnen. Mijn geest een bepaalde richting op te sturen. Over zaken na te denken. Een beperkte koers uit te gaan zetten. Een nieuwe bron aan te slaan. En mij te blijven verbazen. Omtrent dat ongerijmde. Omtrent de kleur van water. Omtrent de kracht van de opwelling.

En gelijk de ontdekking doen dat er ook veel langs mij heengaat.

De waarde van een boodschap doen. Bij C1000. Een brief naar de post brengen. De rondzending van de postzegels bestendigen. Olijven kopen als ik heb ontdekt dat de andere een wat blauw-gekleurde schimmel zijn gaan vertonen. Te lang aan het oog onttrokken zijn geweest. Zoals nog zoveel andere zaken zich aan mijn oog onttrokken.


iGer.nl
Het ene moment de voornemens, het andere moment waarop de energie zomaar is weggelekt. De foto’s, honderden, die nog in een album een plek moeten gaan krijgen. De honderden dan wel duizenden auto’s die nog wachten op een plek op een lijst. De inventarisatie voordat afscheid genomen kan worden. Want de plek waar wij allen naar toe verhuizen laat nu eenmaal zeer eenvoudige bewoning toe. Iets van een meter of twee, bij een ruime halve meter en een hoogte van misschien een 60 centimeter. En mocht het iets meer zijn dan zal de prijs navenant toe gaan nemen. De bekleding die kan gaan varieren van eenvoudige kunststof tot het duurste satijn. En de vlammen die zich opmaken. Het lekken aan de kist. En de opwelling waarmee dan dit geheel gepaard gaat…
maar ook dan weer het zoeken naar een veranderde structuur. Vastigheid. De regelmaat.
De nieuwe ruimte. De vrees.


iGer.nl
Opwelling. Als een vorm van houvast, in een zee van gedachteloze stiltes.