ongekende vrouw


iGer.nl
Langharig en ongedwongen werkschuw. Lijkt mij wel wat. En dan gelijktijdig ook nog even dat fenomeen van die oudere jongere. Dat lijkt me helemaal wat. Die oudere jongere die er van alles aandoet om op te gaan in de massa. En gelijktijdig op zijn geheel eigen wijze aan de weg gaat timmeren. Opdat men niet vergete’… tenminste. Zolang er plaatjes zijn en deze zich laten kleuren. Zoals het verschijnsel wat Bas ons voor ogen schotelde. Dat ‘streetlife’ fenomeen. En als ik daar, op een willekeurige dag als gisteren, weer eens mijn blik over laat gaan dan is het bepaald geen spektakel wat van de foto afbarst. Meer een iets van een gemiddelde. Een iets minder dan gemiddelde. Tenzij ik kies voor het rood. Het rood dat die dame op die bank draagt en het terloopse rood wat zich in die bewegwijzering voordoet. Dat heeft toch wel wat, al weet ik dit niet goed te benoemen. Laat staan te omschrijven. Maar het roept wel vragen op. Zoals zij daar in haar eigen wereld zit. Te rusten” Te pauzeren” Zich af te vragen” Of gewoonweg wat dagdroomt. Zich in haar eigen wereld verschuilt. Terugdenkt misschien. Aan ooit. Aan eens.
‘Als nieuwe variabele. Alsof de jaren vijftig, zestig, zeventig en alle jaren die zich daarna voordeden in steeds een andere verpakking hebben voorgedaan. Het grauwe, het uitbundige, het bloemige, het uitdagende, het meer bewuste en het bijzonder verantwoorde. Het leven wat je slechts te leen hebt en de aarde zich nog steeds weet rond te draaien. Waarbij de vraag naar een middelpunt een geheel andere dimensie vertegenwoordigt. Laat staan al die andere niet te beantwoorden vragen. En hoe ik daar iedere keer weer in paste. In die veranderingen. Maar misschien was ik het niet die veranderde. Ben ik nog steeds een kind van deze tijd. In een ietwat veranderde omstandigheid. Want ook ik heb mij voor een belangrijk deel weten aan te passen. En voor een ander deel absoluut niet. En als de hele wereld rechts om gaat, weifel ik even voor ik besluit om toch maar weer rechtdoor te gaan. Met een kleine afwijking naar links. Een kromming desnoods of een lichte mate van een scoliose. Denkt zij, die dame in het zwart met dat rode biesje. Of denk ik dat voor haar…”! Maar wat kan zij ermee” Wat kan ik ermee”‘

Ermee leren leven. Ermee geleerd te leven. Ermee leeft. Ik dus. Of zij”

Ik leef met haar mee. Ook ik zit daar, met haar, op dat bankje. Ook ik kijk. Recht vooruit. Maar weet dat ik niet veel later op zal staan. Mijn weg zal zoeken. Mijn pad verder zal inslaan. Misschien straks even mijn schouders ophaal. Mij verheug op die mandarijn. Die zich een eigen weg in mijn lichaam baant. Waar geen wegwijzer te vinden valt. Zomaar even weg. In mijn lichaam waar processen zich laten raden. Waar nieuwe ketens aaneen worden gesmeed. En waar mijn zijn van afhangt. Althans, voor een fragmentarisch deel. Juist op dit moment.
Denkt zij en ik met haar. Denk ik voor haar en staar. In de spiegel die zij mij voorhoudt. Zonder enig besef. Zonder enige verantwoording. Zonder enige willekeur. En wendt haar gezicht af. Laat de knalrode tas voor zich spreken. Zoals zij ook bewust haar rok draagt. Het heeft soms wel iets van biezen waarmee zij haar zwarte dracht weet op te vrolijken. Het rode wat afleidt van de rouw waarin zij gedompeld gaat. Want zij is alleen. En is zich dit in hoge mate bewust. Want nog niet zo lang geleden zaten zij hier met z’n tweeën. Kochten aan de overkant een vers gevulde koek. En knabbelden en babbelden. Keken wat rond en lieten de tijd aan zich passeren. Konden hun honger stillen. Want niemand verwachtte hen meer thuis. En nu is daar dat lege huis. Nu zal zij de tijd gaan vullen. De leegte van de tijd gaan vullen. En in gedachten steeds verder raken. Steeds verder van dat lege huis. De stad met mensen die haar niet veel zeggen. De tas waarin zij haar smarten draagt. De tas die op haar schouder leunt. Als ooit zijn hand. Als ooit zijn adem. Als ooit… neen, nooit!


iGer.nl
Dat leg ik vast. En iedere keer weer een nieuwe hoek van inkijk. Het effect op een andere manier. Niet als Droste. En gelijktijdig ook weer wel. Dat moment van de herhaling, wat iedere keer opnieuw voor een ‘aha-erlebnis’ zorgdraagt. In zekere zin. In bepaalde mate. In die foto.
Als een eeuwig durende herhaling. Iedere keer het voorafgaande op een andere manier. De geringe mate van voorspelbaarheid. Het zelfde uitgangspunt. De variabelen. Wisselende contacten die de zaken niet altijd op zijn of haar beloop kunnen laten. Op hun beloop laat. Op haar beloop laat. Op zijn beloop loopt. Op ons beloop laat. Haar en ik.
De bron. De oorsprong van een aantal dingen: leven, zijn en dood. De onbeschrijfelijke dood en het mysterie van het leven. En ik kijk. Ik verwonder mij. Ik bewonder zijn. Ik bewonder jou.

Jij ongekende vrouw. Zittend op een bankje. Zomaar, in de kou.