oewerrekend naar 't oewiekend toe

Wat valt te oogsten als het zaad zich heeft ontwikkeld” Wanneer is iets uitgegroeid en rijp om te plukken”


iGer.nl

Als het moment daar is” Als momenten draaien in die doorlopende carrousel” Als kleuren de anderen verdringen” Als geuren de lucht gaan bezwangeren” Als het voorjaart” Of als er wordt geattendeerd op dat tijdverschijnsel” Een uur vooruit wat wij weer tegoed dreigen te hebben. En de ontdekking dat het ochtendgloren zich wat langer in het schemerduister weet te koesteren. Het avondlicht wat dat moment van die langere dag vast kan houden. Koffie drinken in een zonsondergang en de rijkdom van een achtertuin. Het getwitter van een vrije vogel. Een Vlaamse gaai die de weg kwijt is. Een kauwtje dat trippelt over het gaas in de dakgoot. En ons ‘s ochtends uit de slaap weet te halen. Geen wekker nodig, wakker door dat enthousiasme.
Ambivalent kan dan een omschrijving zijn. De afweging tussen de ene en een andere kant. Doen alsof de laatste dromen nog op te roepen zijn, dan wel een wind te laten en een draai te maken. De ogen halfgeloken en een zucht die aan lippen ontsnapt. De ochtendstond die aan de andere kant van het huis de straat reeds in een gouden gloed weet te zetten. Een krantenjongen die de brievenbus laat klepperen. Een fietser op weg naar zijn werk. Een man die zijn hond uitlaat. En een kat die via een kattenluik naar binnen vlucht. Een wekker die afloopt.


iGer.nl

Verwarring dus. Want waar kan ik de dag laten beginnen” Met de opdracht van Erik om een lam in de wei te gaan schieten” Het voorjaar te vangen op een manier die recht doet aan datzelfde voorjaar” Een Paastak achter een raam” Een halve meter ei wat zich op een nest heeft laten draperen” Een narcis die probeert te wedijveren met wat sneeuwklokjes, een krokus die de ochtend kust” Een verlangend hart laat zien” Een sprietig blad tussen de resten van de herfst gevangen bij een afvoerput” Of dat bijtje wat een dar kan zijn en zich zoemend probeert te buigen om die kleine, gele bloempjes die zich nog gesloten houden. Bang voor de mogelijke kou” Bang voor de handen van een kind wat de bloempjes er in een keer afritst. Bang voor het toestel wat zich in mijn hand bevindt” Het lieveheersbeestje misschien” Of”
Gewoon weer even blij.” Door de zon.” Door de opdracht.


iGer.nl

Door de vreugde van het gedartel. Van insecten. Het gezoem. Dit keer zonder een vorm van mechanica. Door vleugels die het streepje weten te dragen. En dat doet goed. Omdat ook dat bij het leven hoort! Bij mijn leven hoort. Blij dus! Om de oogst een plaats te geven. Nu!
OOGST
Wat laat ik achter op mijn weg
heb ik de vruchten leren plukken,
ze weggegooid terwijl ik zeg
ooit zal het mij eens lukken.
Het lukt mij soms, maar vaak ook niet
te zeggen wat ik bedoel
laat staan dat ik je zeggen kan
wat ik bij tijd en wijle voel.
Ik geef wat door, noem het iets
voor mij heeft dit wel waarde
toch begrijp ik best, net als de rest
dat je twijfelt, aan de waarde.
Het is iets dat ooit mij bewoog
te doen, wat ik niet kon laten
maar kijkend naar de regenboog
staat daar de pot, voor later
Kun je doen wat je wilt, je bent groot
volwassen klinkt je stem
de tragiek van toen die boog
kwam met de traan, verleden.
Ik sta nu stil, de kleuren vast
stramien waarin ik mij beweeg
de nacht duurt kort, de dag heel lang;
ik stond verstomd en zweeg.


iGer.nl

Op dus naar de zomertijd. Op naar het langerdurende licht, het korten van de nacht en het verkorten van de tijd.
Als tijdverschijnsel. Als raadsel. Als voorjaarstijd en teken.