Obscure camera


iGer.nl
Juist om de zinnen te verzetten ontkom ik er niet aan om weer wat met woorden te gaan stoeien. Of, zo JU wilt, de woorden in zinnen om te zetten. Het kan gewoon niet zo zijn dat ik nu reeds met mijn huidig zijn in relatie tot een toekomst uitben.
Dat zou wel mooi zijn maar zo zit de werkelijkheid nu eenmaal niet in elkaar. Ademhalen en constateren dat ik niet benauwd ben. Geen vocht vasthoudt. Mijn zegeningen blijf tellen en mij inspan op mijn manier. Op de fiets, lopend, rommelend, heffend, roeiend en daardoor de afleiding bestendigend. De oogjes openhoudt. Verdwaalde fietsen tegenkom. Een liefhebber van een bejaarde, houten Fiat tegenkom. Het geluid wat in dit geheel vergetelheid brengt. Een molen, een auto, een boot en een man.
In een tijd waarin tijd geen andere tijd dan de huidige tijd is.
Maar in die andere tijd gevoelsmatig de wereld mogelijk een heel ander app”l op de mensheid deed. Waarbij de doorsnee mens toen ook met de dagelijkse beslommeringen werd geconfronteerd. En daar een antwoord op mocht bedenken. Het ook wel eens niet zo rooskleurig zag. Maar de zaken veelal in de hersenpan verborgen hield. De drukte mogelijk anders was. De huidige ‘uitdagingen’ worden gezien als ernstige problemen. Althans, dat stel ik mij zo voor in mijn onstuimige fantasie”n” Hoewel, is er wel sprake van een fantasie als ik zo in mijzelve vertoef”!


iGer.nl
Is het wel de woede die als een elementaire drijfveer mijn gedachten aanspoort”! Ben ik niet veel meer dan een humana mechanica op weg naar mijn doel”! En welk doel kan mij dan nu gaan leiden”! Want het gaat in bijgevoegde teksten ook over het woord vallen. Opvallend dat vallen een rol speelt op dit moment, terwijl ik juist bezig ben met opstaan. Of meer blijf krabbelen!
Ach, neem het mij niet kwalijk of in een archa”sche omschrijving als volgt zingegeven: ‘duidt het mij niet euvel!’
Ik doe wat ik doe omdat ik dit toch niet kan laten. Ik loop, ik wandel, ik fiets, ik beweeg en tussen alle bewegingen door weet ik ook nog het een en ander te bedenken. Maar ben ik droog aan het roeien, dan weet ik na het startschot dat het slechts getallen zijn waar ik mij op kan richten. En uiteindelijk een uitstekend weet te scoren. Er op het laatst nog een eindspurtje weet uit te slepen. En een rood getal zie staan. Daaronder de notitie mij aan het schema te houden. Een onzichtbare coach die een rode waarschuwing uitdeelt. Een grens heb overschreden. Althans, volgens dat apparaat.
Mij richt op de afronding van de Heart Club Bende. Geen Sgt. Pepper die de boel komt opvrolijken. Of het moeten mijn lotgenoten zijn. ‘Klapkastdragers uit deez’ streek, komt en verenigt U’.” Zoiets zo ongeveer. En als wij ons verenigen dragen wij ieder ons eigen kastje mee. De een met wat meer angst dan de ander, de ander met wat meer beperkingen dan de een. En humor blijft een deel van het geheel bepalen. Voor een deel ook zwarte humor. Maar desondanks toch humor!
De humor ook die ik vanavond op mocht doen toen wij met een kartonnen doosje mochten gaan Vinci”n. Nu heeft mijn nicht in een schoenendoos daar van alles mee uit te staan en was het de gaatjescamera die ons het geheim van de camera obscura ontsluierde. En dat verhaal wil ik JU niet onthouden!
Op een snikhete dag zo’n 500 jaar geleden, zat Leonardo in zijn werkkamer een beetje te niksen. Hij had zijn hoofd lopen te breken over de vliegmasjien maar was daar nog niet geheel uit. Hij worstelde met een naam: Fokker of Plesman. Maar opeens bedacht hij een andere naam: Philips, dat klinkt vast goed”.
Hij had de luiken van de ramen dicht gedaan om de warmte buiten te houden. Klapte er nog een glazen ruit tegenaan en het thermopane was spontaan geboren. Maar, daardoor was het nagenoeg donker in de kamer. Alleen door een paar kleine gaatjes in de luiken viel wat licht naar binnen. Leonardo zat daar wat rond te kijken en toen zag hij tot zijn verbazing op de net met Karwei muurverf geschilderde wand tegenover het dichte raam met het luik, daar waar de lichtstraal de witte wand raakte een natuurgetrouwe afbeelding (gelijktijdig vond hij de trompe” l’oeil uit!) van het huis van zijn overbuurman! (De bekende kijker Galileo Galilei). Alleen was alles omgekeerd, links was rechts en onder was boven (een beeld wat ook het oog schijnt te beroeren indien het netvlies wordt geprikkeld). Leo probeerde er achter te komen hoe dat nou zat (en verwierp ook idee”n om 20000 mijlen onder zee te gaan, tenslotte had hij diverse keren geprobeerd om Archimedes onder te dompelen) en ontdekte dat als hij zijn vinger (net als Hans Brinkers later in Spaarnwoude) op dat spijkergaatje in het luik drukte,” het beeld verdween en dat dat kleine gaatje in de luiken als een soort van lens werkte (Constantijn H. zat onderwijl over een stukje glas gebogen en probeerde op zeer jonge leeftijd mica in brand te stoken, hetgeen hem regelmatig lukte) en het beeld van het huis aan de overkant (als bekend van G.G.) als een soort diaprojector projecteerde op de wand van de donkere kamer. (Met witsel van Karwei, was Leo heel dolblij!) Leonardo noemde deze wonderlijke ontdekking de camera obscura, oftewel de donkere kamer (niet van Damocles, want dan kun je noot meer gaan slapen) waarvan later het woord camera is afgeleid. Camera. Een digitaal kleinood. Met pixels, een geheugenkaartje, een knopje en een lens. Met, nogmaals,” grote dank aan Leonardo!


iGer.nl
Want dat Leo nog steeds voortleeft blijkt uit volgende:
De lens is een verbeterde vorm van het spijkergaatje in de luiken, het filmrolletje is de wand van de werkkamer van Leo de V. en de ontspanknop is hetzelfde als de vinger van Leonardo Da Vinci. En wat deden wij vanavond” Wij gingen met reeds geprepareerde doosjes (jawel!) aan het klooien. En wat wij klooiden was in eerste instantie negatief. Maar dankzij de doka en de daarin opgestelde apparatuur is het geheel toch weer positief uitgevallen. En de resultaten” Uiteindelijk toch iets om over naar huis te schrijven, hetgeen ik dan ook bij deze doe!
WIT/ZWART
De woede
die mij drijft
papier dat kalm
blijft
onder mijn ver
woede pogingen
de elementen
die de wereld
in mijn kop
op z’n kop
zetten
het plaatsen
van de letters;
in witte
ongenaakbaarheid
woedt mijn
woede
zwart.

KORT

Over leven

valt veel

te verhalen;

over leven

valt velen

zwaar;

over leven

zal niemand.

STOM

Letters vloeien voort

in woorden stromen

zinnen uit mijn pen;

liever laat ik zinnen

stromen uit mijn keel

dicht

gesnoerd,

de woorden

stommen

letters.

IN
het licht
van zijn
valt te bezien
of
zijn zo
licht valt.
Wit/zwart kort stom in
Kort stom in
Kort stom
Kort
in en nu er weer uit! Gegroet dus, bij deze!


iGer.nl
Met dank aan Jan Meurs en de hand van Meester Erik Boschman!