nuiken

Als het donker is, weet ik mij geborgen in het duister. Als de duisternis toeslaat, weet ik me niet altijd geborgen. Juist dan is het prettig wanneer de volle maan weinig te raden overlaat. En dat laat hij nu. Op dit moment. Een prachtig hemellichaam. Waarbij het wassen, het afnemende, het volle en het nieuwe zich in volle glorie weet te herhalen. Waarbij het blaffen naar de maan een gevoel van machteloosheid aangeeft. Waarbij verwensingen in de vorm van lopen niet vermeden worden. En waarin kaalhoofdigheid doet denken aan dat maantje. Waar dit op slaat” Ik probeerde de maan te vangen. En deed dit gelijktijdig met lichtjes die in dat duister schenen. En dacht zelfs nog even dat ik de rietkraag mee mocht nemen. Maar ik heb me vergist. Of mijn toestel heeft zich vergist. Gelijk ik de computer niet de schuld kan geven van de fouten die ik maak, geldt dit evenzeer voor mijn digitaaltje. Want die legt slechts vast. Ik ben diegene die de knop bedient. En dat kaartje probeert mijn pogingen in de herkansing aan te bieden. Ook dan kan ik besluiten nemen. Niet akkoord te gaan met mijn moment. En dit in de eeuwigheid te laten verdwijnen.


iGer.nl
Ik kan me goed voorstellen dat de teksten die ik aan mijn blog toevoeg, niet altijd even duidelijk dan wel helder zijn. Al eerder verzocht ik om vergeving. En blijf ik hierom vragen. Ook vandaag heb ik eigenlijk weinig te melden. Slechts het gegeven dat het mij helaas wel weer gelukt is om tot twee keer toe met een foto de bladen te halen. Dat lente gebeuren heeft al direct om een herkansing verzocht, terwijl de ‘Vrolijke Spuiter’ onder de noemer zelfportret door het leven gaat. In de Kiekrubriek. Hetgeen mij doet denken aan de mogelijkheid dat er weinig spectaculairs voorhanden was. Of dat mijn plaatje toch opviel. Door de vinger die geheven wordt. De linker dit keer. Want de rechter houdt zich bezig met het bedienen van de knop. Geen pepperspray. Een kleurtje. Een suggestie mijnerzijds kan de volgende zijn: sla over wat niet boeit en neem kennis van wat raakt. Ik koester dit geheel in de vorm van bezigheden, een manier om mijn geest bepaalde overwegingen te laten maken, mijn huidig zijn wat meer te plaatsen en de tijd wat naar eigen idee te gaan vullen. Het is soms als een boek dat je leest. Het zijn de woorden die zinnen vormen en daardoor een verhaal tot leven kunnen gaan wekken. Het is ook de prikkel die de eigen fantasie weer andere wegen laat bewandelen, de eigen plaatjes die gekleurd worden en de film die zich altijd weer anders laat aanschouwen dan je eigen geest voor beelden had gevormd.” Al was het alleen al door de kleuren. ‘Het licht dondert weg’, als omschrijving van onweer.
Teksten schrijven en tekst interpreteren. Stomverbaasd zitten kijken wat mijn vingers door op verschillende knoppen te drukken, aan tekst tevoorschijn weet te toveren. Zoals zonet. Ik heb dan ook wat met de Nederlandse taal maar of dit ook omgekeerd kan gelden. Heeft taal wel wat met mij” Ik blijf het spannend vinden wanneer, ogenschijnlijk vanuit het niet, letters en zinnen opdoemen. Niet zozeer taal als ‘gebruiksvoorwerp’ om met de ander te communiceren, maar taal als vorm. Het raden naar de inhoud. Het leren lezen. Gelijk luisteren ook niet eenieder gegeven is, maak ik gebruik van de taal om juist de reikwijdte te gaan ontdekken. Er een meervoudige betekenis aan te gaan hechten. Terwijl veel woorden zich juist enkelvoudig laten gebruiken.


iGer.nl
Maar ook taal laat zich proeven. Ook taal | laat zich kleuren. Taal om te ruiken en taal om mee te gaan leuren. Drukinkt voor het een en een onmetelijke rij van mogelijke uitgevers die overstelpt worden door al die schrijvers in sp”. Waar ik me ook onder schaar. Het is mij nu eenmaal niet gegeven om te brilleren gelijk ooit wijlen Martin Bril. Columnist, schrijver en dichter. Een man die de kracht van het geschreven woord uit zijn pen kon laten vloeien. Hoewel ik eerlijk gezegd meer denk aan deze vorm van een tiepmasjien. Zoals ooit Boots Rijdende Typescholen met karrenvrachten typewriters ons leerde machineschrijven. En waarbij het lineaaltje op de schoolbank het tempo aangaf: a rust, a rust, a rust, over naar de b rust, b rust, b rust en dan uiteindelijk het hele alfabet door ons op schrift liet zwoegen. De stand van de hand en de vingers die, na zeer veel oefening, pogingen ondernamen te gaan dansen. En waarbij het doel was uiteindelijk blind te gaan typen. Met een aanslag van minimaal 120 letters per minuut. En waarbij records aan de lopende band werden verbroken. De man aan het einde van zijn uur de vele tientallen typemachines (koffermodel) weer in zijn rijdende bus opborg. Een Volkswagen bestelbus type T2. De man mat dat kale hoofd. De man met dat maantje. En dat Zaanse accent. De man die keuken als kuiken uitsprak en waarbij nuiken een, voor ons, totaal onbekend begrip was. Want wat waren wij toen” Blagen…”!


iGer.nl