NOZEM en de NON.

Nederlandse Onderdaan Zonder Enige Moraal, waardoor de Niet Ontvankelijke Nederlandse hun bekroning kregen in het ultieme lied van Cornelis Vreeswijk, een geboren en getogen IJmuidenaar die zijn waterloo vond in Zweden. Het bekende lied van de NOZEM en de NON. Welkom in de jaren vijftig van de vorige eeuw, welkom ook in de jaren zestig waarin dit fenomeen zich liet onderscheiden in de bekende Pleiners en Dijkers. In Duitsland bekend onder de noemer ‘halbstarken’, jongeren die zich keerden tegen de destijds zo duidelijk aanwezige burgerlijke moraal. Waarin kappers de tondeuse hanteerden nadat zij een bloempot op het hoofd van de betrokkene hadden gezet. En de zaterdagochtend nog gewerkt werd, om twaalf uur de stoomfluit aangaf dat de rest van de tijd als het weekend kon worden doorgebracht. En de barbier in de regel goede zaken deed. Het loon in bruine zakjes aan de arbeider werd overhandigd en moeder de vrouw eindelijk weer eens kon afrekenen met de grutter, de bakker, de slager en de groenteboer op de distributieradio door de week was te beluisteren in de ochtenduren. ‘Ja, ja, ja, wat zullen we eten, cha, cha, cha, wie kan dat weten. Wie is de man die mij dat zeggen kan: de groenteman!’ Die zijn suggestie deed aan de hand van het seizoen, die ook nog Bintjes als volksaardappel kon aanprijzen, en waarbij de beestjes die zich eerder aan de groenten hadden vergrepen nog rijkelijk voorhanden waren. Laat staan dat de bloemkool in die tijd nog weleens wat restanten van de beer die ooit was opgehaald, in hun bekroning hadden verwerkt. Waarin het tonnenstelsel in Alkmaar ervoor zorgde dat langs het Noord-Hollands kanaal de beerput in de zomerzon stond te beren. Vandaar ook de uitdrukking dat de gemiddelde mens in die tijd nog weleens met die bruine beer aan het stoeien was… Laat staan dat berichten uit Darmstad(t) zorg droegen dat degene die het bericht kreeg, zich ijlings naar elders begaf. Veelal naar het tonnetje dat zich in de regel buiten het huis bevond, voorzien van krantenpapier die nog wel degelijk uit houtvezels bevond en de neiging had niet onder te doen voor schuurpapier…
Eigenlijk was ik van plan om een vervolg op het bericht van gisteren te gaan plaatsen, een vervolg in de zin dat de absurditeit van de dag hiervoor wel degelijk door de dag daarna is achterhaald. Het bericht als zodanig met de beelden die daar weer bij te vinden waren vragen, neen smeken erom om openbaar te maken. Ik doe het met een enkele foto: van de wasstraat waar ik mij gisteren bevond en de 18 euro die ik af mocht tikken. Een uitje van bijzondere klasse en dat ik lui ben: ook dat is mij niet geheel en al onbekend!


IMG_1661