na nu nog tien te gaan

Terwijl de kleuters ternauwernood zijn verdwenen, teistert een volgend lied mijn grijze hersencellen: Xanadu. Waar ik dit nu weer aan te danken heb, geen idee, maar dat het door mijn kop spookt afgewisseld met een Yellow Submarine, zal wel weer te danken zijn aan de foto’s van de Beatles van de hand van Eddy Posthuma de Boer, die momenteel in het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn te bewonderen zijn. Eddy die momenteel op verschillende plaatsen in den Lande te bewonderen valt en waar het boek Amsterdam! In een hernieuwde uitgave te verkrijgen schijnt te zijn. In het huidige Stadsarchief, een voormalig Bankgebouw dat in de Tweede Wereldoorlog nogal een dubieuze rol schijnt te hebben gespeeld. De kluisdeuren die momenteel wagenwijd openstaan en reeds menige tentoonstelling heeft zien passeren. Maar vooreerst ga ik met Kees aan de gang, zijn Kolaria vraagt dit keer alle aandacht. Al was het alleen maar om hem alsnog een presentje voor zijn verjaardag te kunnen bezorgen…maar helaas, het apparaat laat het net zo vrolijk afweten!
Nu weet ik wel dat het niet allemaal in een keer van een leien dakje kan gaan, laat staan dat er mogelijk een virus huishoudt dan wel dat de omstandigheden zodanig zijn dat een deskundige hieromtrent geraadpleegd dient te worden, dan wel dat het een eerste vereiste is om daadwerkelijk de hand in eigen boezem te gaan steken opdat dit euvel de wereld uit geholpen wordt, maar voor dit moment ben ik er helemaal klaar mee. Wanneer het een het laat afweten en het ander daar hetzelfde over denkt, kan het bijkans niet anders zijn dan de pijp aan Maarten te overhandigen en de betrokken instrumenten aan de wilgen te gaan hangen. Hooguit kan ik het mezelf kwalijk nemen niet voldoende achtzaamheid in acht te hebben genomen opdat dit euvel… noem het mar een euvel, het heeft er veel weg van dat de duvel hier een rol in speelt. Dan heb ik het niet over dat Belgische bier, van een hoog alcohol kaliber. Neen, ook daar waag ik me vandaag maar niet aan, opdat ik morgen… staat mij weer het een en het ander te wachten. Wat mij te wachten staat, daar heb ik op dit moment geen flauw vermoeden van, hooguit dat ik in Haarlem mijn opwachting zal gaan maken. En het kan haast niet anders dan dat de dag van morgen alsnog geplukt dient te gaan worden. Daarnaast ben ik met een beperkte rotgang onderweg naar… je hebt geregeld duizend dagen oude kaas in de aanbieding, maar hoe zal kaas van tweeduizend dagen oud gaan smaken”! Ook daar kijk ik op dit moment naar uit.