n met en zonder iets

20090514-1242332064N0905parkh2ultr1310

Dit gaat over iets. Maar veelal gaan mijn bijdragen over niets. Omdat ik mij het liefst in sluiers hul. Mij wat wazig uitdruk of kies voor het meer onbenoembare. Omdat ik niet de pretentie heb het te weten. Ik veelal in onwetendheid verkeer. Of mij met geen andere zaken bemoei dan de dingen die zich op mijn pad voordoen. Door omstandigheden. Door samenlopen. De toevalligheden. Waar ik niet zoveel waarde aan kan hechten. Omdat dit veelal in de tijd alreeds besloten lag. Zoals mijn tijd in straks besloten ligt. Zoals het nu is en straks kan zijn. Zal zijn. En dan weer is.

De rekbaarheid van elastiek. En het spontaan gaan glippen.
De veerkracht van juist die momenten. Het zoeken en het vinden.
Van dit. Van dat. Van hier naar wat. Van iets naar niets.

De waarde is nul. En generlei kan daar een beduidende rol in spelen.
Wat de kracht van generlei naar voren laat komen. Juist in onnavolgbaarheid.
Bijkans in een mate van onbetaambaarheid. Een onbestaanbaarheid.
Als JU daar dan weer over nadenkt bestaat de kans dat JU verdwaalt.
In dat bos wat doet denken aan die nieuwe kleren. Van ooit die keizer.
Waarin seizoenen een eigen taal spreken. En waar de dieren eeuwig vrede kunnen vinden.
De omloop van de dingen. Door anderen vaak mooi verwoord.
Gezien door derden. In een andere dimensie. Vanuit een andere hoek.
Met eigen wetmatigheden en ongekende dynamiek.
En ik verwonder mij. Juist door die onbenoembaarheid. Waar ik geen grip op heb.
En waar de omstandigheid zulke grote rollen in spelen. Alsof de schijnwereld wordt omgezet in schemerland.
Het bezoeken van de Twilight zone. Of in ieder geval aan de grenzen van deze ruimte knabbelen.
In een berustend verlangen. De veronderstelling dat dit kan.
Dat daar geen acties op zullen volgen. Omdat het is zoals het is en daardoor goed.
Het ruimte biedt en rust. Het niets van iets. Een vacu”m”

En dat herhaalt zich. Iedere dag opnieuw kom ik dit tegen.
Dit iets. En verwonder mij er telkens weer over.
Iedere keer opnieuw. Wanneer het stil vanuit een hoek zich manifesteert.
Geen aankondiging zich voordoet. Zich spontaan openbaart. En dan ook weer zo weg is.
Geen spoor dat zichtbaar wordt. Geen zichtbaar spoor. In mijn geval. En toch ook weer wel.
Omdat de emoties die ondertonen voeden. Als golven. Doodslaan op het strand.
En slechts een rimpel achterlaten. Zichtbaar in het zand.
Nog weer wat later oplost in het ongekende iets. En daardoor was. Met mij als getuige.
Daardoor is. Zoals ik ben. In mijn eigen iets.

IETS

Zij heeft iets;
vraag mij niet
wat
iets is
ziet zij iets niet.

Zij heeft iets
rood haar
lokken rond
haar half
geloken ogen,
mond, haar parel
witte tanden
gouden randen
een stem
die klonk
omfloerst haar
lach, haar ogen
spreken:

dichtgeknepen
heeft zij iets;

ik kijk
in stilte en

bewonder haar
rond iets.

Door met wat woorden te knoeien staan ze waar ze staan.
Niet waar ze stonden. Maar zonder referentie, zonder kader, vormen zij weer een eigen iets.
Zoals ze staan. Als kaarsjes op een taart. Te fonkelen en te vlammen.
Deinend in het licht van een windvlaag. Een tocht door tocht. Vliedend iets in niets”!

20090514-1242331929N0905parkh2ultr1307

Gaat het”!