mun kie

20090621-1245616662N2106parkhof832

Zie mie mun kie.
Zie mie. Mun kie! Dan wordt het alweer heel wat anders. Zie mij! Monkie jij! Helemaal anders.
En als ik dan oprecht zou zeggen wat ik zag dan is het bijkans banaal: ‘Zie mij, Jaap Aap!’ Althans…

Soms is het heerlijk om de grootst mogelijke onzin op dit scherm te zetten. Het leidt tot nergens en het leidt af.
En daardoor leidt het toch ook weer tot ergens. Want wat ik doe en wat ik deed zijn werelden die,
als het ware, haaks op elkaar zijn komen te verkeren. En zomaar is dat afgelopen.
Neen, niet afgelopen uit, maar die tussenfase. De fase tussen de laatste klappen van
een stervend applaus en het gemurmel waarbij de eerste indrukken worden gedeeld.
Het theater wordt verlaten. Schuifelende voetstappen gedempt klinken.
Weggevreten door het tapijt. De lampen die onbarmhartig de zaal schijnlicht zetten.
En eenieder zich weer klaarmaakt voor de overgang. Een drankje drinkt in de foyer.
Of de studio opzoekt. De jas haalt en vast afrekent om ijlings de parkeerkelder te verlaten.

Er snode plannen worden gesmeed. Maar niet zozeer voor de dag van morgen.
Want morgen zal het anders zijn. Want morgen staan de sterren anders.
Morgen kan het weer wat zijn. Ja morgen staat zelfs mijn pet nog anders… Ja, morgen…

20090621-1245616904N2106parkhof821

Ook gisteren, wat nu vandaag is geweest, ben ik onderweg gegaan. De vraag waarom ik schrijf,
de reden waarom ik dit mezelf iedere dag opnieuw opleg, kent geen andere reden dan dat ik dit leuk vind.

IK VIND DIT LEUK.

Het maakt mijn kop leeg en vult gelijktijdig mijn hoofd met andere idee”n.
Het is ook iets wat typisch van mij is.
Wat bij mij past. En wat mij voldoening geeft. Het praatje en het plaatje.
En de wetenschap niet altijd direct te weten waar dit geheel toe leidt.
Of het wel ergens toe leidt. En al zou het nergens toe leiden, so what”

Als die kunstenaars die ik ook vandaag weer bij Parkhof trof.
De vluchtigheid waarmee zij hun creaties aan de tijd weten over te geven.
Een week geleden stonden er andere op de muur. En geen week later zijn deze weer verdwenen.
Een volgende laag heeft hun werken achterhaald. En zij delen. So, what”

En toch… Weten zij te inspireren. Praten over veel maar zijn toch niet dezelfden.
Wisselen uit en halen een ladder tevoorschijn. Klimmen omhoog. En kunnen dat aapje laten kijken.
Een bierblikje, twee shuttles. Van een voorbije badminton wedstrijd.
En praten over de plek waar ooit de bar stond. Waar nu wat gras de kleur bepaalt.
En waar de rook nog niet is verdwenen. Omdat roken, bier en delen inherent zijn aan elkaar.
Tenminste, als je daar verkeert.

Zoals ik ook in de Hout verkeerde. Daar mensen zag en met mensen praatte.
Een Tribute aan de Beatles. Een jochie van een jaar of vijftien het publiek aan zijn lippen kluisterde.
Zichzelf vol overgave op de guitaar begeleidde.
En ‘Close your eyes’ wat ‘All my loving’ schijnt te heten aan Johnny and his Cellar Rockers deed denken.
Mijn herinneringen springlevend maakten.
Palermo, toen.
En ik Ellen sprak. Aan de telefoon. Haar vertelde dat ik mijn haren heb gekortwiekt.
Het mij een stuk jonger maakt. Het gemak wat mij dient of de verruiging die zich wat laat stroomlijnen.

En ik een keuze maakte.
De gronden maar wat in die tussenfase laat hangen…
Mijn eigen twilight zone in ere houd.
Of simpelweg in stand…

OOGLUIKEND

Gedichten
dicht ik niet
om voor
te dragen

dichten
doe je
als de

lezer
in jezelf;

open je
gesloten

luiken.

20090621-1245616461N2106parkhof839

Ook een knipoog kent zijn plaats.
Misschien ook wel de hare!