molensteen

De een schrijft een boek, de ander onderneemt daadwerkelijk actie. Een derde passeert, een vierde laat zich passeren en een vijfde aanschouwt dit geheel. Een zesde fronst zijn wenkbrauwen, terwijl de zevende uitbundig applaudisseert. De achtste daarentegen keert het geheel de rug toe en terwijl de negende daar een opmerking over maakt verdwijnt de tiende van het toneel. Onderweg. Voortdurend zijn wij onderweg. En het mag dan ook niet geheel denkbeeldig zijn dat juist vandaag daar mijn bijdrage over gaat. Eenvoudig weg omdat Bruno het voornemen heeft om de hele weg naar Santiago de Compostella voor zijn rekening te nemen. In de meimaand nota bene. Hetgeen mij weer aan het denken heeft gezet. Hetgeen ik dan weer met de spreekwoordelijke uitbundigheid voor mijn rekening neem! Hoewel uitbundig, dat valt enigszins tegen. Meer dat ik met gepaste vreugde niet alleen de dag doorbreng, maar ook mijn gedachten de vrije sporen geef. Na het kunstgebeuren in Hal 25 gisteren, kan ik hooguit vandaag nog wat terugblikken op de dingen die daar te beleven waren. Er werd muziek gedraaid, een medley van Jordaan liederen waarbij Tante Leen en Johnny het toch weer voor elkaar kregen om de Jordaan weer eens in alle glans en glorie naar voren te brengen. Kinderen gebiologeerd naar de beeldbuis keken, terwijl de sofa waar zij op waren gezeten ternauwernood de belaste veren kon trotseren. Hetgeen zich dan weer leende om vastgelegd te worden.
Neen, voor vandaag wordt het geheel ietwat beperkt. In die zin dat juist die beperking mij op het volgende spinsel bracht:
ONDERWEG / ben ik /ben jij / zijn wij // WAARHEEN /laat zich dit keer / moeilijk omschrijven
Onderweg. Ook ik ben veelal onderweg. Anders wordt het wanneer het een goede vriend betreft, die zijn Queeste in een mand hoopt te voltooien. Mij geenszins op een dwaalspoor brengt, maar mij juist met bijzondere gedachten kan gaan overspoelen. Simpelweg reis ik mee op zijn tocht, althans die hoop spreek ik bij deze uit, maar… gelijktijdig zal ik hem gaan vermoeien. Waar ik, tot op heden nog geen steen heb verlegd, spreek ik nu alvast de hoop uit…
Morgen, op de valreep, treffen wij elkaar. Dan hoop ik ook mijn steen te kunnen overhandigen. Een molensteen heb ik ooit mijn steen genoemd en juist die steen, tja dat is het geheim van morgen!