mieneke

‘t Regent. Nog steeds geen zonnestralen. Daartoe nodigt de zondag dan ook bepaald niet uit. Meer tot een grote mate van druilerigheid. Wat aan een warm bed doet denken. Gordijnen dicht en bij onvoldoende warmte de elektrische deken maar weer aan. En bovenal de blik op nul. Het gezicht op oneindig en gedachten die zich in een cirkel manifesteren. Een draaikolk waarin het leven dreigt te verdwijnen. Ik de grip op de kolk verlies. En mij maar stomweg mee laat voeren. Niets te winnen en nog minder te verliezen. Mij wentel in een deken van stilzwijgen. Morgen afscheid ga nemen. Van Mieneke in Haringhuizen. De morbide grap van onder de rook van Schagen weer uit de doos haal. Meer in mijn geest dan dat ik deze uitspreek. De behoefte heb aan een sjekkie. Al was het alleen maar om…
Dat onbestendige gevoel overvalt mij de laatste dagen regelmatig. Hetgeen niet verwonderlijk is. Nog geen vijf maanden geleden dat bij D. de telefoon ging. En zij van dat bericht omtrent haar zus op de hoogte werd gebracht. En morgen om 19.00 uur die bijeenkomst zal zijn. Waarbij Mieneke de volledige regie in handen heeft genomen. Ik geef het je te doen. Ik geef het mezelf te doen. En stok in die gedachte. Want denken is dan een ding, mij er een voorstelling van maken een totaal andere. Dan denk ik dat ik te weinig te denken heb. Dat mijn geest zich in mijn eigen luchtledigheid dient bezig te houden. En dat het mij juist dan goed doet als ik iemand passeer die mij gedag zegt. Zelf momenteel de neiging heb om stommetje te spelen. Niet zozeer geen zin maar gewoon om het obligate van de dag aan mij voorbij te laten gaan. Ik mij wat terzijde opstel.
Inhoud geef aan dat Remy gevoel. En weet dat dit gelijktijdig niet terecht is. Dat de wereld vol klank is. En dat diezelfde wereld zich ook laat kleuren. In alle kleuren. Niet uitsluitend grijs. Of zwart. Of wit. Maar van een eenvoudig blauw. Of geel. Dan wel rood.
Een lokaal. Waar de muren wit en de wanden voorzien zijn van abstracten. Een kroeg. De wanden bruin en de geur van verschaald bier door zware shag wat naar de achtergrond wordt gedrongen. Een ruimte die gelijktijdig vriend en vijand speelt. De muren, bruin uitgeslagen en waar het verdriet van afdruipt. Voor hen die daar oog voor hadden. En de weemoed waarmee de jukebox van geld werd voorzien. Kwartjes voor een nummer. En dan geregeld in de herhaling. Iedere keer weer datzelfde nummer. Om dat gevoel kenbaar te maken. Om dat gevoel proberen te delen. Om dat gevoel te gaan ontkennen. ‘As tears go by…’ ‘The wind cries Mary…’ ‘The last time’ desnoods. En bier. Veel bier. Bier waarin ik kon zwelgen. Bier gepaard gaande met sigaretten want een sjekkie draaien zat toen nog niet in mijn vingers. Nu draai ik daar mijn hand niet voor om maar draai ik, hoogstzelden, een shaggie. Een sjekkie of een shaggie. Het verschil tussen sex en seks.
Ook vandaag gaat het toch weer voor een belangrijk deel over hetzelfde. Gelijk mijn dagen veelal hetzelfde zijn. En gelijktijdig ook weer niet. Juist door het besef dat wij allen mensen van alledag zijn. Leven slechts tijdelijk is. Leven bruikleen betekent. En dat je, hoe goed je hiervoor weet te zorgen, altijd rekening dient te houden met dat niet zichtbare, wel aanwezige gebrek. Te vergelijken met een bepaalde vorm van moeheid. Metallurgisch gezien misschien wel metaalmoeheid. Het buigen dat barsten kan inhouden. De spanning die ervoor zorgt dat draden knappen. Het gewicht wat zich laat evenaren. Stomweg door de kracht waarmee getrokken wordt. De verbazing en de schrik die dit weer tot gevolg heeft. De vragen die dan doemen.
Ik schrijf wat af. Ik schrijf de dingen die mij momenteel bezig houden van me af. En dat lucht, in zekere zin, wat op. Het is als een stilstand die neigt naar voorbijgaan. Een stilstaand voorbijgaand. Gelijk die tekst op dat kaartje. Alles gaat door, alles staat stil. Een afbeelding die doet denken aan het Panta Rhei. Alles stroomt, alles is in beweging. Niets is ooit, maar alles wordt, waarbij leven gezien kan worden als een voortdurende herhaling. Los gezien kan worden van geloof. Gevuld kan worden met hoop. Gericht op liefde. In welke vorm dan ook. Zelfs liefde voor de dood. Hoe tegenstrijdig dit ook kan zijn. Maar juist de paradoxen geven betekenis aan het leven. Aan mijn leven. Mogelijk ook aan het leven, dat Mieneke nu verlaten heeft. Haar leven in de dood.
Aan Mieneke.

Ik kwam en keek. Ik zag en dacht.

En toen ik dacht dacht ik dat ik keek.

Maar toen ik nog eens goed keek…

Zag ik een kind

Ben ik een kind van het licht”

Een oud kind”

Een kind”

Een”

Ach, ik ben.

Ik denk.

Ik dacht.