medemblik deel twee

Weet je nog wel, oudje”!
Medemblik kende ooit een Gesticht. Een Rijkskrankzinnigengesticht. In 1923 kwam het op ietwat geruisloze wijze in handen van de Provincie. Het werd als Provinciaal Ziekenhuis in 1967, nadat de laatste patiënten en personeelsleden naar ‘Duin & Bosch’ waren overgebracht, gesloten. Wij zagen het voormalige hoofdgebouw. Niet voor te stellen dat daar ooit gestoorde mensen moesten verblijven. Gedwongen waren opgenomen. Met een Rechterlijke uitspraak van een groot deel van hun rechten waren ontdaan. Ter beschikking gestelden. Toen nog van de Staat. Onrust die werd gecoupeerd door een verblijf op een versterkte afdeling. Met een cellengang. De ‘cellengang’ kon ieder geweld doorstaan, uitgezonderd de tand des tijds. 15 isoleerkamers. En de versterkte afdeling” Geen ledikanten of kribben. Als bed had men een gemetselde cementen bank 10 cm boven de vloer. Op deze ‘onderstukken’ legde men het beddengoed. En het spreekt natuurlijk vanzelf, dat alle (uiterst zware) meubelstukken hecht aan de vloeren en wanden verankerd waren. ‘s Nachts liet men de rolluiken neer voor de ramen van de cellen. Deze werden op de zolder boven de gang bediend”
Ik blader wat door Medemblik. Een episode in de Nederlandse psychiatrie 1884 -1967. Van de hand van dr. L.A.Cahn. En zie de foto’s van toen.


iGer.nl
Ik kan nu niet anders dan een geschrift uit een andere tijd tevoorschijn plukken. Over iets wat mij na aan het hart ligt: psychiatrie. En of dit niet zo gek is” In Enkhuizen kan het nog gekker. Want wie schreven daar niet op ramen en wanden” Namen van gekte kunnen slechts illustreren”
‘Ik werk in een gekkenhuis’, of ‘Anders”!’
Als het er zo staat, klinkt het een beetje cru. Ditzelfde doet zich voor in het gegeven van “ik lig in een ziekenhuis” en “ik zit in een inrichting”. Tussen de woorden liggen en zitten ligt of zit het verschil besloten. Door de, wellicht shockerende entree, ‘ik werk in een gekkenhuis’, wordt dit verschil bestendigd. Toch werk ik daar, weliswaar niet direct met gekken, maar indirect wel zeker. Ik leid mensen op die oog moeten krijgen voor mensen die, ogenschijnlijk, niet direct lijden. De vraag die impliciet in deze stellingname besloten ligt/zit is het gegeven dat mensen, psychisch, kunnen lijden. Lijden mensen psychisch”
Op deze vraag moet ik, helaas, bevestigend antwoorden. Bijvoorbeeld zoals het verhaal van Hans. Drie dagen geleden opgenomen op een PAAZ. Hij vertelt dat hij een wereldreis aan het organiseren is om alle wereldburgers te vertellen dat hij komt om de samenleving te veranderen. Er zal dan geen ruzie en strijd meer zijn. Mensen zullen in liefde met elkaar kunnen samenwonen. Hij boekt een reis naar de Verenigde Staten en heeft een makelaar ingeschakeld om zijn huis te verkopen. Dag en nacht is hij met ‘de zaak’ bezig en gunt zich geen tijd om te eten en te slapen. De huisarts wordt ingeschakeld. Medicijnen om tot rust te komen weigert hij. Hij is niet ziek. ‘De wereld is ziek’ is zijn volle overtuiging. In overleg met een psychiater van de Riagg wordt een InBewaringStelling uitgeschreven.
Op de gesloten afdeling is hij voortdurend bezig zijn ‘boodschap’ over te dragen op iedereen die hij tegenkomt. Hij schiet van de een naar de ander. Soms springt hij ineens op een tafel en begint mede-patiënten ‘toe te spreken.’ Ook nu gunt hij zich geen tijd om te eten en te drinken. Hij verzorgt zichzelf slecht. ‘s Nachts is hij erg onrustig en loopt veel over de gang heen en weer. Hij maakt mede-patiënten wakker om ze te vertellen dat hij hen komt ‘verlossen.’


iGer.nl
Ja, mensen lijden psychisch en met het gevaar de open deur een klein beetje verder open te trappen, met dat gegeven moet ik mijn leven verder leiden. Mensen kenmerken zich door hun onvolkomenheden. Ieder van ons wil graag…. en met dat gegeven beginnen we al te worstelen als we ternauwernood de vuile luier tot vuile luier bestempeld hebben. Met dat tekenen wij gelijk ons levenslange vonnis, nl. onze levenslange afhankelijkheid van anderen. In wezen begint dan het leven dat wij zullen gaan leiden, het lijden. Lijden intrigeert; er is geen beter vermaak dan leedvermaak en het overleven van de ander, de strijd om het bestaan neemt een aanvang. Wij, als mensen, gaan op jacht naar abstracties als geluk en de zin van zijn “f, zo je wilt de zin van je bestaan. We gaan op jacht naar grenzen en komen steeds opnieuw tot de ontdekking dat we, feitelijk, een grenzeloos bestaan kennen. We gaan op jacht naar zijn in een wereld met anderen en komen, ieder apart, steeds opnieuw tot het inzicht dat dit gegeven niet meer dan een tijdelijk gegeven is. We gaan op jacht naar zekerheden, waarheden, maar komen steeds meer tot de ontdekking dat de wereld bestaat bij de gratie van de onzekerheid. Dit feit te accepteren lukt niet, laat staan dat dit gegeven in ons leven te integreren valt.
We proberen wanden te beklimmen die het uiterste van ons vergen, verlaten ons op de idee genoeg veiligheden te hebben ingebouwd en storten “f naar beneden “f in elkaar. We verplichten elkaar, jezelf, tot het maken van keuzes, maar kunnen de consequenties lang niet overzien. En dat is maar goed ook, tenminste voor het leeuwendeel van de mensheid, wat mij gelijk brengt op de groep mensen die afvalt, in elkaar stort of simpelweg besluit zich in de aarde te storten. De mens die op een bepaalde dag tot de ontdekking komt dat door het niet maken van een keuze, de keuze wel degelijk werd gemaakt. Dit lijkt een paradox, maar is het niet. Mensen in het algemeen, wetenschappers in het bijzonder, trachten menselijk gedrag te benoemen, te plaatsen opdat “de ander” hanteerbaar en in het bijzonder verklaarbaar wordt voor die ander. Mensen in het algemeen leven bij de gratie van de ander en zo er geen ander zou zijn, zou de mens zich niet vermoeien met de vraag “besta ik”, laat staan met het gegeven van de zin van zijn/haar zijn.
In wezen kom je dan bij de kern van de zaak nl. de vraag: “Besta ik”” Door het gegeven dat de ander in staat is deze zin te lezen c.q. aan te horen en er op wat voor manier dan ook antwoord op te geven, vindt er gelijktijdig een bevestiging plaats van deze, zojuist gestelde, vraag. Gelijkertijd begint dan de tweeling weifel en twijfel de kop op te steken. De wereld en het leven zijn een abstracte realiteit evenzo de droom, fantasie of illusie. Het zijn, ook weer gelijktijdig, elkaars antipoden, wat zich, verklaarbaar, voordoet in het gegeven Noord- en Zuidpool. Daartussen bestaan individuen, wezens die deze aarde heeft voortgebracht. Wezens die tijdelijk deel uit maken van een totaal proces dat wij, mensen, trachten te verklaren door de term evolutie te gebruiken. Wij zijn, sterker nog, ik ben en met mij zijn zovelen. Zij, net zo goed als ik, kenmerken zich door, individueel, te zijn. De vraag of wij zijn, wordt bevestigd door het zijn van de ander. Zij die niet zijn, hebben, in het verklaarbare gegeven van de Grootste Gemene Deler, afstand genomen van dit gegeven, door welke (on-)verklaarbare oorzaak ook. Toch zijn ook zij er en wil ik, om persoonlijke redenen, niet om dit gegeven heen.


iGer.nl
Ik werkte ooit in een gekkenhuis en door dit gegeven gaf ik inhoud aan mijn bestaan. Echter, als “zij” zich toen niet meer lieten benoemen, hield ik op te bestaan.
Maar of ik dan die die putjesschepper was geworden”
Een jaar geleden. Een jaar geleden dat de bovenstaande tekst aan dit schrijfmasjien ontworsteld werd. Want ook toen was het een bepaalde mate van worstelen met gedachten die een eigen entiteit vertolkte. Een eigen materie als het ware. Ik rakel ze vandaag hartstochtelijk op. Opdat wij niet vergeten. Een gekkenhuis is één ding en de depressie van de VPRO van dinsdagavond een andere. 30 Elektroshocks voor een andere Hans die toen, opnieuw, zijn levenslicht mocht gaan aanschouwen. Jules Tielens die zijn licht over de depressie liet schijnen. De man achter de bemoeizorg. De man ook die, met een zeker realisme, de wereld van de pillen tot zijn beschikking heeft. Maar liever ingaat op die andere vragen, die andere behandelingen, die andere mogelijkheden binnen de gangbare wegen. De wandeling die hij voorstelt om juist deze ongrijpbare materie wat grijpbaarder te maken. Begrijpbaar voor een buitenstaander. Anders kan het haast niet anders zijn…

Door diepe dalen

tastend

naar het licht

zoekend

in het duister

opnieuw

een vergezicht

Bergen

verzettend

rakelings

langs een ravijn

de grootsheid

van de einder

de MENS daarin

zo klein…


iGer.nl

Post Scriptum:

Ik bezocht een fototentoonstelling in de bibliotheek onder de noemer: ‘Ontmoeting.’ Een samensmelting van een schrijfclub en een fotogroep. Vriendenvanhetschrijven en fotoclub ‘De Waag/De Horn.’ Kwam bekende namen tegen. Rob Sieben. Gerard Koopen. En permitteer om de tekst van Medemblik met hun werken te illustreren. Zonder toestemming. Wel nu met vermelding…