Marlies

Dat een hart vol verwachting klopt, laat zich raden. Anderzijds laat het hart zich niet vol verwachting verleiden. Hoe zit dat dan” Een oproep om hier eens een antwoord op te geven.
Hooguit dat de tekstschrijver van ooit dit lied, zich liet leiden door dezelfde omstandigheid: de verwachting. Zoals wij ook op andere momenten met verwachtingen bezig kunnen zijn. Het winnen van de staatsloterij bijvoorbeeld. Of een avondje uit in een Casino. Het Holland Casino. Waar de spelers drankjes worden aangeboden, waar het rien ne va plus’ bij herhaling klinkt en waar het schudden der kaarten nauwlettend door camera’s in het oog wordt gehouden.
Een uitgaansgelegenheid van de eerste categorie. Een mogelijkheid om eens lekker met geld te gaan smijten. Een plaats waar gekeken en gezien worden mogelijk, de boventoon voert. Een hotspot. Alleen… ook hier slaat de recessie toe. Holland Casino gaat ook mensen ontslaan. Croupiers die straks de hand dienen op te houden, het balletje dat stil valt en de drankjes die worden vervangen door een enkel glaasje prik. Dan alleen wanneer de inzet lonend is. Loon dus. Geld en daarbij de mogelijkheid om dit tegen goederen in te gaan ruilen. Het strijdlied dat ooit klonk: ‘mensen noem elkaar geen mietje, een keer zing je allemaal, allemaal hetzelfde liedje, het is de schild van het kapitaal…’ Want in die wereld verkeren wij nog steeds. Iedere dag opnieuw zijn het die stromen die onze dromen voor een belangrijk deel verstoren. Iedere dag opnieuw wordt er met miljarden gesmeten, terwijl ik geen flauw idee meer heb waar het nu eigenlijk om gaat. Iedere dag opnieuw staat er een andere wereldverbeterende econoom op, om zijn inzicht, mogelijk zijn gelijk te gaan halen. En dan te bedenken dat economie geen zuivere wetenschap is, laat staan neigt naar zuivere koffie. Want ook koffie kent een bijsmaak. Fair trade, lik liever mijn billen af. Want het is zo genant om daar het woord reet op te laten rijmen…
Een dag bij Marlies. Met de rolstoel naar buiten. En dat klopt niet: zij is een jonge meid, maar stikt van de pijn. Haar pijn belemmert haar in haar zijn: en dat klopt helemaal niet. Onder de dope is het nog net geen doedelzak die haar gezichtsveld kleurt. Maar schrijnend is het wel. En dat schrijnende maakt het voor mij nog wat schrijnender. Iets te doen, de rolstoel duwen, naar buiten gaan en haar te zien strompelen, hooguit een meter of veertig wat zij, hangend aan de handvatten van die rollende stoel te zien voortbewegen, doet ook pijn. Niet zozeer fysiek, maar iets wat doet denken aan dat eerste: dat van die verwachting. In het hoofd. Dat dit invloed heeft op mijn hart, voorspelbaar. Dat de verwachting is dat het zal gaan minderen en haar weer in balans zal brengen, is die verwachting, die hoop. En dat zij zoveel positivisme uitstraalt, valt in haar te prijzen. En dat ik soms nalaat haar hiermee te complimenteren, voegt slechts misprijzen aan mijn optreden toe. En toch…
Hadden wij een goede dag, konden van elkaar genieten op een wijze die het leed naar de achtergrond dwong. Want leed is het. Te overzien leed, zou zij zeggen. En dat doet zeer: mijn hart doet dat zeer. Terwijl ik weet…