Marga H & foto C


iGer.nl
Een prikkel die doet denken aan denken, kan haast niet veel meer zijn dan een gedachte die zich ergens, in mijn onuitputtelijk brein, voortbeweegt. Misschien is voortrazen een beter woord. Met de snelheid van een lichtjaar worden verbindingen tot stand gebracht. Kom ik een kwartje onder ogen en laat ik dit beeld tot leven komen. De foto, niet gemaakt, maar in mijn geest tot leven gewekt. Een geest die zich ternauwernood tot leven laat wekken. En dan:
een beeld wat zich ergens in mijn geest heeft vastgehecht. Omdat ik een poging ondernam om dat beeld voor mezelf vast te leggen en ik de beschikking had over woorden en het één kon koppelen aan het andere. Hoewel het beeld verbrokkeld werd door de tijd, bleef dit beeld me altijd bij. Zag ik er zelfs de bloemetjesjurk bij. Die op een bepaalde dag, door een bepaald bedrijf op een bepaalde manier door de ‘strot’ van bepaalde mensen werd geduwd. Als het ware dan. Want de meeste mensen daar aanwezig waren nauwelijks in staat om hun voorkeur naar voren te brengen. In een tijd dat voor de ander werd gedacht. Waarin de afdeling zich kenmerkte door de grote mate van voorspelbaarheid. Waarin het voedsel door een keukenmachine op voorhand werd verpulverd. En dit geheel onder de noemer Meulengracht naar de afdeling werd gebracht. Waarin gamellen een belangrijke rol speelden. En waarin de medicijnen soms terug te vinden waren in de vla die ook in een aangepaste gamel naar de afdeling kwam. En er in geen velden of wegen meer gebitten waren te ontdekken.


iGer.nl
En de tandarts” De tandarts in het begin van een opname aan het werk was. Om restanten te trekken. Want het was veel makkelijker om met tandeloze mensen verder te gaan. Tenminste, als het aan de afdeling lag. En vaak lag het aan de afdeling. Met name indien er sprake was van een bepaalde chroniciteit. En chronisch ziek zijn lag direct op de loer. Als familieleden zich van de betrokkene afkeerden. Eindelijk eens rustig konden ademhalen. Zich ontworstelden aan het fenomeen van de mantelzorger. En wisten dat het bed klaarstond. Op de betreffende afdeling. Of op de ziekenzaal. En de daaraan gekoppelde toezichtzalen. Met allemaal koppies die ‘s nachts ongestoord lagen te ronken. Te zuchten en te steunen. Of in hun slaap begonnen te praten. Terwijl er overdag geen stom woord werd gewisseld. Omdat er dan weer sprake kon zijn van een stoornis. Of een eindeloze herhaling. Van een beweging. Van een woord.

En geenszins het laatste woord. Het laatste woord kwam veelal van een arts. Indien een laken over dat koppie werd gelegd. En de laatste eer nog plaats ging vinden. Tenminste”


iGer.nl

In oudere beelden werd de laatste eer ook vastgelegd. Daarop zijn een aantal kraaien te zien en werd iemand soms in een armengraf ter aarde besteld. Geen verwanten meer te bespeuren. Behalve als men dacht dat er nog wat te halen viel. En de teleurstelling groot was indien de uitkering opgegaan was aan de kosten van de eigen bijdrage. De AWBZ. En het moment waarop deze eigen bijdrage werd ingevoerd: het moment waarop een aantal patiënten zich acuut verbeterd dan wel hersteld meldde. Ergens in de jaren zeventig. Er ook mensen waren die daar eerlijk voor uit kwamen. Noem hen geen profiteurs. Want zo zagen zij zichzelf absoluut niet. Maar ergens gaven zij wel blijk van dat steekje. Dat toch wel erg los zat.
Ik kwam vanavond Marga tegen. In het fotocaf”. Volgt de opleiding tot verpleegkundige bij het NOVA-college in Haarlem. Loopt momenteel stage op Prof. van der Scheer. Op Dijk en Duin & Bosch. Want dat van die dijken spreekt mij nog steeds niet helemaal aan, laat staan Parnassia. Opname ouderen. Geriatrie dan wel Gerontologie. Ook een afdeling die Marlies tot op zekere hoogte nog weet te boeien. Wat soms blijkt uit de verhalen die zij vertelt. Hoewel de laatste tijd wat minder. Simpelweg door omstandigheden.


iGer.nl
Over die tijd en al die andere tijden gaat het vandaag. Want de oudere mens bljft ook mij, in zekere zin, bekoren. Zeker na vanavond. Ik de rol van een chagrijn mocht gaan vertolken. Dit keer achter de bar. Met een strop van de Gemeente om. Vanwege de foto opdracht van Eric.
Geen Demens Dement dit keer. Laat ik laken weer eens uit de kast halen. Voor zover er iets uit de kast te halen valt, maar dit terzijde. Ook nu draag ik dit gedicht op aan mensen die wij allen kennen. Mensen die er zijn en dan zomaar weer verdwijnen. Gelijk de Sint straks zijn verjaardag viert. En dat verhaal wat aan zijn status gekoppeld kan gaan worden. Van de drie kinderen die hij van een wisse hongerdood wist te redden. Althans, wat de overlevering kan doen geloven. En wat mogelijk nog meer verscholen gaat. Simpelweg in tijd. De Sint die zomaar in het niet verdwijnt. En waar ik, op geheel mijn eigen wijze, nog even aandacht aan besteed. Als vorm. Als inhoud. Ook nu weer kies voor die bepaalde traditie. Rituelen bij het leven. En het voortjagen van al die prikkels in mijn eigen universum. De rust die uitgaat van Laken. Maar is rust in deze wel het juiste woord”!
Laken
Een kreet
die weinig opzien baart
een hand
die zinloos verder graait
een mond
die woord’loos zichtbaar murmelt
een huid
die plooit, doorgroeft gelaat
een oog
dat staart naar ander einder
een armzalig
kwetsbaar wezen
geplet
tussen kraakhelder
laken.


iGer.nl