Magritte


iGer.nl
Het gaat er niet om wat je ziet, maar hoe je ziet! Nu weet ik wel dat ik deze uitspraak al eerder te berde bracht, maar ook deze uitspraak blijft mij fascineren. Neem nu mij n lichtende fotowerk. Niet dat ik me daar regelmatig voor op de borst sla, maar zo af en toe zitten er juweeltjes in mijn glazen oog verscholen. Nemen ook mijn lenzen de moeite om die ene lens een poets te bakken. Bijvoorbeeld wanneer de horizon van wijken wil weten. En ik iedere keer met een schuin oog naar Jan Hemels staar. Een knipoog ontdek, bij het sluiten van mijn ogen. Een nogal verwarrende omschrijving, die ook regelmatig van toepassing kan zijn op de kunst, die voor mijn geestesoog verschijnt. Waarmee ik me dus bewust in het mijnenveld begeef.

iGer.nl
Neem nu onderstaande foto. Het kent verschillende elementen. Aan de ene kant de realiteit, de andere kant een vleugje surrealisme. De eenvoud van Mondriaan wat doet denken aan Victory Boogie Woogie, met de fascinatie van een Rene Magritte. Een bijzonder noemenswaardige Belg, die er niet tegenop zag zijn gezicht in een appel te transformeren. Of een regen mannen met bolhoeden te laten passeren. Een bolhoed. Wat hem het uiterlijk geeft van een Engelsman. Meer in het bijzonder: een butler. Ik laat Jan in dit gegeven schuilgaan. En ben gelijktijdig onder de indruk van dit beeld. Niet in de laatste plaats omdat dit intrigeert. Nog veel meer dat dit fascineert. Mij raakt. En mij daardoor weer aan het denken zet. Denken op een dwaalspoor. En juist door deze ontdekking mij oude wortels weer weet bloot te leggen. De zin van de waan. De waanzin van de dag. De waan van de dag. Van gisteren. Vandaag. En morgen…

iGer.nl
Magritte gebruikt de schilderkunst om het denken zichtbaar te maken. Magritte ook die een zichtbare pijp schildert en daaronder de woorden: Ceci n’est pas une pipe. De waarneming die een denkproces tot leven wekt. Want zijn verhaal klopt. Je kunt, in zijn woorden, deze pijp niet stoppen.
Je kunt, zoals zovele dingen, je gedachten de vrije loop geven en dan ontdekken dat je verdwaald bent in je eigen, soms grimmige, fantasie. Juist dan kun je beticht worden van die waanwereld en dreigt men je de diagnose van hallucinaties op te gaan spelden. Het verschil met de realiteit wordt dan dat er geen sprake hoeft te zijn van een prikkel. En juist bij dat ontbreken van die prikkel zet ik mijn vraagteken. Want hoe miniem, ergens in dat grote brein hoeft en maar even een kortsluiting te zijn, waarin twee energie kernen tegen elkaar aan botsen en de prikkel is daar. Niet zichtbaar. Maar wel degelijk zich voordoend in dat grijze gebied.
Magritte probeert dit als volgt te omschrijven: De zichtbare gedachte.
Tussen het zichtbare en zijn verschijningsvormen enerzijds en het onzichtbare en de gedachten anderzijds ontstond ruimte voor een poetisch-beeldend contract, ruimte voor een spiegelend verbond tussen de beelden en hun betekenis. Magritte sloot dit pact van onzekerheden en wonderen in zijn schilderijen. Het is echter een duivelspact, want de partijen die het ondertekenen, zijn naar hun aard zo onverenigbaar en zo heterogeen dat hun vereniging of botsing niet eens tegenstrijdigheid oproept.

iGer.nl
Woorden passend bij de beelden. Beelden ook waar ik me te pas en met grote regelmaat ook te onpas schuldig aan maak. Het heeft te maken met dat dwaalspoor. De ander op een verkeerd been te helpen. Zaken uit een logisch verband te halen. Te rukken als het ware. Of de ledigheid van een ruimte te vangen. Bewust te kiezen om daar een mens in te plaatsen. De muur te laten wijken. En het vermoeden van een achterliggende zaal te laten voor wat deze is: niet meer dan een veronderstelling. Commentaar bij beeldjes laat ik veelal achterwege. Dit keer heeft het veel weg van een uitzondering. Gelijk regels zich ook regelmatig laten schenden. Zoals nu… misschien”!

Dit is geen tas. Dat is geen peuk.
Dit is geen tas. Dat is geen peuk. En zeker geen stoep, laat staan een balustrade.