losmaken

20090414-1239744539N1404mare1050

Niet altijd even vrolijk geweest in mijn verleden. Af en toe droop zwartgalligheid uit mijn pen. Melancholisch is nog te licht. De zwaarte van het leven en het gegeven feit dat relaties, hoe belangrijk ook, wel aan belang ernstig konden inboeten.
Als ik om mij heen keek. En dat deed ik toentertijd.
Omdat ik probeerde vat te krijgen en te houden op mijn omgeving. Om die omgeving als het ware naar mijn hand te zetten.
Of omdat ik het soms ook niet meer wist.
Mijn omgevingen mij overvielen. Door andersoortige stemmingen.
Of simpelweg omdat relaties ook toen een zekere toon ten toon spreiden. In lessen. Voor levenden.
Of juist in lessen voor hen die anders leefden. Anders tegen zijn aankeken. Langs elkaar heen leefden.
Gedwongen door omstandigheden die zich deels in hen en deels buiten hen voordeden.
De grip kwijt raakten.

Op zijn. Op haar zijn. Op zijn zijn. Op elkaars zijn.
De vervreemding. De achterdocht. De angst.
En ik mocht daarover praten. En denken. En gedachten delen. Naast de feiten. Een scheiding die werd aangebracht.
Somatische verpleegkunde. Psychiatrische verpleegkunde.
Pathologie of ziekteleer. Psychiatrie…
Ook deze verhielden zich als vreemden ten opzichte van elkaar.
Alsof ook zij last hadden van een zekere kunstmatigheid.
Er geen sprake was van de een of ander vorm van eenheid.
E”n gekunsteld onderscheid. Ontstaan vanuit de oudheid.
Toen opleiden nog in de kinderschoenen stond.
Zeker in de gestichten. Oppassers en oppasseressen en af en toe een verdwaald mens.

Zoals de van Duurens zich ooit lieten omschrijven:
veel meer leidde hen menschlievendheid en gevoel voor menschenwaarde.’
Blijf ik zomaar weer wat in het verleden hangen.
Komt waarschijnlijk door die vermaledijde schoolbank.
Kwam weer een berichtje tegen en ja, ik ben nu eenmaal op leeftijd.
In het kader van loslaten mag ik sommige dingen losmaken.
Alsof mijn verleden toekomst heeft.
Geen verleden zonder heden. Of dingen die er echt toe doen.
De dagelijkse dingen dus. De 4 D’s. Doe er nog een fragmentje Deo bij en je zit helemaal gebeiteld.
En dan heb ik het niet over oksels, waar het klamme zweet uitbreekt.
20090414-1239744454N1404mare042
Want in Santpoort staat/stond dit beeld. Voor de ingang van het gesticht.
Met juist die eerder genoemde tekst erop.
In het kader van geschiedenis van de psychiatrie mocht ik ook dit onderdeel verzorgen.
Deed dit veelal op mijn manier. Probeerde ook hier weer de eigen draai.

Liet me verleiden om met grote sprongen heden en verleden aan elkaar te koppelen, opdat een beeld van de toekomst zich voor zou kunnen doen. Was een tikkeltje anders dan van Rob Stam. Hoeveel leerlingen heeft hij niet beziggehouden”
De man van de verdieping. Uit heel anders dan thuis.
Maar wie is dat niet” Ook ik bezondig mij daaraan.
Of liever gezegd bezondigde mij daaraan want momenteel ben ik alle dagen thuis. Door omstandigheden. Genoeg daarover!
Ben vandaag ook nog aan de wandel gegaan.
En mocht de tuin gaan onderhouden, nadat Ria mij hieromtrent had onderhouden.
Want anders was ik zomaar weer gevlogen. Met het cameraatje in mijn hand leg ik alle dingen vast. De dingen die mij raken. Of fascineren. Of waarvan ik denk dat het iedere keer weer unieke beelden zijn die ik probeer vast te leggen. Haaks staan op dat loslaten. Vasthouden. Loslaten. Losmaken. Iets los gaan maken.

En dat lees ik dan weer terug. In de zinnen van anderen. Neen! De namen kun JU lezen. Ik verklap niet meer dan die namen. Omdat zij daar zelf mee tekenen. Omdat de verhalen zich op een ander moment mogelijk zullen voordoen. Indien de tijd daar rijp voor is. Of de omstandigheid een rol gaat spelen. De samenloop.

Want toeval…

BIJZIT

Zij zijn vreemden
van elkaar
geworden, de vlam
der lendenen
gedoofd, gedogen
zij elkaar
en zitten naast elkaar
ieder
op de ander te wachten;

geen gebaar
dat iets van liefde,
tederheid uitstraalt,
zijn zij
tot elkaar

veroordeeld,

wachten,
lange, kille
nachten

tot op een dag….

Diekstra had het vandaag over meer techniek, minder beschaving.
Over het aanwezig zijn en toch afwezig. De mobiele telefoon.
De iPod. De laptop die pontificaal op tafel wordt gezet…

En de mens die keuzes maakt.
De pratende mens. De tikkende mens. De denkende mens. De doende mens. De afgesloten mens.
De cocoonende mens. De gecapsuleerde mens. De afhankelijke mens.

Afhankelijk van anderen. De mens met hyves. De mens met hypes.
De mens van de vooruitgang. En de conclusie die Diekstra trekt:
vooruitgang is een merkwaardig verschijnsel.
Want blijkbaar hoe meer techniek, hoe minder beschaving.
Bracht dat mij op dit gedachtespoor. Ge”nt op mijn verleden”

Genoeg gewauwel. Zie maar wat JU doet vandaag! Ga ervoor!
Ik houd JU niet tegen!

20090414-1239744372N1404mare1070