Liefde

Het moet wel opvallen! Een week zonder enige visuele uitspatting. Weer eens wat anders dan die voorspelbare zaken waar ik me geregeld onledig mee houd. Nu valt het op zich met die onledigheid over het geheel genomen wel mee, maar de doorsnee van de alledaagse dingen dwingt mij als het ware weer eens een andere toon aan te slaan. Ik zou me haast wel kunnen voorstellen dat ik me weer eens aan een gedicht vergrijp. Van zo’n kleine 25 jaar geleden…
LIEFDE.
Je bent zo broos / maar weegt weer zwaarder / Je bent zo teer / maar lomp gekleed / Je praat zo lief / maar onbehouwen / Je bent zo zeker / maar balanceert / Je doet zo goed / maar moet verliezen / Je denkt te zijn / maar bent er niet / Je bent er dan / maar ook weer niet.
Je blijft broos, lief zeker / verteert: / LIEFDE.
VURIGE LIEFDE.
De kakofonie / van zijn wereld / beleven; // iedere prikkel / is er een teveel / zijn halsbrekende / dagdromende bed / avonturen geven ruimte / aan zijn bloedstollende / gedachten vluchten / overschreeuwen in hem / zijn intense verdriet.
Zijn imago als / veroveraar / verbleekt / als de Lithium / zijn geliefde / tot het bot / uitmergelt.
Aangepast / blijft zijn LIEFDE gloeien; / uitputting kan / geen risico lijden.
Bewust voorzien van een fout! Het lijden had leiden moeten zijn. Misschien had dulden een meer verantwoord woord kunnen zijn, maar ik schreef het toen met een zekere bedoeling. Een bedoeling die heden ten dage mogelijk een discussie uit zou kunnen lokken. Ik geef grif toe dat dit geen toonbeelden zijn van een uitgesproken dichterlijke geest, in tegendeel, meer de uitgesproken gedachten die toen in mijn kop rond maalden.
Zo had ik ook wat spreuken bedacht: het ziekenhuis, een kwalengemeenschap. Privacy in de gezondheidszorg: daar word je beter van! Be imple, en houdt het simpel! Wat je ook doet, mensen blijven plassen!
Niet direct hoogstaand, maar het luchtte wel op. Het zette mij aan het denken en juist die gedachten probeerde ik toen vast te leggen. Met als gevolg dat ÍK BEN VOOR NIEMAND IEMAND MEER’ ooit in druk verscheen. Het tweede voornemen dat bewaarheid werd. En de deceptie in zekere zin van ‘Afscheid.’ Misschien was ik, op mijn manier, ook wel met een ietwat megalomaan idee aan de loop gegaan. Hoofdbrekens gingen mij nu eenmaal beter af dan halsbrekende toeren hoewel Afscheid een nekslag had kunnen worden. De hond was er al en ook de stok werd aangereikt door mijn eigen onbenulligheid…
Laat het verleden rusten om vervolgens over te kunnen gaan naar de volgende stap: loslaten. Maar ik blijf lekker op die drempel talmen, misschien wel uit een sadomasochistisch genoegen. De slagen die mij pijn doen en het genot dat ik ervaar. Althans in mijn verbeelding. En met die verbeelding van mij ga ik nog geregeld aan de loop. Tot groot genoegen van mezelf en mogelijk een ongekende vreemdeling…