LidL

20090605-1244233636N2002mare681

Want als JU het goed beseft verkeren we nu in de nadagen van het voorjaar.
Als JU het ‘overal’ bekijkt verkeer ik in, wat men zou kunnen zeggen, ‘de herfst van mijn leven…’ Grijs als het ware.
Wat ik, op zich, wel weer een mooie vind. Qua omschrijving en gekoppeld aan mijn haardracht kan ik me hier prima in vinden. Alsof ik de pretentie heb hier iets van te vinden.
Ik ga gewoon met de tijd mee…

Want vooruit en achterom zijn mogelijkheden die ik juist in dit heden kan gebruiken.
Om een ander te ontmoeten. Karin. De enige leerling die ik de antwoorden van een toets gaf.
En zij in staat bleek de vragen daarbij te bedenken. Zo’n ‘opgewonden standje’ leek het toen.
Er moest een soort van ‘proces verbaal’ van komen. En dat was nieuw voor mij. Zoals alles in Amsterdam nieuw was. Offici”le commissies. Een examenbureau. Een onderzoek van de inspecteur.
Die mij attendeerde omtrent de toetsen en de strekking van diezelfde toetsen.
Als formele en offici”le examenstukken. Ongeacht de kwaliteit.
Een niet bestaande beoordelingscommissie die daar wel/geen fiat aan kon hechten.
Want van een ietwat informele Inservice opleiding waren we gepromoveerd tot een echte school.
En op die school mocht ik Karin les gaan geven. Een verkorte opleiding voor niveau 4.
BBL. Werkzaam in een zorgcentrum en stage lopend in een ziekenhuis.
Woonachtig in Alkmaar trotseerde zij regelmatig de files. Uiteindelijk brak haar de tijd op.
Maar toen was zij al werkzaam als verpleegkundige in het Boven IJ ziekenhuis.
Op die plek die Harrie Slinger al omschreef als ‘ik verveel me zo in Amsterdam Noord…’
Wat hij deed met Drukwerk. Dat rooie petje op z’n kop wat de associatie van een condoom opriep.

Ik verveel me minder vaak in Alkmaar Noord! Want lopen maakt mij vindingrijk!
En als de natuur haar gang weet te gaan, het stikt van de hoveniers van een sociaal werkverschaffingbedrijf,
naast het leunen ook nog vuil verwijderen wordt, leeft alles en van alles op. Komen de gesprekken vanzelf tot uiting.
Al is dit bij Lidl. Want daar kwam ik Karin tegen.
En natuurlijk kwam de vraag…

Dus greep ik mijn tong en schetste mijn zijn. Een jaartje, mijn jaartje in een notendop.
De vruchten die zich in mijn lichaam voordoen, het abrupte afscheid van mijn bezigheden
en de geraniums die op de markt verkeren. Aan markten geen gebrek!

Ik had haar belangstelling. Oprecht! Tot zij de vraag stelde bij welke cardioloog ik liep.
Henneman, zei ik in eerste instantie. Die werd een jaar geleden bijzonder actueel.
Op Burgersdijk kon ik niet komen maar de Ruyter en Prof. Dr. Alf Arnolds vlogen
zonder haperingen over mijn lippen. En nog steeds keek zij mij aan. Tot ik bij dokter Kimman kwam.
Maar ook deze naam kende zij wel maar was niet haar behandelaar…

Bij Lidl kwam ik dus spontaan een lotgenote tegen.
Een stijve linkerarm. Waar ze mogelijk verkeerd op had gelegen.
In haar slaap. Pijn die blijft zeuren. Pijn die maar niet overgaat. Een watertje om de pijn te verzachten.
En Cor nog een drankje. Gezellig tot zich wat afwezigheid voordoet. Haar huid klam wordt.
Een zekere ongerustheid zich van haar meester maakt. De huisartsenpost wordt opgezocht.
Bekend is met wat hoge bloeddruk en een te hoog cholesterol. Maar ach,… tot zo!

Niet dus! Per ambulance naar het MCA. Drie stents. Gedotterd.
Zij had in eerste instantie baat bij nitrobaat. Maar vertoonde ook weer van die atypische dingen.
En het ‘ach, het valt wel… tegen dus!’

Gekatheteriseerd. Stents en aan de Plavix. Maar ook weer aan het werk.
In het MCA. Afdeling orthopedie. En andere middelen.
Maar niet meer om kwart over zes weg. Naar Amsterdam. Niet meer om zes uur thuis.
En dat vier dagen in de week. 46.
En lid van de lotgenotenclub. Een pak van mijn hart.

Voor haar ook voor jaar. Maar nog weer anders…
VOORJAAR

De zon brak fel de hemel open
de aarde joeg de winter weg
de auto kwam hard aangereden
sneed de sneeuw grof van de weg.

Een klokje klingelt in de zon
het landschap lacht, verblijdt
een boer die op de winterweg
de auto die hem snijdt.

Een greppel wacht gelaten af
het water baant zich weg
het voorjaar fladdert door ‘t land
de boer, de auto, pech.

De zon verschool in grijze mist
zag en keek niet meer
het landschap huilt, de boer
zeeg neer en hoort

geen lammetje meer.

20090605-1244234000N1804prunus215p

Zoek daar dan weer de plaatjes bij want ook in haar situatie had

het ook anders kunnen lopen…