Li Wan Tai Fu…

Nu heb ik niet zoveel met flora en over fauna laat ik mij liever niet uit. Maar als ik dan ergens onderweg wat bloemen tegenkom, kan ik het toch niet laten om deze te vereeuwigen. Was het alleen maar door het feit dat dit niet die voorspelbare tulpen dan wel zonnebloemen zijn. Eerder iets exotisch dat je niet dagelijks zult tegenkomen op je levenspad.

En dat vraagt natuurlijk om de nodige aandacht, hetgeen ik bij deze dan maar naar voren laat komen. ‘t Is weer eens wat anders, naast de restanten van die vogel die ik postuum een rol heb laten spelen op mijn doorgaande berichten. Leven en dood, het gedenken van het sterven naast iedere dag opnieuw een vorm van levenslicht te kunnen aanschouwen. Ach, ik geef je het te doen en je dient er dat nu eenmaal mee te doen. Waardoor een zekere banaliteit ontstaat, je het gewoon gaat vinden en bij het naderen van het einde van deze dag je jezelf afvraagt wat deze voorbije dag je vandaag gebracht heeft.

Zonnenschijn volop, het verzamelde stof van een week via de zuigslang naar een volgend compartiment gebracht, de soep die zo heet mogelijk dient te worden gegeten en de pakjes en blikjes en vooral die verse groenten die de smaakpapillen weten te verleiden. Om over de toegevoegde sambal maar te zwijgen. Een tong die wordt gestreeld en waar een Hong Kong chinees zijn vingers bij zou kunnen aflikken. Want eten met die stokjes, dat gaat mij niet makkelijk af, in tegenstelling tot slurpen en boeren, hetgeen in China gebruikelijk schijnt te zijn om te laten blijken dat het vlees (misschien van een hond) je wel goed gesmaakt heeft.

Dat ik me op China richt komt waarschijnlijk door die ene tekstregel die de hele dag al met mij meegaat: ‘Lie Wan Tai Fu, gaat weer naar Shanghai toe, aan de Jangtse Kiang, daar voelt hij zich fijn…’, naar alle waarschijnlijkheid. Dat hij daar zijn eerste Lotusbloem heeft gekust, zal daar mogelijk wel debet aan zijn!