Levensweg (en een hart onder de riem!)

EEN OVERDENKING.
Mijn vader omschreef zichzelf als realist, maar kende wel degelijk wat fatalistische componenten. In zijn ziekbed, voorafgaand aan zijn dood bracht ik naar voren dat hij in mijn ogen veel weg had van een pessimist. Dat hij toen met zijn realiteitszin naar voren kwam, heeft mij toen hogelijk verbaasd. Kende ik mijn vader eigenlijk wel of heb ik me schuldig gemaakt aan het feit dat ik hem met mijn ogen zag, zoals ik toen deed. Ik wil niet direct beweren dat dit gegeven mijn ogen opende, maar het heeft er nu veel weg van dat ik een deel van zijn opvatting als het ware eigen heb gemaakt. Ik wil niet zover gaan dat ik een deel van het genetisch materiaal dat ik in mijn leven meedraag als een last ben gaan ervaren, dan nog blijft een ander deel wel degelijk deel uitmaken van mijn bestaan. Bijkans dagelijks deel uit maken van mijn bestaan en het gevolg hiervan kan zijn dat ik een deel van mijn genetisch materiaal op mijn beurt weer heb doorgegeven aan onze dochters. Waarschijnlijk ben ik toch een denker, een alledaagse denker, maar dan nog. Iemand die probeert aan dit leven een eigen kleur te geven, iemand die het ene moment wat zwaar op de hand kan zijn, op een ander moment lichtvoetig door het leven gaat.
Luchtig bij tijd en wijle, gebukt op een ander moment onder een niet zichtbare last. En die last doet zich op de meest onverwachte momenten voor. Bijvoorbeeld wanneer onze dochteren aangeven het leven niet direct als lollig te ervaren. Over het leven ‘an sich’ na gaan denken en dan een conclusie naar voren brengen die er niet om liegt. De vraag naar het waarom in de relatie tot het leven dat zij leiden, de verwachtingen die zij koesteren en de wijze waarop zij hun leven en hun zijn in dit geheel ervaren, wat dan leidt tot de vraag die ik al eerder naar voren bracht. Alsof de invulling die zij aan hun leven geven niet in overeenstemming is met het gevoel dat zij ervaren. Nu zijn ratio en emotie ook totaal tegengestelde denkwijzen, is het niet een ieder gegeven om naast een zeker geluk ook de voorspelbaarheid van vele dagelijkse zaken te dragen, maar dan nog zit ik er in zekere zin een beetje mee in mijn maag. Ben de ouder en zij zullen altijd het kind blijven. Waar ik als ouder samen met mijn partner een zeker levenspad ben ingeslagen, de hobbels en de bobbels, de momenten van vreugde en verdriet, het samenzijn en het al dan niet kunnen delen van de zaken die ertoe doen, zullen ook zij zich een weg moeten banen in de jungle van hun bestaan.
Zullen zij zich ook een bepaalde levensfilosofie eigen dienen te maken. En dan sta je als ouder eigenlijk aan de kant van hun levensweg, kun je hen hooguit gaan aanmoedigen en zeggen dat zij, in jouw ogen, goed bezig zijn. Alleen… met aanmoedigen kom je er niet. Het omzetten van hun beweegredenen in daden die er voor hen toe doen, vraagt nu eenmaal een inspanning die de nodige energie vergt. En wanneer die energie over vele zaken dient te worden verdeeld, bijvoorbeeld in een relatie, werk, inkomen en stomweg de dingen van alledag in de huidige tijd, kan de batterij weleens sneller leeg lopen dan de bedoeling is. Wanneer er dan ook nog sprake is van een dreigende lucht, onweerswolken het firmament verduisteren en de zon schuil gaat achter die wolken, kan het zijn dat de vraag naar het waarom van de dingen door die omstandigheden uit het zicht verdwijnt. Geen prettig vooruitzicht, en dan doen woorden als ‘na regen komt zonneschijn’ er feitelijk niet toe. En toch is het zo dat deze tegeltjeswijsheid zijn oorsprong vindt in anderen die ons zijn voorgegaan. Mijn ouders bijvoorbeeld, hun ouders in hun tijd en de geslachten daarvoor. Wij geven iets aan de ander mee en hopen dat zij met dat materiaal uit de voeten kunnen, opdat hun levenspad die invulling krijgt die alleen zij eraan kunnen geven. Dat hoort simpelweg bij het leven! Hun leven wel te verstaan…


IMG_7872