Leo deel II

Ans en ik.
Het was mijn allereerste ochtend op een afdeling. Kennismakingsstage. Geriatrie. Onzekerheid bij mij. Verwarring bij de verpleegster. Ze verwachtte een uitzendkracht en zag mij daarvoor aan. Ik was stil en afwachtend. Maandagmorgen, zeven uur.
Mij werd de weg gewezen naar zaal. Zaal was een duistere kamer, zes bedden: lakens, dekens, ledematen. Geluiden: rochels, kreunen en een beetje huilen. Stank: een dikke walm van urine en poep. Volle po’s in stoelen zonder deksel. Iets nog van de zeeplucht van gisteren. Poepsporen op de grond.
Ik probeerde te slikken en mijn buikspieren te spannen. Wat doe je anders bij kokhalzen”
“Doe Ans maar, die is makkelijk.” Ik droomde, dat ik langzaam leefde, langzamer dan de oudste steen. De zin zette zich vast in de punt van mijn voorhoofd. Altijd begrepen als een angstdroom, zag ik de veiligheid van het langzaam leven. Beschermd door een traag bestaan.
Ans was makkelijk. Ik leidde haar met dunne draden. De aanraking nog even uitgesteld. Verward nog steeds en heel onzeker. Dit heb ik niet gewild.

Brigitte Bardot en Anneke van de Berg,

mijn idolen, toen, op fraterschool

Maria, voorbeeld aller vrouwen.

Mijn god, wat deed ik in dit hol.

Ans was makkelijk en wachtte op het wassen.

Een man, een vrouw,

een washand als te dunne muur,

waste ik de tranen uit haar ogen

en de poep van haar billen.

Mooi was ze als het NMB-gebouw in Amsterdam

of het Centraal Massief in Frankrijk,

waar ik zo verbaasd was,

dat lelijke klompen steen, zo adembenemend

mooi kunnen zijn,

vanwege de echtheid.

Zoals haar uitgezakte lijf,

met een oedeemrond buikje,

voorovergeklapte schouders,

plooien in de hals en langs haar dijen.

Ik droeg een t-shirt

van de triathlon van Nice

vol trots nog over die prestatie.

Ik kleedde haar, de luier en de panty,

de standaard jurk, gevoerd en van het vast model

voor alle vrouwen, die moeten dragen

wat de linnendame heeft besteld.

Ze was makkelijk, Ans, zelfs voor een leerling. Ik leidde haar naar haar eigen stoel – vastgeschroefd met M6 bouten aan een vierkante meter plank, voorzien van een Zweedse band – met slot. Ik had de sleutel.

Later, toen ik de uitzendkracht niet bleek te zijn

en Ans de pillen had gehad.

Bij koffie en een sigaret

heeft zij, denk ik, gelachen

en vertelt,

hoewel ik het niet verstond,

van de foto’s uit het album,

dat de zuster ons had gegeven

om te laten zien,

dat Ans ook anders kon zijn.

Beter.

Ontroering. Feiten. Feitelijke ontroering, zoals Leo dit beeld weet te schetsen. Herkenbaar. Zonder direct een beeld van Ans te hebben, laat Ans zich zien. In een kennelijke staat van eenvoud. Haar leven kreeg een wending die zij, waarschijnlijk, niet had voorzien. Eindigt haar leven in een stoel waarin haar bewegingsvrijheid drastisch wordt beperkt. Een Oostwouderstoel. Aan de muur gekluisterd en voorzien van een schuifbaar blad, dewelke met een dopsleutel kon worden verwijderd. Een Zweedse band. De noemer veiligheid in welke zin dan ook. Voor zichzelf, voor de hulpverlener, voor haar mede verblijfsgenoten”! Vragen die dit verhaal kan oproepen. Antwoorden die schuldig blijven.

 Wederom geen plaatjes: het verhaal verbeeldt voor zich…