Latente zelfmoordenaar

In iedereen schuilt een latente zelfmoordenaar. Een overtuiging die ik voornamelijk met mezelf deel. Eenvoudig weg omdat dit niet direct een onderwerp is dat zich leent voor een romantisch etentje. Hoewel dat weer wordt gelogenstraft door de beelden die in ‘La Grande Bouffe’ naar voren worden gebracht. In de Nederlandse vertaling ‘De Grote Schranspartij’ ergens in de jaren zeventig/tachtig in de Nederlandse bioscopen ten ‘doeke’ te zijn gebracht. Want van een theaterstuk kon toen nog geen sprake zijn. Laat staan dat dit beeld zich om zou weten te vormen naar een musical… Het Hedonisme ten top. En de onderliggende waanzin ten voeten uit. Ook daar wordt het onderwerp zeer subtiel, maar wel degelijk impliciet aan de orde gesteld. Hetgeen mij dan weer sterkt in de eerder uitgesproken overtuiging. Niet dat ik daarmee een dialoog zou willen beginnen, maar het heeft meer dan mijn doorsnee aandacht. Niet alleen om het huidige drama van een oordeel te voorzien, maar meer om de ultieme wanhoop en de mogelijke eenzaamheid die hier mogelijk ten grondslag aan liggen, in een ietwat ander kader naar voren te willen brengen. Waar de psychiatrie aangeeft dat een belangrijk deel van pogingen tot zelfdoding mogelijk een oorsprong vindt in de vele soorten stemmingsstoornissen, blijft dat ander deel slechts een mogelijk gissen. En juist dat gissen confronteert de achterblijvers met die hele onwezenlijke vraag: “waarom”!”
Niet alleen het weer kent vandaag een omslag maar ik doe net zo van harte mee. Ook ik heb zo geregeld van die sluimerende gedachten wanneer ik weer eens wat slordig me mijn lichaam omga. Natuurlijk probeer ik mijn bewegingsactiviteiten als een therapeutische behoefte te bevredigen, mijn lichaam van de nodige voedingsstoffen te voorzien, waarbij ik echter niet schroom om bepaalde minder goede stoffen net zo makkelijk tot mij te nemen, mij te laven aan een enkel alcoholhoudend biertje, mijn gedachten met een zekere willekeur allerlei kanten uit en op te slingeren, maar ontkom ik niet aan het gegeven, ook regelmatig in gesprek te gaan met mijn plotseling verscheiden. Want dat het plotseling zou kunnen plaatsvinden, dien ik wel degelijk onder ogen te zien. Tenslotte is het niet voor niets dat een klapkast met draden in zekere zin de ‘touwtjes’ omtrent mijn zijn in handen heeft. Dat klink wat oneerbiedig, maar het oog en de naald zijn mij nu eenmaal van ‘harte’ toegedaan.
En dat maakt dan die eerste zin weer zo actueel. Iedereen is, naar mijn idee, latent suicidaal. Het zijn ook die momenten waarop de zin ‘ik had wel door de grond kunnen zakken’ impliciet die doodwens naar voren brengt. Veelal in figuurlijke zin naar voren gebracht, maar door het emotioneel beleven van juist dat moment mogelijk in een bijkans letterlijke betekenis ervaren.
Ook ik heb, in mijn weinig spectaculaire leven, een aantal keren voor die afweging gestaan. Een afweging waarbij de evenwichten niet veel meer bedroegen dan 49/50. Die ene stem verschil mijn gewetensstem was. Want ook daar kon ik, hoewel de situatie opdat moment in mijn ogen dramatisch was, nog wel over beschikken. Op dat moment was er sprake van een zuivere wilsbeschikking, waarbij zelfbeschikking een nog veel wezenlijker rol speelde.
Ik ben er nog. En ik ben me dit ook bijzonder regelmatig bewust. Maar dat ik er altijd bewust mee omga is een tweede. Dat ik mijn handelen altijd verantwoord doe… ook daar zal ik me dit keer niet over uitlaten. Mogelijk een volgend keer. Wanneer het weer mij noodt…