KVD


iGer.nl
Ik kan het natuurlijk proberen. KVD. Lijkt me een bijzonder leuke tegenhanger. Niet om die groep mensen wederom de hoek in te drijven, maar meer om op een wat andere manier aandacht aan hen te gaan besteden. En daardoor het belang van wat simpelweg aandacht teweeg kan gaan brengen, een keer expliciet in de schijnwerper te zetten. Want wie herkent zich niet in het navolgende”!
‘We worden niet gehoord, niet gezien en niet gewaardeerd. Noch door de leidinggevende, de directie, de notabelen noch de maatschappij. Wij kunnen er niets aan doen, want het zijn allemaal factoren buiten ons om waar we geen invloed op hebben. We zijn maar wat ‘ordinair people’, waar ooit Melanie over zong. Slachtoffers dus.’
Herkenbare woorden. Herkenbare omschrijvingen” Toepasbaar ook op een hele grote groep werkenden. Maar niet zozeer van toepassing op: Geert Mak, Sheila de Vries, Mensje van Keulen, Midas Dekker, Paul Haenen, René Diekstra, Wubbo Ockels, Ivo Niehe dan wel Joop Zoetemelk, de eeuwige tweede. Allen behorend tot de eerste lichting. Bouwjaar 1946. De groep die het erg goed krijgt, omdat ze zo goed voor zichzelf hebben gezorgd. Hippies die met pensioen gaan. De opmaat naar die andere tijden. Waar ooit Boudewijn over zong. Of waar Armand nog steeds de onbeantwoorde vraag weet te stellen. Tussen die weezoete walmen door: “ben ik te min, ben ik te min omdat jouw vader in een grotere car rijdt, dan de mijne…”!”
Mensen. Mensen van diverse pluimage en met soms overeenkomstige achtergronden. Zoals het volgende. Een Schevenings gezin met vijf kinderen en waarvan de vader arbeider was in een verffabriek. Het was de tijd dat kinderen één pyjama hadden, die om de zoveel dagen ‘s ochtends in de was ging, te drogen werd gehangen op het wasrekje rond de kachel en dan ‘s avonds droog weer aangetrokken werd. “Kleren gingen van het ene kind over op het andere of werden vermaakt. Elke cent moest worden omgedraaid.”


iGer.nl
De jaren vijftig: ‘asfalt en hondenpoep’ zoals Freek dit omschreef. En de wereld was voor een belangrijk deel grauw. Boterhammen werden in een aluminium inklapbaar doosje vervoerd, waar een elastiek omheen ging. Gevuld zorgden ze voor voldoende vulling (al waren het voor het merendeel boterhammen met ‘tevredenheid’, dan wel een enkel verdwaald korreltje suiker) en leeg was het zo dik als bodem en deksel groot waren. Of liever gezegd klein. Want deze tekst staat nog immer in het teken van KVD.
Voor Patty Klein-Scholten staat de hippietijd nog helder voor de geest. “De mooiste periode van mijn leven.” Zij woonde samen met een vriendje op een boot. Het was de tijd van echte seksuele vrijheid omdat aids niet bestond en ‘de pil’ zijn intrede had gedaan -”een historische uitvinding voor vrouwen.” – Er waren wel twee regels: je mocht niet verliefd worden en je mocht niet jaloers zijn. “En ik werd het dus alle twee meteen.”
Merkkleding bestond niet. “Je kreeg een tafelkleed van een tante, knipte een gat in het midden en deed het over je hoofd. In chiquere kleding liep je voor gek. De vrijheid was groot, maar materieel was het minder rozengeur en maneschijn.” Toen de PTT de overbodig geraakte capes ging dumpen, liep half Nederland in deze rood gebieste, zwarte gewaden en liep de ander helft van Nederland in die Afghaanse schapenwollen jassen. Toen kon men niet beseffen dat juist Afghanistan heden ten dage voor de nodige heisa weet te zorgen. En dat Maurice d’Hondt er weer als de kippen bij is om zijn bevindingen kenbaar te maken: GL op drie zetels verlies, CDA en VVD leveren een zetel in en PVV komt als grootste partij uit de bus. Dat belooft wat in maart! Maar ook dit terzijde. Ook voor GL kunnen de initialen KVD van belang zijn. Of gaan worden. En dan valt ergens in dat interview toch dat woord: geld. Als hippie was ‘geld’ een vies woord. Het was vooral de tijd van broederlijkheid, goed zijn voor elkaar. De saamhorigheid was groter. “Iedereen rookte hasj, maar als iemand alleen maar geld had voor goedkope troep, dan rookte uit solidariteit iedereen diezelfde rommel, al wisten we dat we er allemaal hartstikke beroerd van werden.” Kom daar nog eens om. Neen, het fenomeen van de ‘neus gaan poederen’ is bijkans een geheel eigen leven gaan leiden. Daarnaast wordt tegenwoordig niet meer ‘gesnackt’ maar ‘geluncht’ en kan het haast niet zo zijn dat dit geheel vrijblijvend plaatsvindt. Tegenwoordig móét iets zonodig. Wintersport, sauna, shoppen, stadten… En dan overal pinnen, opdat je een spoor nalaat. Of crediteren. Met je zwarte pas, je gouden pas, platina pas of misschien wel je eigen roodkoperen.
En dat van het geld” Dat dient van een kleine kanttekening te worden voorzien. Geld was weliswaar niet het uitgangspunt en zeker geen doel op zich, maar de eerste babyboomers hadden wel de drang om voor zichzelf en in elk geval voor hun kinderen een beter leven te krijgen dan hun ouders. Maar of zij daar uiteindelijk in geslaagd zijn” Neen, dan liever terug naar die afkorting. Bedoeld als tegenhanger voor die GVR. Zoals David ooit opkeek tegen Goliath. Zo zou ik het helemaal te gek vinden als KVD net zo gewoon zou worden als die GVR. Want waar Roald D. de Grote Vriendelijke Reus introduceerde, namens zijn Nederlandse vertalers, staat KVD voor Kleine Vriendelijke Dwerg. Die Kleine Vriendelijke Dwerg die niet veel meer weet te doen dan dit letterbord te beroeren. En daar vermaak uit weet te halen. Niet wereldschokkend, maar toch een kleine poging om stil te staan. De aarde in beweging en mijn gedachten in beroering. Ik zou er niet aan moeten denken als dit andersom zou zijn: de aarde in beroering en mijn gedachten in beweging… een wanhoop!

KRINGLOOP

De regen druipt in lange ketens

langs de takken in het meer

wat opstijgt naar de hemel

raast ‘t weg in ‘t verkeer

de kringloop keert

de kringloop weer.


iGer.nl