Kunst ig ma ken, ra ken, dra ken des nood s.

Tekstpierement. ‘t experiment. Een kwestie van schrijven. Een kwestie van zetten. Neerzetten in dit geval. Op het terrein van Kranenburgh. Een baron die aan haar lot wordt overgelaten. Waar lente, zomer, herfst en winter zich van meester mogen maken. En de noemer: kunst. Ook hier is feitelijk geen kunst aan. Maar het zal een liefhebber aan zijn hart gaan. Wachten op het moment wanneer de baron door zijn hoeven stort. Wanneer de tekenen van vergankelijkheid een andere schoonheid naar voren gaan brengen. En toch gaat het mij aan mijn hart. Neen, niet zozeer het verval hetgeen inherent is aan vergankelijkheid. Bewust verval, daar heb ik moeite mee. Aan de elementen te worden overgeleverd. De grillen van ijs en het wrange van het weder dienende, dat doet mij pijn. Ik zou er het liefst een tent overheen willen zetten. Maar zo werkt dat niet. Het zijn ook die slapende schoonheden die zich in oude stallen ophouden, een bos uit hun verband rukt en roest en rotzooi wederom aan moeder aarde toe vertrouwen. Opkomst en ondergang in een bepaalde zin. De schijn van zin dan wel de zin van onzin. Ook dat is kunst. En wat de een daaronder verstaat, is voor de ander geen ene cent waard. Daar ergens tussen… dwaal ik!


IMG_0389


IMG_0390


IMG_0391


IMG_0392


IMG_0393


IMG_0394


IMG_0396


IMG_0395