Kaeskop"!

Dat ziet eruit als een eerste impressie…

ben zelf ook razend benieuwd naar het vervolg…


iGer.nl

Kaeskoppenstad. Alkmaar op zijn breedst. De straatjes echter smal. En de tijd in zijn achteruit. Drank werd in die tijd ook niet immer aangeraden. Builenpest ‘ende andere kommer ende kwel’ vierde hoogtij. Mensen crepeerden bij bosjes. Stierven als ratten, terwijl deze dieren zich juist tegoed deden aan de slachtoffers die nog niet begraven waren. Riolen waren open en in de stad hing de geur van stront. Om over die penetrante pislucht maar te zwijgen. Wassen in die tijd was uit den boze. Waar het stonk was het veelal warm. En de veronderstelde onderbroekenlol diende nog uitgevonden te worden. Purgeren schering en inslag laat staan dat de vroede vaderen de vroedvrouwen lieten turven hoeveel turven het einde van de dag haalden. Kraamvrouwenkoorts hield huis in het kraambed en sloeg vaak genadeloos toe. Het dolhuys verheugde zich niet alleen op de dwazen, maar bood gelijktijdig onderdak aan leprozen, slachtoffers van die eerder genoemde pest en alles wat door bulten en builen getroffen werd. Chirurgijnen en barbiers liepen hand in hand door de straten te schuimen. En was het niet de kwakzalver die midden op de markt datzelfde klootjesvolk in verwarring bracht” Door stenen te snijden en op die manier het lot van de ander te bepalen”
 


iGer.nl
De dood had het druk in die tijd. Maar de dood had ook alle tijd. Was de hele tijd bezig om de tijd te doden. Deed dit op grond van de deal die hij had gemaakt met een koning. Uiteraard in een heel ver land. De dood ging voor het oneindige leven. Eeuwig tot het einde der tijden. Maar op zekere dag brak toch de verveling door. En het volk leed hieronder. Die eeuwige verveling en iedere keer die voorspelbare dag. De koning kreeg daar de schurft over in, maar ook schurft trok zich daar niets van aan. Sterker nog, de schurft legde uiteindelijk het loodje en de koning ging onder vele zuchten door op het pad dat hij was ingeslagen tot…
 


iGer.nl
op zekere dag werd op de deur van de troonzaal geklopt. Het zware metaal dat op de bronsgroen eikenhouten deur bonkte, loog er niet om. Dreunen zoals ooit kerkklokken hadden geklonken als iemand, heel lang geleden, ter aarde werd besteld. In een heel klein hoekje in die ongebreidelde geest van de koning kwam die herinnering luidkeels naar boven. En hij sprak: ‘binnen!’
 


iGer.nl
Onveranderd. In al die eeuwen had de dood niets aan veroudering in hoeven boeten. Met dezelfde oogopslag als toen liep hij met rasse schreden op de koning af. ‘Het volk mort, Sire! En als het volk mort wil dat zeggen dat zelfs de Franse taal tot hier is doorgedrongen! Dat valt niet te ontkennen hoogheid! Het volk mort en vraagt om hulp. Het kijkt radeloos uit naar het wezen dat verlossing voor hun last kan gaan bieden. Men denkt aan mij! Men richt zich tot mij! En ik kan niet langer aan hun wensen weerstand bieden! Vandaar Sire, mijn verzoek aan U terwijl ik niet zomaar met de deur in huis kom vallen. Men wenst, neen men eist mijn daden terug! Men wenst, neen eist het geluid van mijn zeis. Men wenst mij, de Dood! En ik, Sire, kan niet alleen die weerstand niet meer aan, mar zou ook heel graag weer aan het werk gaan. Dat langdurig op mijn lauweren rusten komt mij bijkans letterlijk de strot uit! De ledigheid is met recht mijn oorkussen! En wat mij betreft: begin ik nu, vandaag!
 


iGer.nl
De Koning, danig onder de indruk van die rechtstreekse woorden die tot hem gericht waren, vroeg enig uitstel. ‘Daar kan geen sprake van zijn, Sire!’, sprak de Dood. ‘Het volk wil een voorbeeld stellen!’ Het beraad waarom de Koning vroeg duurde een fractie van een seconde. Eeuwen had hij reeds met de vraag geworsteld. Het antwoord was in al die tijd steeds hetzelfde gebleven.
‘Neem mij!’, zo sprak hij en voor deze woorden over zijn lippen rolden had de Dood hem reeds te pakken. Sinds dat moment weet de mens weer waar hij of zij an toe is. Want aan het begin van alles ligt ook het moment van sluiten vast. Zoals ieder verhaal meestal eindigt was het een geluk dat de Koning dood ging. Daar was hij niet alleen Koning voor geweest, maar zijdelings ook nog een gewoon mens. En dat verhaal… kwam uit de mond van de verhalenverteller. Geheel op rijm en de voordracht hield de wandelaar staande, de toehoorder in evenwicht en mij als klankkast dit schrijven voor. Genoten” Ja, welzeker. Voor de vierde keer Kaeskoppenstad. Ik verheug me nu al op het lustrum!


iGer.nl