Joost


iGer.nl
Wijs me vandaag de dag nog een Jordaner aan die fatsoenlijk, zoals het behoort, even van zijn stoel opwipt als hij een scheet moet laten. Die is niet meer te vinden. Ze blijven er tegenwoordig allemaal bij zitten, omdat men het in Belgi” ook zo doet!

Lucebert, val voor vliegengod.
Amsterdam stad van mijn leven. EDDY POSTHUMA DE BOER
‘Toen ik klein was, wandelde ik zondags met mijn vaders geregeld vanuit Amsterdam, waar we woonden, naar een randgemeente. De ene keer was het Sloten, de andere keer Ransdorp, soms haalden we Abcoude of Broek in Waterland. Onze actieradius hing samen met de vraag of je voor minder dan vijfendertig cent in een autobus, een trein of een tram weer terug naar huis kon. Mijn vader was zuinig, maar hij had ook slechte longen, dus te voet op en neer naar Holysloot zou hem te machtig zijn geweest. Als we waren aangekomen bij ons reisdoel hielden we een rustpauze in hetv soort uitspanning waar ze buiten een meestal half verlamde ansichtkaartenmolen hadden staan. Dat kon altijd. In niemands jeugd heeft het ooit op zondag geregend.’
Schrijft Jan Blokker in een voorwoord in dat boek. In 2003. En op bladzijde 10:
‘ooit mocht alles wat een motor had – de tram, de auto, de motorfiets, de scooter, de brommer – naast de wielrijder en de voetganger proberen de Leidsestraat door te komen. Ooit gingen machinebankwerkers, kantoorbedienden, leraren, belastingconsulenten en scholieren op de fiets naar hun dagelijks werk.” En als het stoplicht rood wees, wachtten ze zonder een spoor van ongeduld tot het weer groen zou worden. Ooit liepen conducteurs met een geldbuidel op hun buik van achter- naar voorbalkon (en weer terug) door de tram, en alle passagiers voldeden hun schuld.’
Kom daar nog eens om!
Of, om bij de volgende constatering stil te staan: ‘ je ziet trouwens ook amper langharigheid, geen hanekammen, laat staan kinderen die naar een houseparty onderweg zijn. De kunstenaarssoci”teit De Kring, de culturele manifestaties en de Boekenballen worden bevolkt door dichters, schrijvers, schilders, muzikanten, fotografen en kunstvlooien die voor een deel al dood zijn, of hard op weg naar hun einde. Waar zijn Ilja Leonard Pfeijffer, Manon Uphof en Joost Zwagerman, zal iemand misschien vragen. Maar die waren al gegeven in Harry Mulisch, Remco Campert en Gerard Reve, dus die hoefden niet meer.’
Of standwerkers. Nooit geweten dat zij zich in een drietal types onderscheiden: de hoogwerker die op het podium van soms niet meer dan een zeepkist zijn act opvoerde; de zwemmer die zich tussen het publiek bewoog; en de demonstrateur die achter een kraam of tafel de werking van wonderpoets dan wel ossengalzeep demonstreert. Of de FEBO die zijn naam simpelweg dankt aan de straat waar het ooit begon: de Ferdinand Bol.
‘In geouwehoer kun je niet wonen.’ Woorden van Jan Schaefer (1940 – 1994) goed voor 70.000 renovaties en 30.000 nieuwe woningen.
En de koperen bruiloft van volkszanger Johnny Jordaan met wel dertig duizend gasten. De bruidegom is wat je noemt nog niet ‘uit de kast’ gekomen en hele straten deinen joelend mee rond zijn prangende vraag wie er zeepsop in de pruimenpap heeft gedaan, want: ‘Alle pruimen liggen te schuimen, ied’re pruim ligt in het schuim.’
Dan de ingetogen foto’ van Cas Oorthuys. Ook over Amsterdam. ‘Van de Hongerwinter, het verzet en de bevrijding maakte hij zeer indringende foto’s, waarbij hij het optimisme van de wederopbouw en de industri”le groei monumentaal documenteerde.’
Twee fotografen, twee vastleggers. In dat eenvoudige zwart/wit waarbij de kijker praktisch niet wordt afgeleid. Juist door de zeggingskracht. Door geringe maakbaarheid. Maar ook daar zal de doka ettelijke geheimen hebben zien ontstaan. Foto’s waar ik momenteel ook plezier aan ontleen. Die de niet geschreven woorden kunnen ondervangen. Woorden. Zijn naam is al tersluiks gevallen: Joost. Op de speciale boekenweekpostzegel is een ware run ontstaan. De postzegel, een door Joost Zwagerman geschreven miniboekje van zes pagina’s, is nergens meer te krijgen. De frankeerwaarde is 2,20 euro, maar ze gaan intussen al voor 5,50 euro over de toonbank.


iGer.nl
Punt uit vroeg:

Wat maakt deze postzegel bijzonder”
“Het is een piepklein boekje. Op de achterkant zit gom waarmee je hem op een envelop kunt plakken. Heel grappig.”
Heeft u het boek gelezen”
“Nou ja, boek” Het zijn zes pagina’s.” Ik heb het gelezen. Een leuk verhaal hoor. Het gaat over wat nou het ergste is wat je kan overkomen. Sommige stukjes gaan best ver. Maar zo is Zwagerman.”
Waarom is ie nu al uitverkocht”
“Er zijn er 250.000 uitgegeven. Precies zoveel postzegelverzamelaars kent Nederland. Maar wat ik niet wist, is dat er ook een groep bestaat die alles verzamelt wat met de boekenweek te maken heeft. Ik heb even zitten googelen: verbazingwekkend wat er in die wereld allemaal omgaat. Die verzamelaars komen hier ook in de winkel.”
Het boekenbal. Heeft van de week voor de zoveelste keer plaatsgevonden. En dan te bedenken dat in 1960 Geert Lubberhuizen voorzitter werd van het CPNB. Ieder jaar organiseert het CPNB de ‘Literaire feestavond Het boek en de muze’, zoals het Boekenbal toen officieel heette. En diezelfde Eddy Posthuma de Boer bracht het tot 10 jaar om daar de offici”le ‘hoffotograaf’ van te zijn.
Razend benieuwd hoeveel lamgeslagen Nederlandse coryfee”n hij positief op dat negatief heeft weten te krijgen”
Of Bonny toen ooit buiten is komen spelen””!

VERSCHUIVING

Een week

geleden

in het nu

van heden

straks

is het nu

weer toen

een week

geleden.

En omdat de meeste cirkels zich kenmerken door een zekere ronding” stel voor om er eens een eerste ‘tag’ aan te gaan koppelen. Boekenweekpostzegel lijkt me wel wat.


iGer.nl