je welste dan wel vanjewelste

Geregeld ben ik wat traag. Van begrip, begrijpt U wel. Of houd ik mij stomweg van de domme. Als een August kan ik de ander in de ogen kijken, een glimlach die even om mijn mondhoeken krult om niet veel later in een ernstige blik te verdwijnen. Als ware het achter een dundoek achter de schermen verdwenen. De lach van die boer die net van zijn kiespijn is verlost, nog even naweet van de doorstane pijnen en dan allengs weer over gaat tot de orde van de dag. Want waar de dag gloort, zal de arbeid roepen. Telkens weer voorzien van de nodige mitsen en maren, maar iedere keer weer gericht op de overgangen die zich voordoen. Geleidelijke overgangen, dan wel plotseling ontstane breuken. Waarbij de breuklijn zich nietsvermoedend onder de oppervlakte schuilhield. Dan plotseling zich manifesteert en een ieder verschrikt in een verlamming doet staan. Voor zover de schrik zich als een verlamming voordoet. Waar geen pillen tegen bestand zijn. Hooguit de roep om een luisterend oor te vinden. Dat wordt dan weer een zoektocht van jewelste. En met dat jewelste heb ik wat voor.
Niet gering, enorm. Een kabaal wat zich tot in de kleinste hoeken en gaten voortzet. Waardoor het dan weer een kabaal van jewelste kan gaan worden. Of anders gezegd, een kabaal vanjewelste. Althans volgens het Genootschap Onze Taal. En dat Genootschap houdt zich bezig met de taal zoals die ons te doen gebruikelijk is. Bijvoorbeeld gelijk ik in de krant las omtrent de “Graaierslijst’. Volgens minister Plasterk van binnenlandse zaken werkt de openbaarmaking van topinkomens in de publieke sector averechts. Het aantal grootverdieners in de (semi-)publieke sector is in vier jaar 38 procent gestegen.
De lijst van ambtelijke grootverdieners is zeer divers: van hoogleraren tot korpschefs, en van bestuurders van ziekenhuizen en woningcorporaties tot een hondengeleider van de politie in Gelderland-Zuid. Nooit geweten dat hondengeleider zo’n uitzonderlijk beroep zou kunnen zijn. Ben dan ook razend benieuwd wel een scholing van belang is om dit beroep uit te kunnen oefenen.
Verdienden in 2008 nog 1916 publieke figuren meer dan de Balkenende-norm (193.000 euro), in 2011 was dat aantal met ruim 38 procent gestegen tot 2651.
“De bedoeling was dat de inkomens door naming and shaming vanzelf zouden dalen. Het omgekeerde is gebeurd”, aldus Plasterk. Hij spreekt van een prijsopdrijvend effect. Zodra een corporatiedirecteur in bijvoorbeeld Almere zag dat zijn collega in Groningen veel meer verdiende, wilde hij minstens hetzelfde betaald krijgen. Volgens de bewindsman waren sommige grootverdieners er zelfs trots op om op de lijst te staan.
Geen kabaal van jewelste dit keer maar meer gegraai van jewelste. Een nieuwe wet moet het tij doen keren. Bestuurders en medewerkers in de publieke sector mogen dan nog maar 100 in plaats van 130 procent van een ministersalaris verdienen. De huidige grootverdieners gaan stapsgewijs terug in salaris. Plasterk erkent dat het niet gemakkelijk zal zijn exorbitante salarissen uit te bannen. Enkele goed betaalde tv-presentatoren ontbreken in de lijst omdat zij zichzelf via hun eigen bedrijf verhuren aan de omroep.