in druk


iGer.nl
Indruk. Indrukken. Indrukken! Een indruk. Dat verandert de zaak. Een afdruk. Afdrukken van indrukken. En de HEMA spint daar garen bij! Een principe. Principes. Principes overboord. En de omstandigheid wijzigt. Stomweg omdat de indrukken afdrukken zijn geworden. Een wordingsproces als tijdverdrijf. Als tijdverschijnsel. Een tijdverschijnsel in een wordingsproces. Dat alles gelardeerd door de indrukken die ik opdeed. In Den Haag nota bene. Het letterkundig museum. Het Gemeentemuseum. En niet in de laatste plaats…


iGer.nl


iGer.nl


iGer.nl
Daar zal ik op een nader moment melding van gaan maken. Vooreerst enige verpozing in het letterkundig museum. Alwaar ik in de gelegenheid was om diverse schrijvers op mijn manier te vereeuwigen. Jan Arends. Bernlef. Rutger Kopland. Wat koppen van Pyke Koch. En iemand die, anoniem, aan het werk is. Want het is simpelweg een doordeweekse donderdag. En voor zo’n doordeweekse donderdag worden toch de hemelsluizen geopend. Een hemelsluizende doordeweekse donderdag. Voor zover hier sprake van kan zijn. En dat kan zijn. Door de woorden die ik nu aan je ogen toevertrouw. Waarbij ik een zeker vertrouwen uitspreek. En dat vertrouwen maakt dan weer deel uit van die indruk. Zoals ik onweerlegbaar deel uitmaak van je bestaan. Me bewust ben van mijn bestaan. Hetgeen ook wel eens gezegd mag zijn. Want zij, die ons ontvielen, zijn zichtbaar in die musea. Zij die daar flaneren, zullen altijd onzichtbaar zijn. Dat heeft veel weg van een wet. Maar als zij die nu flaneren, eens gaan verdwijnen, zullen zij die ons ontvielen nog steeds zichtbaar zijn. Tenzij de Rode Haan van zich laat spreken. Dan zullen ook zij de weg gaan die wij allen gaan. Dan zal geen sterveling meer weten wie zij zijn, of wie zij waren. Tenzij…


iGer.nl


iGer.nl


iGer.nl
Een indruk. Indrukken die ik opdeed. In het gezelschap van Jan. Waarbij wij wat kouten. Waarbij wij wat beuzelen. Een drankje drinken. Een drankje dronken. Een boterham deelden. Ons een hartige hap goed lieten smaken. Een biertje namen. Wat zaten. Wat praten. Wat dachten zonder van elkaar te weten wat wij dachten. Misschien dachten wij wel niets. Dachten wij wel aan het niets. Of aan een iets. Niet dat dit er iets toedoet, maar meer om aan te geven dat, wanneer er niets is, er altijd wel weer iets zal zijn. Of opdoemt. Of verdwijnt… 


iGer.nl