In aanloop naar… de zondeval!

SUIKERGOED & MARSEPEIN. Door Hugo Bart Huges. Uitgegeven door Barbara HUGES. 1968. Verkrijgbaar bij Athenaeum Boekhandel, Spui 14 – 16 Amsterdam. Tegenover het Lieverdje, waardoor een Uche, uche, uche de strijdkreet van Robert Jasper Grootveld de magie van die tijd gestalte wist te geven. Bart die een gaatje in zijn hoofd boorde, op die manier een derde oog bewerkstelligde en dit geheel weet op te waarderen in een tijd dat de mate van voorspelbaarheid nog geenszins aan de orde was. Hooguit dat de ‘gevestigde orde’ aan de kaak werd gesteld en dat de provo-beweging zich in beweging zette. In zijn voorwoord geeft Hugo Bart een verklaring omtrent de wetenschap. En ik ga een poging ondernemen om dit voorwoord vandaag integraal op mijn berichtverkondiger weer te geven. Geenszins wetenschappelijk verantwoord, maar ook daar heb ik absoluut geen moeite mee!
In een wetenschappelijke tekst is de betekenis van de gebruikte woorden een eenduidige. Elk woord is in een woordenboek te vinden en elk nieuw woord of begrip wordt toegelicht of gedefinieerd. De inhoud van een tekst is wetenschappelijk indien vermeld wordt op welke wijze een bewering geverifieerd kan worden door andere onderzoekers. Indien een bewering, ook al is hij juist, niet onderzocht kan worden, dan is het geen wetenschappelijke bewering. Al houdt de schrijver van een wetenschappelijke tekst zich aan de regels dan wil dat nog niet zeggen dat de tekst begrijpelijk zal zijn voor een groot publiek. Om de juiste informatie te kunnen ontlenen aan een wetenschappelijke mededeling moet de lezer deze eerst bestuderen. Voor de bestudering is het nodig de tekst te lezen, de minder bekende begrippen op te zoeken in het woordenboek en het geheel bij herhaling, het best hardop, door te nemen. Overschrijven van de tekst vergroot de vertrouwdheid met de inhoud aanzienlijk. Pas wanneer de lezer in staat is uit z’n hoofd de inhoud volledig op papier weer te geven, kan hij geacht worden de tekst bestudeerd te hebben. Voor de verificatie van de juistheid van wetenschappelijke beweringen wordt in het algemeen de onderzoeker bij het experiment als verwisselbaar beschouwd. Bij het onderzoek naar de experimentele veranderingen van het eigen bewustzijn echter kan de onderzoeker niet door een andere vervangen worden. Men kan nooit kennis verwerven van bewustzijnsvergroting zonder eerst zelf zijn bewustzijn te vergroten. Indien de bewustzijnsonderzoeker zelf volwassen is – dwz. als de pulsatie in zijn hersenen gestopt is – kan het een religieuze belevenis zijn om uit het psychische duister naar het licht weer te keren, maar dit is alleen mogelijk voor wie eerst in duisternis is komen te verkeren. Wie zelf nooit van wezen veranderd is kan zich de betekenis van andermans zondeval niet voorstellen en daarmee ontgaat hem ook de reden voor verbetering van het nadeel van de laatste stap in de menselijke evolutie: het rechtop lopen. Zolang het bestaan van hersenpulsatie niet kan worden vastgesteld of uitgesloten moet de onderzoeker zelf uitmaken tot welke categorie hij behoort en welke wijze van verificatie voor hem mogelijk is.
Zondag begint het carnaval. En met deze overweging kan het haast niet anders zijn dat ook de zondeval zich regelmatig zal gaan herhalen…