"Het is niet stil in de isoleer"

Niets is met iets te vergelijken. Maar als ik het iets met niets vergelijk, kom ik bepaald niet tot een vergelijk. En wat het vergelijk dan ontbeert, zou ik niet direct weten. Net als de volgende woorden. Inburgeren. Uitburgeren. Ontburgeren.
Woorden die op een bepaald moment aan de tonen van een taal worden blootgesteld. De spreektaal halen, de praattaal worden, de krantentaal als gemeengoed kennen en uiteindelijk hun recht ontlenen aan ‘de dikke van Dale.’  Het dan brengen tot burgertaal. Mogelijk bargoens. Dialect. Onverstaanbaar uitgesproken kan het de ander in verwarring brengen. Wordt het geheel onbegrijpelijk. Zoals er zoveel dingen zijn die nog steeds onbegrepen blijven. En waar de waarde een bepaalde rol in speelt. Als monsters met en zonder waarde kunnen gaan verstoffen. Op een ander moment ietwat achteloos worden weggeworpen. En men weer overgaat tot de waan van alledag. Als ooit in het onderstaande voorbeeld.
Bijvoorbeeld tot een uitburgeringscontract voor psychiatrische patiënt. In 2008 werden er twee patiënten geholpen met zelfdoding. Tussen 2002 en 2007 geen een. Dat kwam de stijging van treinsuïcides ten goede. Vorig jaar wierpen zich 185 mensen voor de trein, het jaar daarvoor waren het er 170. Het lijkt erop dat de geesten in de geestelijke gezondheidszorg rijp zijn voor hulp bij zelfdoding aan psychiatrische patiënten.
Het is 1991. Ik ben bezig met een opleiding op eerste graads niveau. In Utrecht. En ik probeer een stuk te schrijven omtrent hulp bij zelfdoding in een psychiatrische setting.
De titel: ‘Tussen Scylla en Charybdis.’ Het wordt afgekeurd. In tweede instantie, met alle vormen van hulp. Goedgekeurd. Ik kan er punten mee verwerven, maar laat dat zitten. Want ik had mij vergist. In te vinden literatuur. Er werd verwacht dat ik een stuk zou schrijven op een bepaald wetenschappelijk niveau. Aan dat niveau kan ik niet tippen. Wist ik veel dat je juist dan op zoek dient te gaan naar twee uitersten. Dat je die twee uitersten grondig ontleed, fileert, analyseert en dan nog eens onder het lamplicht houdt”! Ik ging ook toen liever voor mijn eigen dansje en voelde mij geroepen om mijn eigen polonaise in te zetten. Ik dacht dat ik een paar handen op mijn schouders voelde…
Humanistisch Verbond Haarlemmerland en de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillig Levenseinde (NVVE) trekken gezamenlijk op en weten een zaal vol psychiaters, verpleegkundigen, mensen van cliëntenraden uit de GGZ, familieleden van mensen die zelfmoord hebben gepleegd, een overlevende die op de rand van de afgrond toch geen zelfmoord durfde te plegen en weer uit zijn depressie kwam en een treinmachinist te boeien. Tenminste, dat maak ik op. Zoals voorheen de dwangbuis ook beperkingen met zich meebracht.
Psychiater Johan Huisman, tevens bestuurslid van de NVVE, was in 2008 betrokken bij twee zelfdodingen. Allebei vrouwen van boven de zestig jaar die waren uitbehandeld. De een dreigde van een hoog gebouw te springen, de ander wilde zich suïcideren voor de trein. Huisman was blij dat deze vrouwen wel geholpen konden worden om menswaardig te sterven bij hun naasten.
Het drankje moesten ze zelf opdrinken, precies zoals dat in de richtlijn voor psychiaters staat. “Want de patiënt moet tot het laatst over zijn leven kunnen beschikken”, aldus Huisman.
Huisman. Te Huisman. Exit. Thuisman. En als er dan geen thuis meer is” Geen tehuis zich openstelt” En de dood weer doodgewoon moet zijn, zoals de zaal vond” Erover praten is voor de meesten al genoeg. Slechts een heel klein deel voert het ook echt uit. De uitsmijter kwam van de Hoogleraar neurobiologie Dick Swaab: ‘waarom bieden we niet iedereen die dood wil een uitburgerings-contract aan”‘
Haarlem. Provinciehoofdstad. Omgeven door geestgronden. De Geestgronden, voorheen Vogelenzang. Dr. Frank van Ree. Was dat niet de man…”! Ja, dat was die man. Geen atheïst maar agnost. Ook hij hield lezingen. Voerde ook pleidooien. Had de tijd nog niet mee.
En mogelijk de omstandigheid tegen, want Vogelenzang kende een bepaalde signatuur. Het Pest en Dolhuys. Een museum om gekte te verbeelden. Daar is over nagedacht.
Het is niet stil in de isoleer.”
‘Gestikt in een boterham met pindakaas.’ Dat was de officiële verklaring toen Wim Maljaars op 2 september 2008 dood werd aangetroffen in de isoleercel van een Amsterdamse psychiatrische inrichting. Kort daarvoor had hij besloten geen medicijnen meer te slikken.
Wim Maljaars was liefhebber van de experimentele hardrockgroep Einstürzende Neubauten, zeer getalenteerd Go-speler en schizofreen. Een psychiater herinnert zich Maljaars als een kleurrijk en doorgaans goed gehumeurd mens. Met medicijnen hield hij zijn wanen onder controle, maar hij had het gevoel dat hij dan niet meer voluit kon leven. Hij dempte zijn emoties en hij miste de scherpte in zijn denken die hij bij het Go-spel nodig had. Hij wilde beter worden en zijn medicijnen afbouwen, iets waar zijn psychiater pas na lange discussies aan wilde meewerken.
Kees Hin en Sandra van Beek maakten een film omtrent het leven van Wim Maljaars. De mensen die hij interviewt – de moeder van Wim, diens vriendin, zij vrienden en hulpverleners – plaatst hij tegenover een scherm waarop hij de belden van Wim Maljaars zelf projecteert. Soms stappen de geïnterviewden zelfs achter het scherm en zien we ze alleen nog als silhouet, alsof ze letterlijk hun herinnering aan Wim zijn binnengewandeld. Dankzij die oude beelden kunnen we Wim ook rechtstreeks leren kennen. Opgeruimd en bevlogen vertelt hij over zijn passies en over zijn ziekte.
Hij heeft geen hoge pet op van psychiaters. Om een indruk te geven van wat hij meemaakte als hij weer eens werd opgenomen en in een isoleercel tot rust moest komen zet hij snoeiharde muziek op en reciteert hij onheilspellende teksten waarin de woorden ‘hartslag’ en ‘angstzweet’ prominent figureren. “Het is niet stil in de isoleer”, licht Maljaars toe. Wie daarin wordt opgesloten is overgeleverd aan de chaos in zijn hoofd. In de film is de kakofonie na een minuutje weer voorbij. In de isoleercel niet. Kunt u zich er al iets bij voorstellen”
Gestikt in een boterham met pindakaas. Meer mensen zijn gestikt in boterhammen met pindakaas. Maar dat waren over het algemeen oudere mensen. Stokoude mensen die met een zekere inhaligheid het verkeerde keelgat namen. Maar in hoeverre zat hier ook niet een bepaalde bedoeling achter. Geen mens die daar een antwoord op kan geven. Als ik dan beide onderwerpen aan elkaar ga koppelen, kan het haast niet anders dan dat deze woorden vanuit het niets naar iets neigen. Laat ik het ook bij woorden.