Het Gesticht (II)


iGer.nl
‘weirdie’
Ooit, in ’91 of ’92, het was, dat weet ik nog goed, een schitterende zomeravond, zat ik halfdronken in de trein van Santpoort naar Amsterdam. Halverwege de reis kwam ik in gesprek met een mooi, springerig meisje en een loom giechelende jongen die iets verderop zat. We ontdekten dat we alle drie wat gedronken hadden. We waren licht verhit, praatten snel, maakten grappen en keken vertederd naar het katje dat de jongen in een rieten mand met zich meevoerde.
Op het Centraal Station liepen we met z’n drie”n van het perron naar de grote hal. Opeens begon het meisje, dat al die tijd zo gul gelachen had, haar pas te versnellen, mompelde haastig ‘doei’ en rende een gang in die ze waarschijnlijk niet eens in had hoeven gaan.
Toen bleek dat we allebei naar hetzelfde metrostation moesten vervolgden we de reis naar de Wibautstraat. Eenmaal boven vroeg de jongen of ik thuis misschien nog wat te drinken had. We belandden op mijn mansarde aan de Weesperzijde, ik opende een fles port en kreeg vreemde verhalen te horen. (Heel even dacht ik aan die schrijver, Aart van der Leeuw geloof ik, die ‘s avonds jonge studenten mee naar huis troonde, ze wat verzonnen bekentenisjes toevertrouwde, de schemerlamp wat lager zette – en dan maar bekentenissen uitpeuteren en daar schetsjes over schrijven.)
Hoewel ‘Raymond’ niet achterlijk was zag ik al snel de bodem van zijn vocabulaire, gebruikte hij maar een handvol woorden, waarvan vooral ‘weirdie’ me bijbleef. Alles was ‘een beetje weirdie’: zijn vriendin die hij die avond in Santpoort had bezocht, zijn moeder die aan de vieux was, zijn boezemvriend die twee weken geleden 400 gulden had verbrand, hijzelf die zo veel last had van ‘al die psychische shit.’
Het was allemaal zo, ja hoe heet het, zo weirdie. Hopelijk ging het binnenkort wat beter met zijn vriendin, zelf had hij ook twee opnames achter de rug, hij wist wat het was.
‘Het komt allemaal door die psychische shit, ik kan gewoon niet meer normaal denken. Jezus man, vind jij me normaal” Zou je me hierna nog wel eens willen zien”‘
Al die tijd zat dat katje tegenover me. In een kooi. Soms miauwde het. Zacht. Schuw. Hij had, verduidelijkte Raymond, het ‘beessie’ opgehaald bij zijn vriendin, die kon daar in dat gesticht toch niet goed voor zorgen, en terwijl ik zo naar dat gekooide katje zat te kijken – één oog ferm dicht knijpend om het wat scherper in beeld te krijgen – werd ik opeens door een onpeilbare vermoeienis bevangen.
‘Slapen’, zei ik. ‘Ik moet slapen.’ ‘Wil je me echt nog wel zien”‘ vroeg hij toen ik hem uitliet. ‘Ook met al die psychische shit”‘ Keek naar het katje. Gaf mijn nummer. Hoorde nooit meer iets.
Blz. 26/27, Menno Wigman, Het Gesticht.


iGer.nl
Negentien””nennegentig. Voor het gemak dan maar, want ik weet nog dat ik dat een mooi getal vond. 1991. Wat ook slaat op het tijdstip dat de twee onderstaande schrifturen aan mijn pen ontvloden. In een andere periode dat ik wat obsessief bezig was. Nog geen idee had welk een rampspoeden er nog boven mijn hoofd hingen. Althans, mijn moeder moest toen nog sterven. Het afscheid van Duin & Bosch wat zich nog moest aandienen. Mijn gedrag wat nog niet geheel aan correctie onderhevig was. En mijn inzet. Of mogelijk de andere keuzes die ik in mijn leven maakte.
Blijkt pas veel later, en ook weer achteraf. ik zag de deugden om mij heen en had niet altijd weet dat een ander daar ook een andere interpretatie aan zou kunnen koppelen. Ik aanschouwde en beschouwde mijn leven op mijn manier en had illusies. Maar ook dat bleek achteraf. Sprak regelmatig een hoop uit, sprak ook een hoop uit. In de hoop dat daar iets van zou blijven hangen. Een verhaal. Een voorval. Een situatie die om een nadere verkenning vroeg. Een analyse van dat voorval. En een suggestie om het een andere keer anders aan te gaan pakken, te proberen er anders tegenaan te kijken, met een frisse blik, met een gepast zwijgen.
Vandaar de deugden, hoewel de deugd van de een absoluut niet de deugd van de ander hoeft te zijn. Zoals Balkenende in een nieuwe Fiat 500 naar mij zwaaide. Als raamposter. Een reclame van het CDA. Voorzien van wat gifgroene teksten. Opvallend. Juist door zijn deugdzaamheid.

DEUGDEN

Wat, voor den duivel,

groeit de list, het bedrog

des mensens feilen,

oprechtheid, eerlijk en

een zuiver geweten

deugden

op dit moment, verkeerd

in de tijd

geplaatst.

En dat andere schrijven” Ooit schreef Freek de Jonge de tekst voor het gezamenlijke lied ‘Eenzaamheid.’ (Neerlands Hoop express.) Daar draag ik dan maar gewas aan op. Tenslotte is het pas twee jaar geleden dat Jan en ik hem in Den Haag ontmoetten. En ik mijn schroom overwon; zijn handtekening met die tekst siert nog steeds in het kleine kamertje de boekenkast”
GEWAS
Langzaam groeit het zaad
der bitterheid, tergend
langzaam groeit het zaad
der eenzaamheid, tergend
de stroom cynisme.
Het onderspit delven
een kwestie van
graven.


iGer.nl