Het Collumbumbus ei gebroken!

Soms is iets af, omdat het niet af is. Je kunt dan een beetje katterig gevoel overhouden,omdat je het zo graag zo anders had willen zien, je je door de ander liet (ver)leiden naar de climax, het ultieme hoogtepunt, wat uitblijft. De verwarring slaat toe en de leegte maakt zich meester. In plaats van de leegte te accepteren voor wat deze is, zoeken wij in onze radeloosheid, naar de vulling. Als de vulling, hoe dubieus ook, er weer is is de leegte verdwenen, denken wij. Hoe anders als de katterigheid plaats maakt voor dat andere gevoel, een kater. En daarmee een nieuwe dimensie aan het totaal toevoegt. Een kat, meester op vele terreinen, onschuldig tot het moment waarop hij zijn klauwen uitsteekt. Ronkend, soezend, grillig bijtend, zelf zijn weg bepalend en bepaald niet onder de indruk van kunst, laat staan kunstjes. Zelfs kunst proberen wij te vatten, te formuleren, een duiding te geven. Wat doet de kat” Hij wappert wat met zijn staart, draait zich om en koestert zich in het zonlicht. De buik gevuld, z’n vacht gestreeld met eigen tong en wachten tot het donker wordt. Het duister wekt zijn oerinstinct, zijn pupillen vergroten zich en iedere manestraal is er een. Het duister zorgt ervoor dat zijn bewegingen ons ontgaan, als hij zich tijgerend door het struikgewas begeeft op jacht naar… het spel van kat en muis. De kat denkt muis en de muis denkt er het hare van. De kunst van het ontlopen, je levend dood te houden, de ander zand in de ogen strooiend en het dikbuikig, volgevreten monster z’n speeltje ontzeggen. Ook dat is kunst, maar in het donker blijft dit toneel voor ons verborgen, denkt de kat. Joepie voor Jopie! Het is de kunst te lezen dat wat er niet staat. Het is de kunst te horen, dat wat men niet zegt. Het is de kunst te zien waar levenskunst naar ‘s maakt. “Wat heet”, denkt Fritz the Cat en verdiept zich in zijn leegte. Een tuimelaar, zo zit hij daar te wachten op een vliegend visje. Z’n snorharen flink opgepoetst te mijmeren over poesjes. Ongenaakbaar zittend op z’n pad, de rug naar de kijkers toegekeerd te wachten tot het later wordt. Vereeuwigd door wat strelen op papier, wat streken met penseel z’n eigen streken voor het gemak vergetend. En weer die terugkeer van die hand, die daar een hand van heeft. Een hand in heeft en daardoor deze hand, een pen als zesde vinger, tot leven brengt. Met woorden mixt, de tijd gaat vullen, de tijd vergeet hoe door te komen ‘De beste bestrijding van verleiding is vermijding, maar moeten wij daarom alle meiden mijden”, denkt de kat met opgepoetste snorharen de leegte instarend. Fritz the Cat dacht daar duidelijk anders over en begaf zich in het leven. Het LEVEN, ooit een blad met een duidelijk moraliserende ondertoon, waarvan hij juist het tegendeel bewees. Wat spreekt mij nu meer aan, is de laatste gedachte van de kat voor hij van zijn paaltje tuimelt. Tuimelaar kan net zo goed worden ingeruild voor dromer, maar dromelaar is een woord dat momenteel weinig opgeld doet, dus vergeten we dat maar weer. Aan de ongekende, onbekende horizon ontwaart de kat, weer zittend op z’n paaltje wat naderend wiek geklapper. Een verdwaalde hond heeft zich in het riet begeven, in een poging zijn dorst te laven. Onbekend van de schade die hij in zijn onschuld aanricht, jaagt hij moeder eend van haar ei. Langzaam kom ik nader en ontwaar een nest. In dat nest ligt een ei. Dit ei of een ander”
Er was een ei, een ei in mei in mij. Jij vraagt om niets, ik geef je wat. Zullen wij het samen delen en wachten tot het ei in jou, in mij ons gaat verblijden, spiegelei spiegel jou in mij… zullen wij het samen breken”!
Iets van waarde kent z’n prijs.