hardLEERS

Denk nu niet dat ik de afgelopen week niet aan de muur gedacht heb. Want links- dan wel rechtsom was aan de muur niet te ontkomen. Hij viel. Ooit. En er was oprechte verwondering. Iets wat langzaam was gegroeid, wat de Koude Oorlog in ging luiden en wat zich herhaalt in het Midden Oosten. Een conflict. Ook weer gebaseerd op politiek. En macht. Wat corrumpeert. Opdat het likken van de wonden zich op een ander moment weet te herhalen. Waar niemand om vroeg. Maar wat in de lijn der geschiedenis past. Omdat de mens zich stomweg herhaalt. Een andere muur weet op te trekken. Zich daar achter schuilhoudt. De illusie in stand houdt zich daarachter veilig te voelen. Opdat…
Nu gaat het vandaag niet over muren, maar meer om over muren heen te kijken. Zonder daar direct een ladder bij te gebruiken. Niet eens een verhoging. Maar je voor te stellen dat je langdurig de knieën had gebogen en nu aanstalten maakt om rechtop te gaan staan. Waarbij gewrichten kraken. Waarbij een langgerekte zucht de lippen verblijdt. En waarbij het geheel gepaard gaat met een andere hartslag, een andere ademhaling. Je bewust inademt. En traag de ademtocht de vrije ruimte in laat gaan. Waarbij jouw tenen zuchten. Opdat een laatste achtergebleven deeltje koolzuur met de stroom weet weg te komen. Een gevoel van bevrijding. Want dat moment van opluchting is van langer geleden. Desnoods.
Emotie. Emoties die zich ook gisteren voordeden. Bij het niet aangekondigde derde deel van wat op een dinsdag, nu veertien dagen geleden, een aanvang nam. Op de Plantage Middenlaan. In het Joods Historisch museum. In Duitsland een vervolg kende. KZ Dora-Mittelbau. Waar ook Buchenwald ooit deel van uitmaakte. En het triptiek wat wordt gesloten door de film Sonny Boy. Rampspoed in een notendop. In ruim twee uur een levenscyclus wat in een drama eindigt. Een leven wat een zeker einde kent. Zoals ieder leven een einde kent. Het geenszins bekend is op welke wijze leven kan gaan eindigen. Soms door de hand van een ander. Soms door de eigen hand. Soms doordat simpelweg de systemen ermee stoppen. De koek op is. Of het ene moment wordt ingeruild voor dat feitelijk ander moment. De zon verstek laat gaan en gedachten een vrij donkere richting uitgaan. Noem het en niet lekker in je vel zitten. Noem het momenten van een duistere bezinning. Noem het een simpelweg schouderophalen. Tot dat andere moment. Waarop de momenten je weer toelachen.
Het heeft ook wel wat van de, gelegitimeerde, winterblues. Een laatste oprisping die doet denken aan de zomer, zonder de daarbij behorende temperatuur. Want die temperatuur ontbeer ik nog steeds het meest. Terwijl ik nog steeds weinig te klagen heb. Eigenlijk niets te klagen heb. Emmy tegenkom. Die wat wrakkig loopt. Een nieuwe knie die haar nog niet in staat stelt haar been te buigen. Oefenen wat een schone kunst blijkt te zijn. Niet meer werkzaam in het MCA. Tegenwoordig te vinden is in Heiloo. Op het terrein van de voormalige Stichting. Op Olvendijk haar werkzaamheden straks hoopt te kunnen vervolgen. We hebben het even over de uitholling die plaatsvindt. Geesterkogge in Schagen wat dicht gaat. Ooit met veel ambitie en gericht op de toekomst per januari 2012 niet meer zal bestaan. Alsof psychiatrie zich niet meer in de Provincie voordoet. Juist de gestichten die zich, kleinschalig, meer konden richten op de plaats waar iemand vandaan kwam. Zoals die ideeën als paddenstoelen de grond uit rezen. Behandelen op de plek waar iemand woont. Behandelen met het accent op wat zo mooi heet, de eigen verantwoordelijkheid. Maar wat te doen wanneer die eigen verantwoordelijkheid uit het beeld verdwenen is. Er meer sprake is van onverantwoordelijkheid. En de hulpverlening niet veel meer kan doen dan ‘stond erbij en keek ernaar.’ Niet mijn verantwoordelijkheid. Niet meer mijn verantwoordelijkheid. Gelijktijdig ook niet minder. Een buitenstaander. Wat ik geworden ben. Die vreemdeling die verdwaald is. En die wat moeite heeft met een naam. Noem Leers bijvoorbeeld. Of een Bruinooge. Of Kamp. Of Bijsterveldt. Of…
De plaatjes…”! Die laten het vandaag wat afweten…