GOD

Door 22 april 2011

‘… want iemand dacht dat’ie onsterfelijk was. Daar ging’ie voor, tenminste…’

Neem nou God. Bij wijze van spreken dan. Zo af en toe kan ik het me goed voorstellen dat de mens hem ‘aan zijn billen kan roesten.’ Iedere keer opnieuw weer met de beperkingen van de mens worden opgescheept, gaat ook hem niet in zijn kouwe kleren zitten. Dus probeert hij in de aankomende dagen zijn schaapjes wat meer bij de kudde te betrekken. Loopt de kerk vol. Tenminste, gezien het aantal fietsen en automobielen wat zich rond De Blije Mare schaart. Ik kan me voorstellen dat dit beeld hem doet glimlachen. Dat hij zijn schare rond zich weet. En dat het niet zoveel meer uitmaakt onder welke noemer zijn naam ‘worde geheiligd.’ als het maar geen Benedictus is. Zijn plaatsvervanger. Misschien denkt hij nog even aan van Eijk. Nog Roomser dan die zestiende. Maar mogelijk dat hij totaal niet denkt. Want ik geef het je te doen. Het besturen van de kosmos. En zo af en toe en uitstapje naar het heelal. Het ongekende universum. Alles wat daar dan weer mee samenhangt. En de gedachten van al die individuen. Uniekelingen. Uitzonderingen op regels. Regels zonder uitzonderingen. Aparte gedachten. Als…

 

Een waan. Een gedachte. Een waangedachte. Simone schreef dit reeds. Niemand is onsterfelijk en ware dit anders dan zou sterfelijkheid op voorhand uitgesloten zijn. De gedachte aan al die miljarden voorgangers. Er zou geen ruimte overblijven. Geen Danse Macabre…

De gebroeders Das zouden torens à la Babylon tot op 10 kilometer hoogte laten uitstrekken. En alles zou ijl zijn. Zuurstofmaskers en drukcabines. Liften die er eeuwen over doen om al die etages voorbij te kunnen zoeven. Bij wijze van spreken dan. En dan het omkeren. Klaar te maken voor onder water. Peilloos diep als de Manillatrog met ongekende drukken. Zo’n boek las ik ooit. Op de bodem van de oceaan werken wetenschappers aan een opgraving… Maar is het de grootste archeologische vondst ooit, of de meest angstaanjagende?

 

Zo’n vraag die zich in mijn geest in het verlengde van de sterfelijkheid voordoet, laat zich niet één, twee, drie beantwoorden. Dan gaan de kronkels met mij aan de loop en waan ik mij even in dat AL, veilig opgesloten in een cocon. Mijn cocon. Een capsule desnoods. En koester ik hetgeen ik zie en waar ik deelgenoot van mag worden. Bewust van het voorrecht wat mij geboden wordt. Oneindigheid kent buitenissige wetmatigheden.

En ook weer niet. Zo verkeerde ik vandaag dan toch weer in de stad. Vertoefde bij even bij het Parkhof en werd wederom geconfronteerd met juist de sterfelijkheid. Van muren. Van plekken die ik anders in gedachten had. Vereeuwigd in een ander moment en momenteel door andermens hand achterhaald. En sta ik even stom te kijken. En leg dit moment weer vast. Juist omdat de dingen doorgaan. Het Couperus was die daar een titel voor bedacht. En dit de mensheid naliet. ‘Van oude mensen en de dingen die voorbijgaan.’ Een soort van passé definitief. Als gisteren bij de kunstuitleen. Van die dingen die de schijn van onsterfelijkheid even met zich meedragen. De witkwast eroverheen en een nieuw elan dien zich aan. De mens in zijn verscheidenheid.

Zijn opkomst en vanzelfsprekende ondergang…

Tags: ,

Dit bericht was geplaatst op vrijdag, 22 april 2011 om 00:22 en opgeslagen in Overigen. Je kunt reacties op deze vermelding volgen via RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achterlaten, of trackback vanaf je eigen site.

1 Antwoord op “GOD”

  1. FueflapleBapy Schreef:

    moet controleren:)

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.