gewoon lui, lui!

20090502-1241294632N1102schoorl10457

Als een eiland. Losgeslagen. Overgeleverd aan de elementen.
Razend. Verwilderd. Tollend. Draaiend. Wervelend. Dollend.
Alleen de vraag met wie. Waarom”
Het middelpunt in een onmetelijke plas. Alles ondergronds. Vloedgolven die elkaar proberen te verdringen.
Woest struikelend over een voorganger, een achterblijver in hun vaart vernietigend.
Krachtig veerkrachtig en dan weer lui en onaandoenlijk. Bijkans verongelijkt.
Nog even en het is weer dat prachtige Bounty eiland waar de folders vol van staan.
Waar de kokosnoot een doffe klap geeft en je die smaak bijkans je papillen voelt kussen.
Vocht dat langs je mondhoeken druipt.
Je wakker wordt door die smaak van water. Je je ogen niet kunt geloven.
Licht wat door een duistere kamer schermt.
Een geluid wat zich niet laat bepalen.
Onherkenbaar. Ongenaakbaar. Onzichtbaar voor wie er geen oog voor heeft. Onbenoembaar. Ongenietbaar.
En niet in de laatste plaats onaantastbaar.
Een orgie van mystieke klanken doet de duisternis verdrijven.
Een storm loeit aan, rukt aan de lakens en scheurt de dekens van het bed.
Als verdwaasd sta ik in een oogwenk op een kleed wat met mij wegdrijft.
Een eigen weg weet te bepalen en ik laat mij, willoos, meedrijven.
Ik ben mijn eigen almacht voorbij en dien als slaaf van iets onbestemd.
Ik ben ontheemd; mijn plaats laat zich niet bepalen.
Ik ben onkwetsbaar; ik besta en besta ook niet.
Ik drijf weg en blijf op mijn plaats.
Ik ga en ga ook niet.
Ik zie en weet niet meer te verklaren.
En als ik staar naar ginder eiland vertroebelen mijn tranen.
Weten mijn ogen van wijken en blijven doelloos kijken.
Want wat zij zien zij raken mij niet.
Mijn zijn kent geen eigen ik meer.
Ik ben mezelf kwijt. Ik ken mijzelf niet.
Ik hef mijn hand en ook weer niet. Ik tel mijn vingers.
En laat het zand als water door mijn vingers glippen.
De zandloper zet een spurt in. Alsof de taille van de loop zich weet aan te passen.
Tijd verglijdt. En wat een kaars was, gaat als vlam meer flakkeren.
Geel wordt blauw en groen wordt rood voordat het licht wit flikkert.

Waan. Waanzin. De absolute waanzin en de zinnigheid in top.
Omdat het leven zo geleefd moet worden.
Het leven en niet zozeer mijn leven.

Omdat het veelal niet veel meer is dan een weg tussen de A en mogelijk de Z.
Waarbij de Y kan staan voor dat moment waarop de splitsing zich voordoet.
De momenten van vertwijfeling reeds zijn verlaten, de T is gepasseerd.
De oneindige O door de Q op zijn plaats is gewezen.
De W de piek en het dal vertegenwoordigt.
En de V staat voor dat andere symbool.
Vrijheid wordt ook in alle vormen beleden. Door alle anderen. Waar ook ter wereld.
Tot in de eeuwigheid. En in die eeuwigheid verpoos ik.
Op dat eiland. Mijn eigen eiland in een wirwar van andere eilanden.
En weet ik waar de buffers uithangen.
De stootkussens zich in allerijl langs de reling verplaatsen.
En de misthoorn overuren maakt.
Ik verpoos. En ik dwaal af. En zie dat zich een dijk ontrolt.
Mijn eiland wordt een schiereiland.

En ik loop terug. Terug naar heen.
En verbaas me over het feit dat ik niet weg ben geweest.
Liever lui. Dan maar minder moe.
LUI

Ik leef;

ken mijn
beperking en
bleef
liever lui.

Ik beleef
als ik actief
ben
bleef ik
actief lui

achteroverliggend

zie ik de
wereld
actief

aan mij
voorbij
trekken.

Ik leef en
beleef

lui.

Zoiets.

En ik zal niet zeggen dat wikswegen mij minder inspireert.
Maar het is wel een feit dat ik tijd nu iets anders inkleur.

Ik toch weer wat meer met die enge kleine wereld wordt geconfronteerd.
En daar wat verdwaasd in sta. Het wel enigszins weet maar bij god niet weet of wat ik weet wel iets enigszins is.
Elf maanden geleden.
Elf maanden later waarin de boodschap van dertig procent nog over nog steeds die dertig procent bedraagt.
Mijn lichaam eigen signalen geeft.
Ik deze signalen niet altijd weet te vertalen.

20090502-1241294483N0802sissy10390

Mijn schouders ophaal.

Zoals ook bij wikswegen, op dit moment.