(g)Een ander geluid


iGer.nl
Stel dat je jezelf ergens hebt opgescholen. Zoals je vroeger schuilhokkie speelde en zelfs je adem inhield om je plek niet te verraden. Je afging op het geschuifel wat zich voordeed, de kuch van een ver vriendje, het gejuich wanneer iemand luidkeels buut zegt”
Je wachtte af. Je probeerde je kansen af te wegen. En je kon je zo af en toe vergissen. Je hoorde niets, kwam tevoorschijn en daar stond hij dan.
Rennen! Voor je leven bijkans.” En de trots als je het net gehaald had. En het gevoel als je het net niet gehaald had.
De afgang.
Het gegeven dat jij moest gaan zoeken. De vraag waar te beginnen als je uitgeteld was. En de persoon die zich achter jouw rug ophield”
Je kunt ook schuilhokkie in jezelf spelen. Dat je je ergens in je bol opschuilt en dat je de omgeving gebruikt om naar jou een zoektocht in te stellen. Alsof je van een pad dreigt af te dwalen en er niet veel meer te doen is dan afwachten. Niet zozeer door het idee niet te weten waar je beginnen moet maar meer de niet te beantwoorden vraag waar naar op zoek te gaan. Naar je eigen ongekende kanten” Naar de vraag waarheen of waar vandaan” Naar geen enkele vraag” Naar leven” Naar dood”
Of gewoon naar niets. Het intrigerende niets wat de mens aan alle kanten weet bezig te houden. Of toch weer iets wat het niets opzij weet te schuiven” De ruimte waarin ik wentel” De ruimte waarin JU wentelt” Wij wentelen. Als potenti”le wentelteefjes” Van oudbakken brood” In melk gedrenkt met kaneel en suiker” Een laagje roomboter” Smullen maar!
Of is het juist de engte die mij in een keurslijf probeert te persen. En ik niet weet hoe mij hier tegen te verzetten.
Eigenlijk niet weet of ik me hier wel tegen wil verzetten. Maar ook geen berusting ervaar.
Het is niet de weg van het lijdelijk verzet. Er is dan ook geen sprake van enige vorm van verzet.
Het is een soort van meedrijven in de beweging die zich voordoet. Als er al sprake kan zijn van een beweging. De vloer waarop ik sta raakt van de rel. Aan de rol. Of zijn het juist de muren die beweging simuleren” Raak ik nu toch de grip kwijt” Verlies ik de controle” Of mag ik mezelf overgeven aan de maalstroom van dit moment”
Alsof turbulentie de windstilte weet te vullen. Omhoog en hoger, omlaag en nog lager, de kompasroos die op hol slaat of juist de naald weet stil te leggen. Dat ik mezelf kwijt dreig te raken kan en mag geen rol gaan spelen in dit spel wat ik, eigenlijk, met mezelf speel. Waarbij ik alle rollen weet in te vullen en dan geen andere pogingen hoef te doen. Alle voors en tegens weet te plaatsen de regie voer en gelijktijdig alle hoofdrollen weet te vertolken.
Bijrollen zijn nu niet te vergeven. In een volgend moment staat alles stil, terwijl ik dreig te vallen. Om te vallen wellicht. Vergroot dit moment mijn doodsangst of mijn levenslust”
Ga ik in op de opmerking: ‘vooruit maar weer’ of ‘sta maar stil”‘

‘Zielsverhuizing vindt niet na maar tijdens je leven plaats’, stelt Cees Nooteboom.

Zou de man ook last kunnen hebben van dit schuilhokkie fenomeen” Of is de ruimtevrees voor iets anders ingeruild” Blijft het licht dan flikkeren” Misschien wel flakkeren en kan ik dan in mijn schuilhokkie mij blijven verstoppen. Omdat niemand mij zoekt” Omdat ik iets en niets niet weet te plaatsen” Of misschien juist wel” Zonder dat ik het zelf in de gaten heb” Is ruimtevrees mijn angst” Of neem ik dit maar op voorhand aan”
Om voor een deel mijn angst onder woorden te brengen. Om herkenning te bewerkstelligen” Of stomweg om ook dit gevoel te kunnen delen”
Noem het ruimte. Noem het vrees. Noem het licht en noem het duister. Zoek naar een hoek waar je kunt schuilen. Als het even niet anders kan. Als het even kan. Om bij jezelf te rade te gaan. Om even dat oude gevoel weer te ervaren. Van toen.
Naar nu”

RUIMTEVREES
De ruimte
waarin ik
mijn leven
slijt
benauwt
me;
de engte
van mijn
ruimte
bied mij
de mogelijkheid
op adem
te komen!
Dan gaat
het licht
uit
en
tast ik
in
het duister.


iGer.nl

Iets voor de eerste dag van maart. Om even stil te staan.