Geduld vrienden!

De eerste zin is gezet! Perikelen vieren hoogtij. Het einde der wereld laat nog even op zich wachten, gelijk de rampen die nog schuil gaan in de nacht. Het einde der tijden laat zich raden; ik waag mij niet aan een voorspelling. Hooguit aan de woorden waarmee ik aanvang. Ook zo benieuwd hoe dit alles afloopt” Geduld vrienden! Een reden om nog even te wachten!
Niet veel later blijkt de wereld toch niet te zijn vergaan, liggen rampen verscholen in de schoot der toekomst, vieren de Maya’s dit keer hoogtij en keer ik, ook weer, terug op aarde. Dat van dat welbehagen spreekt voor zich. Dat de mensheid zich in een algemeen welbehagen kan vinden, niet vanzelfsprekend. Makkelijk ‘lulle’ nu de dag zich kenmerkt door de sluiers die uit de hemel worden losgelaten. Niet zozeer met bakken, meer de miezerigheid die vaak het alledaags bestaan kenmerkt. Ook ik beweeg me dit keer in die maalstroom: de horde die ik neem wanneer ik de supermarkt betreed. De paden vol met nog vollere winkelwagens, overvolle boodschappenmandjes en de aanbiedingen die, bijkans, van vleugels zijn voorzien. De beweeglijkheid van mieren in hun woning, de aanvullingen die, ternauwernood, de open plakken halen, de gretigheid waarmee de passen in sleuven betalen. De eindigheid die dit keer het onderspit heeft mogen delven. Want delven is het: het einde der tijden doorstaan en het graven naar die andere omstandigheid. Waar ik gisteren deelgenoot van mocht zijn. In Bloemendaal. In dat gezamenlijk samenzijn, hetgeen dit keer een bewuste keuze is. Dan heb ik het uitsluitend over mijn taalgebruik! Ik zou daar een ander niet mee willen vermoeien… en begeef me daarom nu naar vandaag. De dag na de nacht van door voor.