Gedeeltelijk geheel in dele(n) IV


IMG_2573
Vrijdag, 10 juli 2015.
Wat het vandaag zo bijzonder maakt is het feit dat ik op 8 december 1992 mijn duizendste schrijfsel had geproduceerd en dat het het vierde schrijven was dat de magische grens van 1000 symboliseert. Het is dan ook een eenvoudige constatering die ik toen en ook nu naar voren bracht en bij deze breng. Het stelt wederom weinig voor. En de enige die ik daar een genoegen mee doe, ben ik waarschijnlijk zelf. Het feit dat ik daardoor mijn paternoster weet te continueren doet mij heel veel genoegen. Wanneer dit genegen ook nog enigszins gedeeld wordt, smaakt dit geheel naar meer. Nog meer zul je je afvragen” Ach waarom niet. Ik doen daar toch niemand kwaad mee (hoop ik”!)
1001.
Duizend dingen / vragen om / 1 te blijven / heb je / duizendeen! Daarnaast kan sprake zijn van
SCHULDGEVOEL.
Wat beoog ik met dit schrijven” // Je kunt van mij de kolere krijgen. / Je kunt van mij de tering krijgen. / Maar // als je dit dan krijgt / blijf ik / met een schuldgevoel achter.
Woorden van toen, woorden die haaks staan op het respect wat tegenwoordig gangbaar is. En toch worden vergelijkbare ‘wensen’ ook tegenwoordig nog steeds gebezigd. Wat dat betreft is de consta’tering’ nog steeds op veel situaties van toepassing.