foto-verf-foto.

En waar de lente een overdaad aan zon ontvangt, is het de wind die steenkoud aanvoelt. Althans in mijn perceptie, om maar eens een platitude van stal te halen. Grootspraak in het klei als het ware, ware het niet dat een platitude staat voor een nogal plat gezegde. Veelspraak gaat mij in de regel beter af, en wanneer ik kortspraak zou moeten gaan verdedigen kom ik waarschijnlijk niet verder dan een langgerekt eeeeeeeeeeeeeeh o.i.d. Hetgeen de toon zet voor vandaag, terwijl wij in die grote stad aan de Maas aan het dwalen zijn. De tegenhanger van de hoofdstad, maar wel een stad met een wereldhaven. En daar kan Mokum nu eenmaal niet prat op gaan, hooguit dat een verdwaalde Cuise-boot wat moeite heeft met aanleggen. Het IJ zou het IJ niet meer zijn wanneer een volgende brug de oevers met elkaar gaat verbinden en wanneer het aan de Minister, de Provincie en de binnenvaart ligt komt volgende tunnel. Waarom niet gelijktijdig aangelegd met dat Noord-Zuid gebeuren, of een fietsersmetro bedacht, gelijk die kanaaltunnel van Frankrijk naar Engeland. Je hebt nu eenmaal geen witte en zwarte zwanen meer nodig om naar dat Eiland te varen, hooguit een koelcontainer met daarin diepgevroren… maar dat is een heel ander verhaal, dat is van een totaal andere orde, gelijk de zeef van de douane in Rotjeknor de mogelijkheid biedt om steeds grotere hoeveelheden neusstof tot je te nemen. Cocaine in my brain, Eric zong daar reeds over voor hij besloot om verder akoestisch door het leven te gaan. Zo’n dag stel ik me vandaag voor, maar de kans dat wij oog in oog komen te staan met hyperrealistische werken acht ik niet uitgesloten. En wanneer foto’s de aanleiding zijn om die werken met behulp van verf om te gaan zetten in werken die ik dan weer vastleg met mijn Canon…