Fnuikend!

Fnuikend! Het is iedere keer weer een beetje meer. Dat bedrijf dat pretendeert je niet in de steek te laten. Dat kuit laat gaan en Hommen inhuurt. Recruteert om ook daar weer eens orde op zaken te gaan stellen. Hetgeen mogelijk ook van toepassing zou kunnen zijn op de Overheid en het bodemloze gat dat ICT schijnt te zijn. Iedereen aan de DigiD en niet veel later het bedrijf failliet dus weg ermee. De consumptiemaatschappij waar wij allen deel van uitmaken vraagt een steeds grotere tol. Wat de een ontbeert wordt in de zakken van de ander gepropt. De vraag wat de een nodig heeft, wordt aan de andere kant niet gehoord. En mocht er sprake zijn van een antwoord, dan zijn het de economische goeroes die de antwoorden steevast tot hun beschikking hebben: hele volksstammen raken overtuigd van dat gelijk. Steeds minder meer gaan uitgeven is inherent aan de Westerse invloed. Waarbij die invloed veelal van over de oceaan tot ons komt. Prietpraat meneer”! In zekere zin wel. Maar dat geeft niet! Ik heb vandaag nu eenmaal niet zoveel te zeiken. Heb een uur lang onder een apparaat doorgebracht en ben met milliseconden behandeld. Ja, mijn ICD is zodanig afgesteld dat… in een ander land, op een ander continent had ik lang niet zo kunnen zijn als ik ben. Dan was ik allang dood geweest. Dus tel ik ook vandaag weer eens mijn zegeningen in een optelsom van ‘iedere keer een beetje meer…’ Morgen weer eens een ‘daggie’ anders. Een dag met Jan op stap. En daar ik geen flauw idee heb wat de dag van morgen gaat brengen, neem ik vandaag reeds een voorschot op die toekomst. Al was het alleen al om reden om de dag van morgen op voorhand vast te kunnen leggen.