euthanatos/pluusj


iGer.nl
Wet toetsing levensbe”indiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, Artikel 2
Artikel 2

  1. De zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 293, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, houden in dat de arts:
    a. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen
    verzoek van de patiënt,
    b. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk
    lijden van de patiënt,
    c. de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens
    vooruitzichten,
    d. etc. etc.

Hoe kan een mens leven met de wetenschap dat een naaste er morgen om dezelfde tijd niet meer zal zijn” Of hoe valt de onverdraaglijke gedachte aan een zelfgekozen dood toch te verdragen” Wannie de Wijn koos voor zijn tragikomische toneelstuk ‘De Goede Dood’ één van de meest ingewikkelde thema’s van deze tijd: euthanasie.
De familie Keller telt drie broers. De oudste is terminaal (longkanker) en heeft gekozen voor een vrijwillig levenseinde. (‘Vroeger bestond God, tegenwoordig moet je het allemaal zelf doen…’). De middelste broer, de zakenman, blijkt steeds minder onkwetsbaar dan gedacht. De jongste is autistisch en toont zijn emoties pas als hij achter de piano zit. Met deze paar bovenstaande streken komt de kracht van het spel niet direct uit de verf. Want een krachtig spel was het wel wat Pluusj ons voorschotelde. Krachtig, ontroerend en bij tijd en wijle behoorlijk grof. Grof echter in de zin van een verantwoordde grofheid, als er werd gevloekt. Als de machteloosheid weer eens toesloeg. En als zwarte humor zijn intrede doet. Want humor en dood verdragen elkaar, verdomde, goed.
De Wijn schreef een stuk over een man met longkanker, dat speelt de dag v””rdat zijn dokter en vriend hem de fatale injectie zal geven. ‘s Avonds komt de kleine familie bij elkaar: een broer in zaken, een andere broer die autistisch is, maar wel heel aardig piano kan spelen. De vriendin, die eerder met de zakenbroer was en een bijna volwassen dochter. Allen met verschillende emoties, allen ook met een eigen agenda, maar allen daarbij met een onvoorwaardelijke vorm van liefde. En juist die liefde wordt onderhuids voelbaar gemaakt, hetgeen garant staat voor die bijzondere ontroering: kippenvel! Herkenbaar vanuit eigen ervaring of van verhalen.
Uiteraard uitvergroot en gecomprimeerd! Juist daar leent zich theater voor! Stelt John Roos uit Den Haag op de recensie van Simber. Dat gaat over het professionele toneel. Met namen als Huub Stapel, Peter Tuinman, Wilbert Gieske en Will van Kralingen.
‘Over de spreekwoordelijke Nederlandse tolerantie wordt inmiddels meestal in de verleden tijd gesproken. Ons liberale prostitutie- en softdrugsbeleid staan onder druk, maar ‘Nederland gidsland’ heeft in ieder geval nog twee puntjes van trots: abortus en euthanasie hebben we maar mooi bij wet geregeld. In Nederland gaan we bij uitzichtloos en ondragelijk lijden rationeel, pragmatisch en onsentimenteel met de dood om.’
Simber gaat verder met het volgende:
‘ze praten en ze drinken veel en ze ruzin ook nog wat. Vooral de botte zakenbroer weet steeds op het verkeerde moment (‘Voil”‘, met uitdagend gespreide handen) een nare opmerking te maken of over de erfenis te beginnen. De larmoyantie (overdreven klagerig, al te sentimenteel, huilerig) die toch altijd op de loer ligt bij een dergelijk onderwerp, wordt prima in balans gehouden door de humor en de soms harde woorden tussen de personages.’
De zes spelers van Pluusj, Ruud Benard, Jan Slijkerman, Marco van Tol, Mieke Hamers, Greetje Danner en Jos de Kock (met ceekaa!) maken er een prachtige voorstelling van. In een simpel beeld: een zwarte piano met een bos rode rozen, een bank, een stoel, een zwart tafeltje, een simpel midi radiotoestel. Met cd speler! Wat witte doeken die van het plafond naar beneden hangen. Een uitgelichte belichting. Een bed wat symbolisch gebroken in de kamer op het eind zijn opwachting maakt.
Waar Simber claimt dat ‘Nederland gidsland’ zou kunnen zijn, kan Belgi” ons naar de kroon gaan steken.
4. Wanneer is euthanasie wettelijk toegestaan”
De wet schrijft volgende voorwaarden voor:
Wat de patiënt betreft:

  • de patiënt moet meerderjarig zijn of een ontvoogde minderjarige
  • hij/zij moet handelingsbekwaam zijn op het ogenblik dat euthanasie wordt gevraagd.

Wat het verzoek tot euthanasie betreft:
vrijwillig: zonder druk van buitenaf
overwogen: de patint is tot een beslissing na correcte en relevante informatie te hebben
gekregen o.m. over zijn ziekte, mogelijkheden van palliatieve zorg enz.
herhaald: niet impulsief en duurzaam, d.w.z. op verschillende dagen herhaald
schriftelijk: opgesteld, gedateerd en getekend door de patint zelf. Indien de patint daartoe niet
in staat is, gebeurt het op schrift stellen door een meerderjarige persoon die
gekozen is door de patint en geen materieel belang mag hebben bij de dood van de
patint.
Wat de toestand van de patiënt betreft:
Het moet gaan om een medisch uitzichtloze toestand van ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden, tengevolge van een ernstige en ongeneeslijke aandoening door een ziekte of een ongeval.
Er wordt niet vereist dat de patiënt aan die aandoening zal sterven of dat de aandoening een terminaal karakter heeft. De wet is dus ook onder specifieke voorwaarden van toepassing op de zogenaamde niet-terminale patiënt.
Geen gedicht! Geen plaatjes! Geen toespraken! Geen bloemen! Hoewel…


iGer.nl
IJsbloemen misschien”!