En dan de Tweede K.dag

Tweede Kerstdag.
Op naar de Tweede Kerstdag. Geheel en al in het teken van de 24-uurs economie en het gevoel nog niet verzadigd te zijn. Misschien lokken de aanbiedingen en raakt de datum van Tenminste Houdbaar Tot een hoogtepunt. Mogelijk dat er meer is ingekocht dan is afgenomen. En dat brengt me naar Jan Blokker. Uit de bundel: ‘kind’.

Een en twintig jaar geleden stierf mijn opa,

zeven uur ‘s ochtends, eerste kerstdag,

en in de kamer waar hij lag

voor eens niet meer amechtig –

deed een bleke zuster stil haar werk.

Ik hoorde het omstreeks half negen:

‘Opa is dood’, zei mijn vader;

ik zag hem niet, maar hoorde in zijn stem

de tranen. Negen jaar oud

en dood betekende niets.

Later is hij eens herrezen

uit de as van mijn slaap.

Maar tegen de ochtend sliep hij weer in,

want slechts in de nacht

zijn de dood en het leven gelijk.

En nu, een en twintig jaar na dato,

is hij er weer, en hij draagt me

als een jongen, en omarmt mij,

en hij heeft mij gemist als geen ander.

Wat kan ik nog met opa spreken”

Een zandloper is omgevallen,

er branden vuren: de bleke lucht

valt in de kamer – eerste kerstdag,

‘s ochtends half negen.

Neem het mij niet kwalijk, vermits ik lekker bezig ben En in dat lekker bezig zijn stuit ik op Alexander Pola, niet de eerst de beste. Omdat het weer een gewone doordeweekse zaterdag zal zijn, waarbij de geneugten des levens zich an alle kanten van hun beste zijde hebben laten zien, zal ik morgen woorden van hem te berde brengen! Uit de bundel: ‘Schrijfkramp’ Vader.