Eerste Kerstdag

Eerste Kerstdag.
Een manier om de komende dagen door te brengen, is door elders te vertoeven. Hetgeen niet wegneemt dat de berichten die ik van belang acht, doorgaan. De implicatie van deze doorgang is simpelweg door te gaan anticiperen. En dat anticiperen doe ik als volgt: uit de bundel Nederlandse dichters kiezen hun eigen voorkeursgedicht.
Om te beginnen voor vandaag een gedicht van Neeltje Maria Min, die ooit aan de weg is gaan timmeren met haar bundel ‘Voor wie ik lief heb, wil ik heten.’
Dit keer uit de bundel: ‘Een vrouw bezoeken’ het volgende gedicht.

Toen ik aan je geboorte dacht

en voelde hoe ik bij je hoor

drong eindelijk met volle kracht

jouw dood tot mijn gebeente door.

Betreuren zal ik dag en nacht

dat wat zich spoorslags heeft gemeld

toen jij ter aarde was besteld

door mij moet worden voortgebracht.

Een spons, geschubd, dingt naar jouw troon

en maakt op mijn bescherming jacht.

Ik wil geen ander nageslacht.

Al boort het zich sluw door mijn schoot,

geen macht maakt dat ik jou verstoot,

mijn lieve, eerstgeboren zoon.

Mogelijk niet direct een Kerstgedachte en toch… het was nu eenmaal in Bethlehem dat daar over iemand gesproken werd en dat uit Zijn Naam nog steeds een jaar speciale dagen kent… Vandaar!