~~~~~~~~een golfje op de stroom~~~~


iGer.nl
WERKELIJKHEID & VERBEELDING.
In een web van verlangen, gevangen in een vorm van zijn, bewust van zijn desnoods, kan ook ik dromen vangen. Een eigen droomvanger. Als een spin”
STIL VERDRIET
In sluiers gevangen
nacht
een schreeuw
veracht het
achteloos gebaar
waarin
sluiers
der gevangen
gedachten
zingen, kreten
kus mij dan
raak mij ‘an
vergeef mij
wacht
te lang
vergeten zinnen
in een vergeven
nacht
raak ik gevangen
in sluiers van
verlangen.
En ook nu zal het mij niet verbazen dat deze woorden niet geheel onbekend voorkomen. Want van dat stille verdriet blijft het altijd weer de vraag wanneer dit de kop opsteekt. En dan kan een herhaling van die woorden helemaal geen kwaad.
En ga ik wat op de citeertoer. Van ene Hesse. Hermann zal ik maar zeggen, die wijsheden koestert en rondstrooit, gelijk een boer in het verleden zijn zaad zaaide. Een rijk man, hoewel dat al iets aangeeft omtrent mijn werkelijkheid en verbeelding. Want van een verhaal is alleen maar waar wat de toehoorder gelooft. De blik van het Willen is onzuiver en vertekend. Pas wanneer we niets willen, pas wanneer ons zien pure beschouwing wordt, manifesteert zich de ziel van de dingen: schoonheid. Als ik een bos bekijk dat ik wil kopen of kappen of waarop ik een hypotheek wil hebben, dan zie ik niet het bos, maar alleen dat wat betrekking heeft op mijn Willen. Maar heb ik ten aanzien van dit bos geen enkele wens, kijk ik alleen maar ‘gedachteloos’ het groen in, dan is het pas een bos, natuur, gewas. Dan pas is het mooi.’
En niet veel verder stelt hij: ‘er is maar één waarheid, maar ze heeft miljoenen gezichten.’


iGer.nl
Wieringenland A.
‘De oudere heer, die een redelijk bestaan had op mijn al eerder omschreven opname-afdeling (Brederodekliniek Heren beneden), wordt overgeplaatst. Veel van zijn privileges worden hem ontnomen. Hij gaat uiteindelijk ten onder aan de pesterijen van de overige heren en overlijdt. De toegesnelde internist probeert zijn geweken levensgeesten nog op te wekken, doch slaagt hier niet in. Als ik terugkom van mijn middagpauze, is hij al afgelegd, dat wil zeggen volgepropt met watten, een naamkaartje aan zijn grote teen” en voorzien van een gebit waar we er wel zo’n kleine twintig in een doorzichtige plastic zak van in voorraad hebben. Ooit was er een enthousiaste leerling-verpleegkundige die alle gebitten van de heren eens lekker zou gaan schoonmaken. Helaas ontbrak er een duidelijk identificatiesysteem om ieder ook weer het eigen gebit terug te kunnen geven maar… op deze manier loopt de gebittenvoorraad terug!
De gang naar het mortuarium vindt plaats met behulp van een soort huifkar. De brancard wordt op de tweewieler geplaatst. De huif gaat er over heen en zo verdwijnt zijn stoffelijk overschot van de afdeling. Weinig patiënten reageren. Het lijkt een soort berusting, een vanzelfsprekendheid. Bij het mortuarium wordt de kar naar het binnenplaatsje gereden en de huif verwijderd. Op het, gelukkig, helder verlichte binnenplaatsje blijkt dat de handen onder het rijden losgeschoten zijnen de lijkstijfheid het nog even laat afweten. Van onder het laken komt een arm te voorschijn… wij staan verstijfd. De man gaat de koelkast in.


iGer.nl

Aangezien er geen directe familie meer is en de verdere familie niets van zich heeft laten horen, is de weg vrij om een obductie te doen. Ik help de voorsnijder met het lijk op de sectietafel te leggen. Deze man heb ik, toen hij nog leefde, verpleegd. Nu hij dood is kan hij me nog het een en ander leren wat betreft anatomie. Is dit ook een vorm van afscheid nemen”‘

‘Een doodsstrijd is evengoed een levensproces als een geboorte en dikwijls kan men die twee verwisselen.

Na elke dood wordt het leven subtieler en verfijnder.

Tegen de dood heb ik geen wapen nodig, omdat er geen dood bestaat.

Maar er is iets anders: angst voor de dood en die is te genezen.’

Stelt Hesse en ik schik mij in zijn woorden. Zoals ik ook de vrijheid heb genomen om een fragment uit ‘Afscheid’ naar voren te brengen. Want toen ik daar liep, liep ik tegen het pathologiegebouw op. Niet voor te stellen dat, waar ooit hersenen in formaldehyde in Keulse potten de wanden behingen, nu koffie wordt gedronken. En de deuren die ooit toegang gaven tot die koelcellen, zich nog steeds in dat gebouw bevinden.
En dat dat binnenplaatsje zo krap was…


iGer.nl