Dubbel (ganger) in de krant


iGer.nl
Er zat een klein kaboutertje, te huilen op… een steen, een paddenstoel, een palmblad, een beukennootje, een stuk eekhoorntjesbrood. Te huilen, huilen, alleen maar om de dood.
Want dood ga je. Dood ben je als je vergeten bent. Maar wanneer je nu echt dood bent, wordt niet eerder erkend dan dat de schouwer is geweest. De arts aan wie wij deze bijkans heilige taak hebben opgelegd. Niet eerder dan dat een wetenschappelijk opgeleid persoon de dood heeft geconstateerd. Tenzij de kop van de romp gescheiden is. Of dat, door verbranding, er sprake is van een verkoling. Of dat er sprake is van een bijzonder sterke ontbinding. Wanneer een overschot te lang in het water heeft gelegen; of dat er sprake is van een in ontbinding verkerend lijk wat door aarde overdekt, de ‘Neus’ op een spoor heeft gebracht. Zoiets ongeveer.


iGer.nl
‘In de maag van Felix Halberstein werden voldoende stoffen gevonden om hem nog twee of drie keer aan zijn einde te helpen. Hij had geen halve maatregelen genomen. Hij wilde dood. Hij had geen boodschap meer aan het leven. Letterlijk en figuurlijk. Letter lijk en figuur lijk. Er waren geen handige briefjes voor nabestaanden en politie. Zijn notaris ontving geen postume post met uitleg. Op zijn werk kon niets enig licht werpen op zijn daad. Zijn bureau werd binnenstebuiten gekeerd, zijn computer werd nageplozen. Er was niets.
Felix Halberstein was weg.’
Het besef dat hij weg was, overheerste. Niet alles, niet de hele tijd. Maar veel en vaak. Het brak gedachten af en stopte gesprekken. Wat zeker was, werd zinloos. Gemak werd een luxe.
Het was het gevecht tegen de eindigheid, in de ontnuchterende wetenschap dat de eindigheid altijd wint; dat de mens een schijngevecht voert met zijn eigen gebrekkige voorstellings-vermogen. Dat het eindig is. En eindig is net zo onvoorstelbaar als oneindig.
Het is alleen een stuk dichterbij.
Degene die zelfmoord pleegt, zegt dat hij het zich wl kan voorstellen. Dat hij zelfs niets liever wil. Daarmee wordt de wil om te leven belachelijk gemaakt. Weinig mensen kunnen daartegen. De wil om te leven heeft erg lange tenen.
Uit: Claim, Charles den Tex, Prometheus/Bert Bakker, 1996, De Geus BV 2008. blz.136
Waarom”!
Met de zelfgekozen dood van de Bekende Nederlander Antonie Kamerling, zou er sprake kunnen zijn van een soort van ‘inductiepsychose.’ Nu is bekend dat dit kan voorkomen bij twee nauw aan elkaar verwante personen, maar dacht ik meer in een mate van overdrachtelijke zin. Waarbij een nauwe verwantschap niet anders gezien kan worden dan de ernstige depressie waar Kamerling aan leed. En waar herkenning in zekere mate tot een erkenning zou kunnen gaan leiden. Met alle uitgesproken gevolgen vandien.


iGer.nl
Een klein kaboutertje”
Als tegenhanger van de ‘bescherm’ engel waar de Noorse prinses Mrtha Louise mee schermt.
‘Een psychologische gereedschapskist voor hobbyisten die mensen moet helpen hun stress aan te pakken’, schreef een Noorse krant over ‘Ontdek je beschermengel.’ ‘Een flinke portie geestelijke kwakzalverij’, meende een andere recensent. Waar onze Irene het deed met bomen, gaat deze dame van Koninklijke bloede nog een stapje verder: niet allen praat ze met paarden en engelen maar ook met doden. “Het is ook niet moeilijk om in contact te komen met de doden,” stelt zij.
En toen viel de kerk over haar heen. Met name de bisschoppen (die hun uitgelezen kans waarnamen”!) Het missiehuis waar een cursus van de prinses zou plaatsvinden, dreigde haar buiten te zetten. Mrtha Louise meende echter verkeerd geciteerd te zijn. “Het thema voor de cursus is nooit contact met de doden geweest, maar de vele mogelijkheden van het leven en de ontmoeting met de beschermengel”, schreef ze in een persbericht.
Voor mij heeft het geheel veel weg van een andere hoop die aan de rand van Pandora is blijven hangen: naast de hoop een kabouter en ook nog eens een beschermengel!
Terwijl het bij mij ooit ging om een strohalm. Maar dit gedicht eindigde als een pater noster. Nadat ik gestruikeld was over een grasspriet. Mijn val oneindig en de moederziel die met mij meevliegt. Althans in dat gedicht. Waarbij de opmaak een wezenlijke rol speelt. Maar ik dit niet in die vorm aan de genteresseerde andere kant kenbaar kan maken…
JU kunt nu eenmaal niet alles hebben. Ik heb dan ook bepaald niet alles. Want stel nu dat ik alles had, wat zou er dan nog te wensen blijven…”!
LEF
Heb het lef je kop
uit te steken
schier ongenaakbaar
is de huid
waarvan de kleur
het zwaard doet bleken;
de trilling breekt
de lucht doorklieft
het zwaard
in stukken
weggesmakt.
Zo kwetsbaar
leek het
zo kwetsbaar
bleek het.
En mijn reden voor dit betoog”
Kees de Bakker is al jaren d man achter uitgeverij Conserve in Schoorl. In de jaren zeventig echter zat hij midden in het hippe wereldje van de popmuziek. Seks, drugs & rock roll”
Niet voor Kees.
En als je nu snel kijkt met niet direct gerichte ogen…”! Ieder mens heeft ergens een dubbelganger.
Laat ik nu denken dat ik hem vandaag in de krant ontdek heb!


iGer.nl