drie luik &


iGer.nl
Ik schreef op mijn verjaardag, achttien jaar geleden, de woorden die ik nu met JU ga proberen te delen. Achttien jaar geleden en het voelt nog als een blaag. In zekere zin de blaag op leeftijd, maar dan nog steeds die blaag. Nu klopt daar natuurlijk geen ene moer van, want achttien jaar geleden had ik reeds de bevallige leeftijd van… nou ja 45 impliceerde dat ik reeds ver over de helft van mijn zijn zou kunnen zijn. De negentig heb ik op voorhand uitgesloten. Ik knoeide wat en bedacht het een en vaak het ander. Ik had werk en veelal deed ik dit werk met een groot genoegen. Af en toe stond het werk mij ook wel tegen. En om dit in bepaalde zin ‘af te kopen’ verheugde ik mij regelmatig op de speelgoederen die mij, aan het eind van weer een week van overleven, te wachten stonden. Trofee”n. Veelal in doosjes gehuld en van een schaal die er niet om loog. De helft van de Dinky Toy. En waar deze schaal in 1/43 zich voordoet, was het kunststof (ordinair plastic!) wat op h0 mijn aflaat werd. Dozen vol. Allemaal in diezelfde schaal 1/87. Ik legde beslag op de zolder en wist, jaar in jaar uit, de zolder steeds voller te stouwen. Ik dekte mij in voor mijn toekomst. Als ik met pensioen zou gaan. Als ik op een andere manier naar beurzen zou gaan afreizen. Als ik, met dozen vol, achter die tafel plaats zou nemen…
Toen kwam daar dat moment. Mijn wereld raakte op zijn kop en ik pluk daar nog steeds de vruchten van. Weliswaar met vroegpensioen, maar ook met wat beperkingen. Pillen die op tijd de toegangsweg binnenglijden, prikken om een uitslag te bepalen, wandelen om te voorkomen dat het baggeren van mijn vaten nog enige tijd achterwege kan blijven. Vaak een rondje doelloos lopen, de gang erin en de moed eruit. En als het weer het weer laat afweten, kruip ik toch met veel genoegen in mijn hol. Op een ander moment noem ik dat ons bed. En de tijd…
TIJDVERSCHIJNSEL
Moet ik denken aan vroeger,
in het nu word mij onthouden
waar ik vroeger aan moest
denken was het straks,
waar ik nu in ben.
Als ik nu aan vroeger denk
het nu laat, voor wat het is
was het vroeger nu.


iGer.nl
Probeerde een spiraal te vormen. Zette woorden naar mijn hand. Verdween in klare taal en liet na de ander daarmee lastig te vallen. Het had veel van één grote vomeratie. Kotste bijkans de woorden uit en liet na daar zinnen van te maken. De strijd om naaktheid van mijn bestaan. Zoiets en niet veel later legde ik dit vast. Op die veredelde typemachine. Een tijdschrijver. En vergat de zaken na te lezen. Ik leesde wat en las.
NALATEN
Grappig door onzin uit
te kramen, lijnen vult
voorspelbaar nalaat
de zinnen te benoemen die
ik nalaat.
Vandaar. Leesde wat en las. Zoals het volgende:
Waar ben ik eigenlijk. Hoe ben ik hier gekomen” Ik kan het me niet herinneren. Het lijkt wel een ziekenhuis, want het was zeker een verpleegster die vanmorgen bij mijn bed stond. Ik deed of ik sliep. Ze is weer weggegaan. Het zijn allemaal oude mensen. Zoals ik. Oude vrouwen, niet prettig om te zien. Een heeft er lange tijd naar me staan kijken. Ik kon haar niet zien, want ik had mijn ogen gesloten, maar ik wist dat ze er stond. Ze heeft zich over mij heen gebogen, ik voelde haar adem op mijn gezicht. Die rook niet goed. Nu zijn ze zich aan het wassen aan fonteintjes.
Ze lag heel stil. Moedertje, zei ik. Als een blinde keek ze me aan. Ze herkende me niet meer. Onrustig begonnen haar handen te bewegen. Ze gingen van haar hart naar haar keel, van haar keel naar haar hart. Zonder ophouden. Ik nam ze in mijn handen, ze waren ijskoud. Maar ik mocht ze niet vasthouden. Deze strijd, de allerlaatste, moest ze alleen uitvechten.
Uit: Nederland leest, ‘DE GROTE ZAAL’, Jacoba van Velde.
Fragmenten die doen denken aan het stuk wat Herman Heijermans ooit schreef: Bloeimaand. Waar ik de rol van arts mocht gaan vertolken. En waar dit stuk speelde in een oude mannen en vrouwenhuis, als voorloper van onze huidige bejaardenhuizen, ontkwam men ook daar niet aan de dood. Het einde der tijden en de schermen die om het bed werden gedrapeerd. Om iemand een laatste rust toe te staan, terwijl links en rechts de ellende tot nog grotere droefenis leidde. Want ieder was zich bewust van het voorland dat hen wachtte. Soms kwam het nog tot een ontmoeting. Vaak was het de eenzaamheid van het lot dat restte. Nog vaker bleef rampspoed de metgezel. Dan hielp daar geen lief vadertje dan wel moedertje meer aan. En was het letterlijk het scheiden der wegen. Vandaar, in dit speciale drieluik, als laatste
BESTAAN
Mensen scheppen
slechts
gedachten,
dachten de Goden
daar
anders
over
hebben de Mensen
daar
gedachten
over.


iGer.nl
En spreek ik uit: de lof der zaterdag!