Delf t onder spi t

Door 25 februari 2012

Iets zou zomaar als desolaat kunnen worden omschreven, zonder dat er sprake is van die omstandigheid. Het zou meer op een sfeer kunnen duiden, waarbij een naderend onheil in de lucht hangt. Er hoeft echter geenszins enig naderend onheil in de lucht te hangen: het kan de interpretatie van de betrokkene zijn en het gebruik van woorden die hij, op dat moment, tot zijn beschikking heeft. Anders gezegd: het blijven vormen van perceptie die omschrijvingen doen voorkomen. Dat deze zin geenszins gebruikelijk is,geeft iets weer van de onkunde van de schrijver. Maar hoe vaak komen wij mensen, in casu ik, tot de ontdekking dat de juiste woorden ontbreken? Niet alleen zeer geregeld; welhaast iedere dag is daar dat moment dat ik slechts de beschikking heb over een mond vol tanden…

Wederom een dagje Delft. Cultuur valt nu eenmaal te snuiven en het is onze bedoeling daar een liederlijk gebruik van te maken. Op zich is de treinreis bijzonder voorspoedig (dit keer zonder enige vorm van n de tijd rijden), maar dan komt het. Een perron, een loopbrug, een afscheiding, een oude van Gend & Loos loods, wel prachtig (Delfts?!) blauw, maar dan houdt al gauw iedere vergelijking op. Uit de voormalige overkapping komt, waarschijnlijk uit de resten van de dakgoot, nog wat verdord gras. Het is van een hopeloosheid, wat de triestheid van de dag alleen maar onderschrijft. Het zijn de plankieren die onze voetstappen van een hol geluid voorzien. Ergens verder weg klinken slagen van een hamer op een ijzeren voorwerp. De dreunen galmen na, en de bouwput, die van de hoogte zichtbaar wordt, lijken het beeld van een ongekende woestenij, te versterken.

Welkom in Delft! Stad waar ooit Willem van Oranje het leven liet. Waar de Porceleyne Fles eeuwenoude tradities in ere probeert te houden, waar de Technische Universiteit nog duidelijk zijn stempel op drukt en waar ooit Calve de wonderen van de Jugendstil landelijk zichtbaar wist te maken. Waar een Haagse tram zich slingerend een weg baant in de chaos van een openliggende bouwput. Het station doet denken aan een van Godverlaten eiland, waarbij reizigers aanspoelen op die Godverlaten stranden. Perrons in dit geval. Wij deze treurigheid alras achter ons laten en een weg banen richting Science museum. In dit geval te vinden in de Mijnbouwstraat. Hetgeen dan postuum recht doet aan Jan zijn vader. Tenslotte had hij daar zijn kroon in Delft op zijn werk kunnen zetten. Een gebouw wat doet denken aan een voormalige Katholieke school. Een vierkant van gangen waaraan voormalige klaslokalen een andere bestemming hebben gekregen. Iets wat bijkans een anachronisme in de tijd vertegenwoordigt. En ook nu kan ik me niet geheel aan dat eerder genoemde gevoel onttrekken. Desolaat, met een vleugje vernieuwing. Let wel, een vleugje!

Neen, laat ik de huidige kommer maar overgaan aan een tijdelijke kwel. Het desolate zijn voor wat het is en mijn stemming daar niet langer onder gebukt gaan. Laat ik woord en beeld van John gebruiken omtrent het unieke van de mens naar behagen te gaan vangen. En laat dit beeld dan tot je komen. Amen!

Tags: , , ,

Dit bericht was geplaatst op zaterdag, 25 februari 2012 om 18:49 en opgeslagen in Overigen. Je kunt reacties op deze vermelding volgen via RSS 2.0 feed. Je kunt een reactie achterlaten, of trackback vanaf je eigen site.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.