De ventweg vent weg

Er liep een man op de ventweg. Vent weg. In de buurt van de venter een bordje: Schalkhaar. En die brug over dat water speelde een belangrijke rol. Ook toen was dit weer een brug te ver. Ondanks het feit dat het een omgebouwde spoorbrug betrof. En dat huizen langs dit spoor aangepaste coulissen waren. Die deden denken aan Arnhem. Van voor de oorlog. En nu te maken kregen met een herhaling van diezelfde oorlog. 1944. Operatie Market Garden. Maar nu in Deventer. Waar wij vandaag komen te bivakkeren. Waar ik in de directe omgeving ook geregeld heb gebivakkeerd. Voor de Westenbergkazerne werd omgebouwd naar een Asiel Zoekers Centrum. Waar vandaag de dag nog steeds zo’n vijfhonderd mensen verblijven. En waar ik infanterist ben geweest. Bij het 13e Pantserinfanteriebataljon Garde Fuseliers Prinses Irene.
13 Painfbat GFPI. Een derde garde. Naast de (Limburgse) Jagers en Grenadiers. En hoewel ik me er absoluut niet op voor wil laten staan, werd er bij een garderegiment al snel gesproken over een elite-eenheid. In zekere zin was dat ook merkbaar in Schalkhaar. Want waren we niet op oefening, dan gingen we wel weer op oefening. Was het niet in Nederland dan waren we in Duitsland te vinden. Op de L├╝neburgerheide. In de omgeving van Paderborn. Of in Brabant. De Drunense heide. De Harskamp. Om met onze FAL de rozen uit de schijven te schieten. Of een stormbaan te nemen. Je bleef wel laag. De wetenschap dat er met scherp over onze hoofden zou worden geschoten, liet geregeld bruine sporen na. Net als de sergeant dit van ons vroeg tijdens het tijgeren. Iedere keer opnieuw drie sporen tekenen was niet eens zo’n grote opgaaf. Of oefening Pantserstorm. Bij de Commando’s in Roosendaal op manoeuvre. Een ietwat andere stormbaan. Een ietwat andere manier om een kip zonder kop over het zandpad te zien rennen.
En een ‘blauwe’ die ons demonstreerde op welke wijze je aan vocht kon komen in oorlogstijd. Zonder veel problemen het bloed uit de nek van die kip opzoog. Daarop de kop liet vallen. En wij gedeeltelijk kokhalzend de hoofden afwenden. Wel met zijn verschoten ‘groene baret’ op zijn hoofd. En de snelmarsen die wij als peloton mochten afleggen. Goed voor de conditie, nog beter voor de teamgeest en het allerbest voor de leidinggevenden. Die niet veel later hun stip (zeg nooit Adjudant tegen een vaandrig!) mochten inruilen voor een ster van tweede luitenant. Officier tijdens het afleggen van de eed met een hand op het Regimentsvaandel. Waar juist wel een adjudant de ceremonie voor een belangrijk deel leidde. De bataljonsadjudant. De rechterhand van de bataljonscommandant. Veelal een overste. Een luitenant-kolonel. Waar je dan het idee zou kunnen hebben dat deze hoger in rang zou zijn dan een kolonel. Maar die vlieger in die kringen niet opgaat.
Deventer. Waar wij ooit een optreden hebben verzorgd. Als een spookcompagnie. De Alfa compagnie van het 13e Painfbat GFPI. Een show zonder enig commando. In onze galapakken. Rood, zwart en de helm met die piek. We met DAF’s naar Den Haag werden vervoerd. Daar de pakken dienden te passen. En op het kazerneterrein oefenden. Oefenden tot wij allen, zacht murmelend, de luitenant konden overtuigen dat wij tot meer dan tien konden tellen. De man die met blanke sabel met de troepen opliep. De kapitein die dit geheel in ogenschouw nam. Benders die als compagniessergeant aan luitenant Pauw was gekoppeld. En tot op zekere hoogte zich niet altijd er op voor liet staan ook aan het front van Korea te hebben gediend. Hooguit wanneer er weer voldoende bier was gaan vloeien. Of de whiskey in de onderofficiermess soldaat was gemaakt. Of wanneer er, na zonsondergang en de maaltijd in de vreetschuur, een acute alarmoefening werd aangekondigd. En dan kon je niet veel meer doen dan je, als de sodemieter, met je hele bepakking naar het voorplein begeven. Alwaar de chauffeur en boordschutter de YP408 alreeds tot staan hadden gebracht. De wapenkamer het wapentuig verstrekte. De losse flodders met kisten tegelijk in die YP terecht kwam. En wij ons weer opmaakten voor een ongezellig samen zijn. Direct op elkaars lip zittend, de eerste wind die werd overtroefd door een verkrampte scheet, de lucht die deze dan wel gene de ander in het gezicht blies en de oogleden die langzamerhand gingen hangen. Dat De Venter. Waar wij straks zullen bivakkeren. Ben benieuwd wat ik me daar nog van kan herinneren…